Eén kat leidt tot een volgende

Negen katten onder mijn hoede: een nieuwe record. In het huis waar dit stelletje woont staat dan ook een ingelijst borduurwerkje op het buffet: “One cat leads to another”.  

Sloane, Bailey, James, Ivan, Michael, Boris, Horace, Callie en Minnie komen, met uitzondering van Boris, allemaal uit Qatar. Baasje Chantal beschrijft levendig hoe er steeds weer een kat op haar pad kwam, meestal een deerniswekkend hoopje pluizenbol, waarover zij zich ontfermde. Regelmatig hoorde daar een poging bij anderen over te halen een kat te adopteren. Inclusief aanbod vaccinaties voor haar rekening te nemen, of een voorraad kattenvoer in het vooruitzicht te stellen als de ander het beestje maar onder zijn hoede wilde nemen. Soms lukte het. Maar het mocht lang niet altijd baten en zo eindigden acht Qatari katten in de Franse Pyreneeën.
Boris was een lokale kitten die aan kwam lopen en hij bleek een prima aanvulling op de Golfarabieren te zijn: hij had een kalmerende uitwerking op Horace, na aankomst uit Doha zowel de Benjamin als het ‘enfant terrible’ van het stel. Terwijl zij mij gedurende mijn verblijf in het huishouden slechts een enkele keer verraste door vanaf de koelkast via mijn schouder op de keukentafel te springen, vertelde haar baasje dat zeker vijf van zijn shirts verloren waren gegaan aan haar vroegere uitspattingen.. 
Goedkopere tijden waren inmiddels aangebroken en Horace had nog maar één ondeugd: een obsessie voor de bovenverdieping van het huis. Deze was namelijk tot katvrije zone verklaard. Als er gasten te logeren kwamen die niet zo dol waren op poezen, of er allergisch voor waren, konden die zich daar verschansen. Vaak lag Horace op de loer en spurtte dan in een onbewaakt moment de trap op zodra de deur openging. Soms zelf sneller dan het licht, omdat ik er dan veel later pas achter kwam dat ze het weer had klaargespeeld!
Eenmaal boven was zij ook niet van plan weer te vertrekken. Zij scharrelde dan wat rond en leek zich er wel degelijk van bewust dat ik niet van plan was haar al te lang haar gang te laten gaan. Liefst nam ze positie onder een van beide grote fauteuils. Gelukkig kon ik die makkelijk kantelen en de kleine tijger eronder vandaan vissen. Op zulke momenten had ik de strijd vooralsnog gewonnen.

Horace op de loer

Mooie jongen

Ron is een mooie jongen: een Maine Coone-mix. Hij is groot en heeft een dikke, zijdezachte vacht. Enorm aaibaar om te zien! In de praktijk is Ron jammer genoeg niet zo gemakkelijk te benaderen.

Als ik thuiskom, staat hij al achter de deur op mij te wachten voordat ik opendoe. Hij miauwt zachtjes naar me. Ron heeft het zachtste poezenstemmetje dat ik ooit hoorde, passend bij zijn bedeesde voorkomen. Zodra de deur openzwaait, is hij alweer verdwenen; meestal heeft hij zich onder de eettafel verschanst. Vanuit die veilige positie staart hij me aan met een mengeling van intensiteit en verlegenheid. Liefst bewaart hij de nodige afstand. Waarschijnlijk houdt Ron alles in de gaten, wat ik ook doe.

Slechts bij enkele gelegenheden houdt hij me gezelschap. Als ik sta te koken volgt hij al mijn bewegingen nauwlettend. Als ik midden in de nacht wakker word, voel ik zijn warme lijfje op het voeteneinde. In een enkele situatie laat hij de voor hem zo kenmerkende verlegenheid geheel varen. Als ik zit te eten met een bord voor me op de salontafel, springt hij pardoes bij me op schoot! Hij spint heel even recht in mijn gezicht, terwijl hij zijn ogen samenknijpt. Dan draait hij zich snel om, zijn blik verleggend naar mijn bord met eten. Zijn achterwerk in mijn gezicht.

Kom van dat dak af!

Met de fiets in de hand sta ik paraat voor vertrek. Alleen nog de poort openen, weer afsluiten en rijden maar. Tot mijn oog op Loesje valt. Ze staat op het dak van de uitbouw en kijkt me doordringend aan. Ze is op het dak gekomen, dus zou er ook weer vanaf moeten kunnen. Haar baasje zegt hierover dat ze een prinses is. “Ze wil dat je de balkondeuren boven opent zodat ze niet naar beneden hoeft te springen. Ze is een prinses! Aanstelster!” Dus spreek ik Loesje bemoedigend toe. Ze is een mooie zwart-witte poes met witte snorharen die glinsteren in het herfstlicht. “Toe maar, je kunt het wel! Als ik terugkom krijg je wat lekkers van me”. Ik vertrek en kijk niet meer om, want ik heb een zwak voor zwarte-witte poezen met witte snorharen die glinsteren in het herfstlicht.

Bij thuiskomst zit Loesje nog steeds op het afdakje. Het lijkt erop dat ze me verwijtende blikken toewerpt…

Later, veel later, krijg ik te horen dat Poesje Loesje artrose in een beginnend stadium heeft…