Broertjes

Georgie en Lennie waren broertjes. Dat gezegd hebbende, ze leken niet veel met elkaar te hebben in het dagelijks leven. Je zag ze nooit in elkaars gezelschap, behalve als het etenstijd was. Hoewel beiden een prachtig dik glanzende zachte vacht hadden, die erom vroeg geaaid te worden. Wat ze ook allebei deden!
De broertjes waren uitgesproken buitenkatten. Ze waren grote delen van de dag en nacht de hort op, af en toe thuiskomend om een prooi af te dragen of om lekker burgerlijk brokjes te eten. Vooral Lennie was daar behoorlijk stipt in. Al geruim voor voedertijd stond hij paraat om zijn portie in ontvangst te nemen. Georgie wilde zijn neus nog weleens ophalen voor het ontbijt bestaande uit een handvol kattenbrokjes. Het is nooit helemaal duidelijk geworden waarom hij op dat moment liever in een van de terrasstoelen bleef slapen. Misschien vond hij het ontbijt maar karig, het is ook zeer goed mogelijk dat hij al een en ander verschanst had tijdens zijn nachtelijke strooptochten.
Wel waren beiden jongens allebei enorme knuffelkatten, Georgie iets meer dan zijn broer. Hij claimde een kroel door dwingend kopjes tegen je hand te blijven geven. Maar tegelijkertijd was hij de meest onvoorspelbare van de twee. Als je opmerkte dat zijn expressie veranderde en hij ongeduldig met zijn staart begon te zwiepen, dan was het oppassen geblazen. Doorgaans duurde het daarna niet lang voor hij uithaalde en zijn nagels in je vel zette. Niet fijn, want zijn killerklauwen waren erg lang en scherp…

Lennie poseert.

Lennie hield zich meer op de achtergrond dan zijn broer. Ondanks dat hij stipter omging met etenstijd bleef hij langere periodes achter elkaar weg. Thuis was hij de zachtere van de twee. Hij vroeg weliswaar om aandacht, maar niet zo aanhoudend als zijn broer. Desalniettemin was hij waarschijnlijk de wildste van beiden. Hoewel ze beiden met de regelmaat van de klok ‘presentjes’ afleverden bracht Lennie de grootste vangst ooit.
Ik hoorde hem van verre al aankomen, dankzij een gesmoord gemiauw dat me alarmeerde. Gelukkig was er niets met hem aan de hand, maar de hagedis die hij bij zich droeg was minder blij. Mijn vermanende schooljuffentoon maakte dat hij het dier losliet. De hagedis bleef als versteend zitten. We waren allemaal even in opperste verwarring, totdat Lennie hem met een voorzichtig pootje porde. Dat was voor het dier het teken het op een rennen te zetten. En Lennie kreeg van mij gewoon een aai, want andere beesten vangen is wat katten nu eenmaal doen…

Waar denk jij dat je naar toe gaat??

Geef een reactie