Mooi meisje

Mooja deed haar naam aan wat mij betreft. Ik hoorde het woord ‘mooi’ erin en ik vond haar beeldschoon. Een Blauwe Russin met een parmantig rood sjaaltje aan haar bandje geknoopt. Het ding leek haar, in tegenstelling tot veel andere katten, niet te deren: nooit zag ik haar eraan krabben of pogingen wagen het te verwijderen. Alsof ze wist hoe goed het haar stond! 

Ze was een van de katten waar ik op het eerste gezicht al een zwak voor had. Misschien was het omdat ze bij de kennismaking eerst gezellig naast me kwam zitten op de bank, om zich vervolgens volledig gestrekt op het vloerkleed te vleien om haar fluweelzachte buik ten toon te spreiden! 

Mooja’s fluweelzachte buik

Zodra haar baasje was vertrokken, en we samen overbleven, liet ze toch een wat andere kant van zichzelf zien. De nieuwsgierigheid was er nog wel, die ik ontwaarde doordat ze elke keer als ik thuiskwam me met grote ogen bovenaan de trap opwachtte. Maar tijdens de eerste week was ik vooral op mijn eigen gezelschap aangewezen. Na de dagelijkse begroeting verdween ze vervolgens naar een andere kamer om daar op een van haar lievelingsplekjes te gaan liggen; de bureaustoel in de slaapkamer, bovenop de hoogslaper of op het aquarium. De vissen vertoonden geen enkele ongerustheid, en ik snapte wel waarom het plekje haar zo bekoorde: het was er heerlijk warm. 
Omdat onze band zich niet meteen ontwikkelde, besloot ik wat oude trucjes uit de kast te halen. Een dagelijkse borstelbeurt deed haar smelten als sneeuw in de zon. Terwijl ze in eerste instantie aan de aanraking leek te moeten wennen, nam ze uiteindelijk uitgestrekt plaats op het kleed. Zo kon ik elke centimeter van haar prachtige vacht borstelen, terwijl ze spinde dat het een lieve lust was. Af en toe draaide ze zich om zodat ik alle stukjes van haar schitterende vacht wist te bereiken.  

Een ander succesrecept was het speeltje met catnip. Ook daar gooide ik hoge ogen mee, maar dat zal niemand verbazen. Het muisje dat bij de bestelling werd geleverd, viel ook in de smaak. Ze liet het ding alle hoeken van de kamer zien, alsof het een levend dier betrof! 

Nieuw favoriet speelgoed

Snel waren we dikke vrienden. Ze begroette me niet alleen bij thuiskomst, ze begon me ook gezelschap te houden. Als ik aan tafel zat lag zij op het kleed, als ik op de bank plaatsnam deed zij dat ook en ’s nachts lag ze op mijn voeteneinde. Een heerlijk communicatief diertje dat tegen me mauwde zodra ik haar aankeek. Het luide gespin begon al zodra ze naast me kwam zitten, anticiperend op het aaien en kriebelen waarvan zij wist dat zij dat weldra zou ontvangen. 
Maar aan elke sit komt een eind. Omdat haar baasje pas laat die avond thuis zou komen, zorgde ik ervoor dat zij tot die tijd alles had wat haar hartje begeerde. Daarna aaide ik haar nog een laatste keer over haar bol, liep de trap af en deed de voordeur achter mij dicht. 

Met zijn vieren

Hoe meer katten hoe beter is mijn devies! Het brengt misschien wat meer schoonmaakwerk met zich mee, maar ik geniet ervan hoe de persoonlijkheden van de diverse poezen tot hun recht komen in een groter gezelschap. Mogelijk omdat elk karakter contrasteert aan die van de anderen. Een grote kattenfamilie is als de cast van een toneelstuk waar ik onophoudelijk naar kan kijken! Niet voor niets staat het doen van vrijwilligerswerk in een kattenkolonie hoog op mijn verlanglijstje. 

Steeds als ik in de gelegenheid ben op meer dan (pakweg) twee poezen te passen, klopt mijn hart een beetje sneller. Zoals een sit bij Toga, Cheetara en Vitorio, drie Braziliaanse katten die samen met hun baasjes naar Nederland verkasten. Bij binnenkomst ademt het huis ‘poezenfamilie’ uit; overal kussentjes en mandjes waar ze kunnen vertoeven. Op de vensterbank, bovenop een kast, waarvandaan de gehele ruimte kan worden overzien. Maar ook plekjes om zich in alle rust terug te trekken. Vitorio kijkt me vanaf zijn uitkijkpunt nieuwsgierig aan, en snuffelt enthousiast aan mijn uitgestoken hand. In een mum van tijd heb ik een nieuwe vriend gemaakt. 
Ook met Toga gaat het leggen van contact onverwachts gemakkelijk. Hij is een heer op leeftijd, die wat stijfjes loopt en je aankijkt of hij chagrijnig is. Maar als ik ’s avonds rustig met Vitorio op schoot op de bank zit, komt hij polshoogte nemen. Het is duidelijk dat hij liefst op mijn schoot zou komen zitten, maar dat gaat niet: zijn huisgenootje neemt alle ruimte in beslag. Toga neemt genoegen met het plekje vlak naast me, op de armleuning van de bank. Mijn poezenmoederhart klopt blij!

