The Lovecats

Het grootste gedeelte van mijn leven ben ik al een fan van de jarentachtigband The Cure. The Lovecats was altijd al een van mijn favoriete nummers, dus kwam zeker als een van de eersten in mijn gedachten op toen ik begon na te denken over muziek met als thema katten. Pakkend, vrolijk en heerlijk ritmisch. Maar een sarcastische noot is ook duidelijk hoorbaar, dus waar gaat het eigenlijk over? Daar bestaan verschillende lezingen over.
De eerste interpretatie die ik tegenkwam was dat zanger Robert Smith het nummer schreef tijdens een LSD-trip. De genoemde lovecats waren geen poezen, maar minnaars die een zelfmoordpact afsloten.
Een aantal fans beweert dat Smith geïnspireerd was door het boek The Vivisector (Patrick White, 1970). Daarin wordt een aantal katten in een afgesloten zak verdronken. De kat als onschuldig en kwetsbaar deel van de samenleving, en de wreedheid die regelmatig jegens hen aan de dag gelegd wordt. De derde verklaring is mijn favoriet: de zanger van de Cure was een tijdlang compleet geobsedeerd door de film de Aristokatten. Hij kende zelfs alle liedjes uit zijn hoofd.
Hoe het ook zij: als je dit nummer gehoord hebt vergeet je het nooit meer. Niemand miauwt zoals Robert Smith!

Het is een mannenwereld!

Bij de eerste aanblik had ik medelijden met Cassie. Ze mist een oogje en het zag er vurig uit, alsof het permanent geïrriteerd was. Haar baasje liet me weten dat het haar juist beter verging sinds de amputatie, die nodig was vanwege een tumor. Volgens haar baasje was ze niet zielig, maar juist enorm opgeknapt sinds de ingreep.

Cassie’s plekje

Cassie is een van de minst benaderbare katten in het huishouden van negen. Meestal draait ze me de rug toe als ik haar wil aaien. Haar favoriete hang-out is een beklede doos op een beschut plekje, op de uiterste hoek van de eettafel bij de muur. Cassie lijkt de oververtegenwoordigde mannen (zes van de negen) te haten. Meestal negeert en ontloopt ze ze. Maar er is er een die al haar knoppen weet te bespelen, en dat is Jackson. Jackson is een prachtige je-weet-wel kater, een rode met leeuwenmanen. Maar lief, dat is hij niet. Hij probeert de baas te spelen over kleine wilde Boris, die het prachtig vindt en er een kat-en-muis-spel van maakt. En zowel Cassie als huisgenote Callie kunnen hem niet uitstaan. Regelmatig komt het voor, dat een van beide dames ogenschijnlijk zonder aanleiding nijdig begint te sissen. Hoe zou dat nou toch komen? Zonder uitzondering hoef ik mijn hoofd maar te draaien om Jackson te zien zitten, de vermoorde onschuld zelve. Wat zou hij toch zeggen, zonder een geluid te maken?
Toch denk ik dat Cassie meer onder de mannelijke overbevolking en Jackson in het bijzonder lijdt dan Callie. Op een dag vind ik bij het stofzuigen een opgedroogde drol onder de eettafel. Onmiddellijk vermoed ik dat zij de schuldige was, de locatie was net iets te dichtbij haar stekje. Baasje Louise bevestigt dit. Haar theorie is, dat de mannen haar iets te dicht op de huid zaten, nu zij dankzij de winterse kou veel vaker binnen waren. Als zij dan onderweg naar de bak een van de heren tegenkwam, haalde zij het soms niet. Een drol van Jackson tussen het kattengrit was een ander plausibele verklaring…

Jackson: “Wie, ik??”

Een toffe peer

Armut was een lid van de “Achtertuin Posse”, zoals ik ze gedoopt had. Haar naam paste prima bij haar, want zij was tijdens deze sit in Turkije een van mijn favorieten: armut is het Turkse woord voor peer. Een prachtig langharig tijgertje dat luid en duidelijk kon communiceren. Meestal zat zij al bij de deur te wachten voordat ik hem opende. Of ze wachtte me daar op, of ze kon mijn gedachten lezen. Zodra ze mij in het vizier kreeg klonk onmiddellijk haar doordringende roep.

