Kom van dat dak af!

Met de fiets in de hand sta ik paraat voor vertrek. Alleen nog de poort openen, weer afsluiten en rijden maar. Tot mijn oog op Loesje valt. Ze staat op het dak van de uitbouw en kijkt me doordringend aan. Ze is op het dak gekomen, dus zou er ook weer vanaf moeten kunnen. Haar baasje zegt hierover dat ze een prinses is. “Ze wil dat je de balkondeuren boven opent zodat ze niet naar beneden hoeft te springen. Ze is een prinses! Aanstelster!” Dus spreek ik Loesje bemoedigend toe. Ze is een mooie zwart-witte poes met witte snorharen die glinsteren in het herfstlicht. “Toe maar, je kunt het wel! Als ik terugkom krijg je wat lekkers van me”. Ik vertrek en kijk niet meer om, want ik heb een zwak voor zwarte-witte poezen met witte snorharen die glinsteren in het herfstlicht.

Bij thuiskomst zit Loesje nog steeds op het afdakje. Het lijkt erop dat ze me verwijtende blikken toewerpt…

Later, veel later, krijg ik te horen dat Poesje Loesje artrose in een beginnend stadium heeft…

Geef een reactie