Het past maar net: Vitorio, Toga en ik

Cheetara is echter een heel ander verhaal. Baasje Louise liet me al weten dat zij extreem verlegen is en zich doorgaans na verloop van een paar dagen pas laat zien. Omdat deze sit maar voor vier dagen gepland is, spant het erom of ik überhaupt kennis met haar zal maken. Haar domein is de zolder, het gezellige atelier van haar baasje. Dat weet ik, omdat die me dat vertelt als ik haar ongerust laat weten dat Cheetara in geen velden of wegen te bekennen is! Genoeg hoekjes waar ze zich daar kan verschansen. 
Als ik aan het einde van de eerste dag op zolder een boek lees, neem ik haar voederbakje gevuld met vlees mee naar boven. Vanaf de bank zie ik haar niet, maar ik hoor overduidelijk hoe zij zich eraan te goed doet! Als ik wat later op sta, is het bakje keurig schoongelikt! 
Op de laatste avond is het zover. Terwijl ik in de woonkamer zit, komt er plotseling een bliksemflits langs: het is Cheetara, op zoek naar een lekker hapje. Zodra ik in beweging kom, maakt zij zich uit de voeten; de kamer uit en de trap op. Ik controleer de bakjes van de poezen en houd me stil. Ze komt inderdaad terug en begint met me te communiceren. Ze loopt heen en weer, houdt me in de gaten en miauwt dat het een lieve lust is. Rustig en vriendelijk praat ik terug, niet helemaal zeker wat ze nu wil. Niet veel later springt ze naast me op de bank. Ze heeft onvoldoende rust om naast me te komen zitten, maar nieuwsgierig is ze wel. Ze snuffelt behoedzaam aan mijn uitgestoken hand, maar komt niet zo dichtbij dat ik haar kan aaien. Tenminste; niet gelijk. Na een kort spel van benaderen en terugtrekken, staat ze me toch toe dat ik haar in haar hals kriebel… en geniet ervan. Uiteindelijk ga ik veel later naar bed dan gepland, omdat ze toch naast me komt liggen, uitgebreid genietend van de liefkozingen. 

Cheetara’s overgave

Als ik de foto de dag erop aan haar baasje stuur, is ze onder de indruk: “Wow, zo snel! Je moet wel een kattenfluisteraar zijn!”
En laat ik dat nou altijd al hebben willen zijn!

Oudejaarsnacht

“Zorg dat Penny om tien uur binnen is, als ze buiten is op het moment dat het vuurwerk losbarst rent ze misschien uit angst weg”. Dat was het verzoek van haar baasje, maar de lokale jongeren vonden zeven uur een geschikter tijdstip. Misschien voor de hand liggend, met het oog op het van kracht zijnde vuurwerkverbod aan het einde van 2020. Je steekt het af wanneer je in de gelegenheid bent. 


Alleen: waar was Penny op dat moment? Onmiddellijk begon ik haar te zoeken op haar gewoonlijke plekjes. Het kleine mandje in de badkamer naast de verwarming was leeg. Ze lag ook niet op het grote bed, achter het hoofdkussen verscholen, noch in de studeerkamer op de bureaustoel. Dus trok ik mijn schoenen aan en draaide een sjaal om mijn hals tegen de ergste kou om haar buiten te gaan zoeken. De tuin baadde in licht dankzij de buitenverlichting. Zo kon ik in ieder geval in één oogopslag zien dat Penny hier niet was. De brandgang achter de tuin was een ander verhaal. Hier was geen verlichting en het was er aardedonker. Met behulp van het lampje op mijn mobiel kon ik om me heen kijken om haar zoeken. Ik riep haar naam een paar keer. Er was niets of niemand te zien, ook geen kat. Een blok verderop klonken harde knallen. Waar kon Penny zijn? 

Een van Penny’s favoriete plekjes

Ik moest denken aan de kat van een vriendin, die in de straat heel geliefd bleek te zijn toen zijn baasje zich bij de buurt-appgroep aansloot. “Het leukste katertje ooit,” zo bleek hij onder meer bekend te staan. Alleen was Penny niet zo’n amicaal type. Ze was weliswaar vriendelijk, maar ook gereserveerd. Al helemaal geen schootkat, dus ik kon me niet voorstellen dat zij bij de buren binnen zat. 