Uiteindelijk was er maar één ding dat zij wilde: onderdeel uitmaken van de ‘Indoor Posse’, de negen katten die binnen mochten komen. Zeven van hen woonden ooit buiten, maar werden door hun baasje in de armen en in het hart gesloten: voor hen ging de deur open. Zij waarschuwde me voor Armut: zij zal proberen binnen te komen, want zij wil het liefst in de keuken uit een bakje eten. Zij probeerde het vele malen, maar de eigenaresse had al negen katten en had de laatste ‘Genoeg’ (Yeter) gedoopt.
Armut was onder meer vanwege haar communicativiteit een van mijn lievelingen. Nadat alle katten – zowel binnen als buiten, in de voor- en achtertuin – van hun ontbijt hadden genoten, was ik zelf aan de beurt. Koffie en toast met jam in de hangmat in de achtertuin hoorde naast het verzorgen van de katten ook bij het ochtendritueel. Armut was altijd een van degenen die mij gezelschap kwam houden. Ze liep wat om mij heen, miauwde een tijdlang tegen me en ging dan onder de hangmat zitten. Dat kwam mijn ontspanning niet ten goede: het zou niet de eerste keer zijn dat ik met hangmat en al op de grond ben gevallen. Een geplette kat was het laatste wat ik wilde!

Armut in de achtertuin

Kort na de zomer kwam Zwarte Peper (zie blog 2/10/2019), een kat uit hetzelfde huishouden, te overlijden. De eigenaresse bleef achter met acht anderen. Zodra ik het slechte nieuws hoorde schoot de gedachte door me heen: “Dan is er wel een plekje voor Armut vrij”.
Niet lang erna kreeg ik via een wederzijdse vriendin bericht dat Armut nu onderdeel uitmaakte van de “Indoor Posse”.  Haar baasje stuurde mij een foto waarop zij gezellig met een aantal van de andere katten bij haar op de bank zat!

Cat quote

Deze sprekende kat uit het boek Alice in Wonderland – Kolderkat in het Nederlands – staat bekend om zijn grijns van oor tot oor. In het boek verdwijnt zijn lichaam soms, maar zijn kenmerkende gezichtsuitdrukking blijft altijd zichtbaar. Hij ontpopt zich als de vertrouwenspersoon van Alice, die haar als enige wegwijs maakt in de benedenwereld.
De uitdrukking ‘to grin like a Cheshire cat’ bestond al voor het boek geschreven was. Er bestaan meerdere verklaringen voor deze naam, waaronder de aanname dat in de streek Cheshire zoveel zuivelboerderijen stonden dat de katten reden te over hadden altijd dik tevreden te zijn.

(Print te koop bij ShayItWithLove via http://www.etsy.com)

Kattencomfort

Hoe komt het dat de (gewezen) straatkatten die ik kende aanhankelijker leken dan andere? Of kwam dit gedrag voort uit het feit dat ze in een groep hun positie moesten consolideren? Mijn eigen Sheeba destijds was precies zo: onafhankelijk gedurende dag, maar ’s avonds deed zij niets liever dan zich heerlijk op mijn schoot nestelen. “Ze weet wie haar te eten geeft,” smaalde mijn toenmalige vriend.

De keren dat ik op de kroost van andere ‘cat ladies’ paste ervoer ik dat weer: die aanhankelijkheid. Bailey sprong voor mij op de keukentafel en legde zijn pootje op mijn gezicht. Daarbij keek hij me recht aan, terwijl hij indringend miauwde. In zijn nek gekriebeld worden was wat hij wilde, en het was niet zo snel genoeg.
Bailey was door zijn baasje meegenomen van Doha, Qatar naar de Franse Pyreneeën. De acht andere katten kwamen er – op een uitzondering na – ook vandaan.
Als het ’s avonds af begon te koelen, maakte ik allereerst de haard aan. Dat was nodig, want het voorkwam dat de stoppen doorsloegen als ik moest koken: kachels en keukenapparatuur tegelijkertijd aan was teveel van het goede voor het recent aangelegde elektriciteitsnet! De katten leken als gebiologeerd door de vlammen. Terwijl ik de haard aanmaakte, kwamen er altijd een paar naast mij zitten. Later, als het vuur al aan was, lag er ook altijd eentje onder de kachel. Aanvankelijk maakte ik mij zorgen dat ik er een geroosterde kat zou terug vinden. Klaarblijkelijk was het daar heel aangenaam toeven en het liep altijd goed af!

Callie onder de haard

Als dan alles gedaan was en ik me op de bank kon installeren om een boek te lezen of een film te kijken, werd het een gezellige boel. Standaard zaten er twee op de rugleuning. Soms wilde ik geen kat op schoot, omdat daar een laptop lag. Die dingen hebben hun naam niet voor niks gekregen, maar leg dat maar eens aan een kat uit! Die blijft zoeken naar een weg, want waar een wil is, is een weg! En zo bracht ik avond aan avond met een kat op schoot voor de haard door. En af en toe mocht ik opstaan om nog een houtblok op de vlammen te leggen.

Bailey’s lievelingsplekje

Gastblog: Kort geheugen of eindeloze hoop?

Door Annet Breure


Toen Otto kitten was kon ik geen vijf minuten met hem in een ruimte zijn, dan nieste ik mezelf al de kamer uit. Nu, zo’n vijf jaar later, gaat het een stuk beter en logeer ik weleens bij hem en zijn baasje in Scheveningen. Hij begroet me door het raam heen met een high five van zijn pootje tegen mijn hand, net als hij bij zijn baasje doet, vleiend! Nu zijn baasje op vakantie is durfde ik het wel te wagen op hem te passen…

Otto


Het is soms moeilijk oppas voor hem vinden, toen hij jonger en wilder was moest er een hele batterij reserve-oppassen klaar gezet worden voor als nummer 1, en daarna nummer 2, en nummer 3 het niet meer trokken… Die verhalen had ik wel meegekregen al maakte ik zelf geen onderdeel uit van de oppasbatterij. 
Ik doe veel aan huis-en plantsitten , bij uitzondering nu een huis met kat. Maar het voelt meer als een kat met huis. 
De eerste avond al, als ik nog wat aan het werk ben, ploft hij zelfverzekerd naast mijn laptop op tafel. Zo zelfverzekerd doet hij dat, dat zijn baasje ook aan haar eigen regels begint te twijfelen, vertelt ze me over de app. 


Het catsitten blijft voor mij een uitzondering, want na een paar dagen snotter ik er een eind op los, slaap ik onrustig doordat mijn holtes vol zitten, al barricadeer ik de slaapkamerdeur demonstratief om alleen te kunnen slapen. Alleen, maar met een matras vol minuscule kattenschilfers. Helaas, mijn lichaam wil het huis uit. Dan maar alleen eten geven en ‘op de koffie’ voor de gezelligheid. Ik verbaas me erover dat Otto zijn neus telkens weer in mijn glas water en kopje koffie blijft steken, zou hij een kort geheugen hebben of eindeloze hoop?

Otto heeft dorst


Als ik hem niet kan vinden zit hij in de wasbak in de badkamer, met een hoog mauwtje, alsof hij nog kitten is, vraagt hij me de kraan open te draaien. Hij heeft een voorkeur om stromend water te drinken. Ik merk dat ik hem de schuld geef als ik tot twee keer toe een uur lang vergeet de kraan weer dicht te draaien..! Otto heeft een flinke aanwezigheid maar geen handigheid de kraan zelf dicht te doen, misschien een tip voor zijn baasje hem dat – naast de high-five- nog aan te leren?

De liefde van een kat

Zwarte Peper wil naar buiten

Zwarte Peper, zo genoemd vanwege zijn gitzwarte vacht, was een liefdevolle kat. Hij kon spinnen als de beste en wilde altijd geaaid worden. Je kon wel een beetje zien dat hij al een dagje ouder werd. Van een afstandje zag je een prachtige zwarte vacht, van dichterbij oogde hij wat minder gesoigneerd. Een beetje dof en niet zo schoon, zo zag het eruit.

Maar kroelen, dat kon hij als de beste. Als ik de slaapkamerdeur openliet, was hij de eerste die dit ontdekte. De kat die Genoeg heette nam genoegen met een plekje op het voeteneind van het bed; je merkte niet dat ze er was. Maar niet Zwarte Peper. Op een nacht voelde ik hem tegen de gehele lengte van mijn rug aanliggen. Hij leek naar nabijheid te verlangen. Maar toch slaagde hij erin het moment te bederven. Hij liet zich meeslepen door zijn genotzucht en begon pootje voor pootje zijn nagels uit te strekken. In mijn rug….
Nooit vergeet ik de verschrikte blik in zijn ogen op het moment dat ik hem de slaapkamer uitjoeg.

De slaapkamerdeur heb ik daarna altijd dichtgelaten.