Houdt je vrienden dichtbij

Een paradijs voor katten, zo oogden de flat waar Paddington en Daisy woonden en de nabije omgeving. Binnen mochten ze overal komen, er stond altijd een volle bak voer klaar en via het kattenluik konden ze naar buiten als ze dat wilden. In een parkachtige omgeving omgeven door hoge bomen stond een aantal gebouwen op respectabele afstand van elkaar. Daar konden beide katten naar hartenlust ravotten; en dat deden zij. 

“Mijn katten kunnen niet met elkaar overweg,” vertelde hun baasje van tevoren. “Sinds Paddington er is, komt Daisy bijna nooit meer thuis”. In de loop der jaren heb ik legio verhalen gehoord over oudere katten die zich van hun troon verstoten voelen door de komst van een kitten. Alleen, Daisy kon met haar amper een jaar oud niet echt een kat op leeftijd genoemd worden! Toch vertoonde zij alle verschijnselen van een oudere dame die het leven zuur wordt gemaakt met de komst van een enfant terrible. Paddington was met zijn half jaar oud nog superspeels en het duurde niet lang voor ik het met mijn eigen ogen zag gebeuren: een argeloos door de flat lopende Daisy werd letterlijk door haar op de loer liggende kwelgeest besprongen. Niet één keer, maar met de regelmaat van de klok! Gelukkig stond zij haar mannetje en met het nodige gesnauw en gegrauw maakte zij duidelijk dat zij van dergelijk gedrag niet gediend was. 

Daisy in relaxmodus

Paddington was een genot om te observeren! Als hij in de tuin speelde, waren dure speeltjes van de dierenwinkel volstrekt onnodig. Vogels, vliegjes, een bewegend herfstblaadje of de manier waarop het licht tussen de boomtakken heen viel waren voldoende. Hij kon zich overal mee amuseren.
Wat Daisy buiten deed, dat weet ik niet. Zij verdween meestal uit zicht zodra zij door het kattenluik heen was. 

Paddington, alert als altijd.

Toch had ik niet het idee dat de flat te klein was voor beide katten. Sowieso was er letterlijk voldoende ruimte voor allebei om te bivakkeren zonder elkaar voor de voeten te lopen. Dat Paddington zich niet altijd aan deze ongeschreven kattenregel hield, was een tweede!
Er waren voldoende momenten, gedurende welke het wel lukte. Dan lag de een in de kinderkamer, en de ander in een mandje vlak naast mij. Of was de een in de tuin aan het spelen terwijl de ander in de zon op de rugleuning van de fauteuil voor het raam lag. “Houd je vrienden dichtbij, maar je vijanden dichterbij,” dacht mijn ironische zelf.

Zouden ze inmiddels tot een status quo zijn gekomen?