Ongerust ging ik terug naar binnen, het huis in. Ik nam me voor het los te laten. Penny zou zelf wel terugkomen als het rustig bleef, of als ze honger kreeg, zo hoopte ik. Als ik in de keuken bezig was, kwam zij me meestal gezelschap houden omdat ze wist dat ze dan meestal een lekkernij kreeg. Om dat te bewerkstelligen, cirkelde ze om mijn voeten heen om ze innig kopjes te geven… 
In de hoop dat ze thuis zou komen, nam ik de taak op me het aanrecht schoon te maken. Maar ze kwam niet en het onbestemde gevoel in mijn buik bleef. In de tuin geen enkele beweging. Ik moest iets doen, dus ik trok mijn schoenen weer aan en deed mijn sjaal weer om. 
Nog steeds niets of niemand in de brandgang achter het huizenblok, geen enkele beweging, toch liep ik een aantal keer op en neer, met mijn lampje alle kanten op schijnend. En plots zag ik haar! Ze zat op een muurtje, verscholen tussen de takken. Ze keek angstig. Ik sprak op geruststellende toon tegen haar; ze bleef zitten alsof ze een standbeeld was. Tijd om tot actie over te gaan, in de verte ging het geknal onverminderd door. Behoedzaam pakte ik haar beet en hield haar tegen mij aan. Tot mijn verbazing en opluchting gaf ze geen sjoege , terwijl ik had verwacht dat ze me zou krabben. In plaats daarvan liet ze zich gewillig meedragen. Als ze in paniek weggevlucht zou zijn, waren we nog verder van huis geweest! Ik hield haar veiig tegen mijn borst terwijl ik op geruststellende toon tegen haar sprak. Eenmaal binnen vluchtte ze het halletje voor het toilet in, waarschijnlijk vanwege de afwezigheid van ramen. Ik voelde een diep medelijden voor haar, ze was overduidelijk doodsbang: ze liep niet, maar kroop, haar lijfje zo dicht mogelijk bij de vloer. Ik barricadeerde voor alle zekerheid haar kattenluik om me ervan te vergewissen dat ze niet meer naar buiten kon. 


Een uur later zat zij nog op hetzelfde plekje. Later op de avond was ze echter weer verdwenen! Ik moest goed zoeken voor ik haar vond; verscholen achter de printertafel in de studeerkamer. Daarna liet ik haar verder met rust. Ze zocht ook geen aanspraak. 

Als ik ’s nachts opsta om water te drinken, kom ik haar gelukkig tegen. De rust is dan inmiddels wedergekeerd in de stad. 

Laat me alleen

Bij de allereerste sit was Lily niet zichzelf. Het verschil kon ik zelf natuurlijk niet zien, maar zo werd het mij verteld. Haar maatje-sinds-jaren Suus was niet lang daarvoor overleden. Katten blijken namelijk echt te kunnen rouwen. Gedurende de periode dat ik op Lily mocht passen, uitte zich dat in een verminderde eetlust en excessief nachtelijk miauwen. Zo luid, dat ik bang was dat ze ook de buren wakker zou maken! Haar vocaliteit kon erop duiden dat ze haar vriendinnetje zocht. Ze ging meestal op de overloop staan, pal onder het luik naar de zolder. Misschien omdat het zo lekker galmde, of wellicht dacht ze dat Suus zich daar verschanst had? Het was in elk geval duidelijk dat er iets aan de hand was. 

Haar baasje besloot na enig wikken en wegen nieuw gezelschap voor Lily te zoeken, zodat zij zich niet eenzaam meer hoefde te voelen. Via-via vond zij een tweede Heilige Birmaan, met een even zachte vacht en schitterende ogen. Een prachtig stel! 
Liefde op het eerste gezicht was het echter niet. Dat zou ook wat teveel te verwachten zijn, want de verstandhouding tussen katten is meestal een precaire balans tussen twee (of meer) solitaire dieren. Lily was al die jaren aan een andere poes gewend geweest, zou het met deze ook lukken? 
De eerste tekenen duidden op een voorzichtig tolereren, tenminste, zolang de kleine maar niet te dicht bij de grote in de buurt kwam! Tijdens de eerste sit op beide poezen maakte Lily een chagrijnige indruk. Poppy was nog jong en wilde graag aandacht en samen spelen. Lily had daar eerder al minder animo voor, maar leek zich nu terug te trekken. Terwijl ik de kleine de aandacht gaf waar ze van genoot, meende ik te zien dat haar huisgenote tussen haar oogharen door pissig naar ons staarde. Als zij dezelfde aandacht aangeboden kreeg, ging zij er niet op in. 

Poppy speelt

Enkele maanden later was de situatie nog niet verbeterd. In tegendeel: Lily bleek Poppy steeds minder goed te kunnen velen. Ze verdroeg haar niet om zich heen, wat tot gevolg had dat er alleen overdag geen vuiltje aan de lucht was omdat zij dan sliep. Maar ’s nachts kwam het voor dat ze Poppy belaagde. