De eerste poes

Donna was mijn allereerste oppaspoes. Inmiddels ken ik haar alweer zo’n twee jaar, met de regelmaat van de klok pas ik een weekje op haar.
Ze is een heel bescheiden beestje. Zelden vraagt ze iets, maar als ze dat toch doet, gaat het amper met geluid gepaard. Als ik uit mijn werk kom, staat ze mij vaak boven aan de trap op te wachten. Vaak begroet ze mij uit zichzelf, hoewel ik het niet altijd goed hoor vanwege het immer optrekkende, langsrijdende en afremmende verkeer. Anders beantwoordt ze mijn groet met een enigszins krakerig klinkend “mraaaauuuuwww”! Daar blijft het meestal wel bij, want Donna is niet zo van de openbare vertoningen van genegenheid.

Aanvankelijk dacht ik dat ze me niet zo mocht, of in het beste geval geen interesse in mij had. Inmiddels denk ik er anders over. Dus kriebel ik haar in haar nekje en zij keert mij de rug toe. Haar staart gaat omhoog en haar achterwerk trilt lichtjes. Ik beschouw het als haar verlegen manier om te zeggen: “Jij bent mijn absoluut favoriete oppas, maar nu heb je wel genoeg geaaid!” Later kwam ik erachter dat dit fenomeen inderdaad een vertoning van affectie is, dat vergezeld gaat van de naam ‘droogsproeien’. Het gaat precies zo in zijn werk als ik beschreven heb.

Soms, heel soms, gaat haar affectie wat verder dan anders. De deur van de slaapkamer laat ik altijd open, omdat Donna’s baasje dat ook altijd doet en ik haar niet buiten wil sluiten. Af en toe dan gebeurt het ze me ’s nachts gezelschap komt houden. Dan hoor ik hoe zij aan komt trippelen en op het bed springt, waarna ze bovenop mij plaatsneemt. Omdat ik doorgaans een zijslaper ben, ligt ze dan op mijn heup. Een punt van waaraf ze de hele slaapkamer kan overzien.

Terug in slaap vallen lukt dan meestal niet meer!

Geef een reactie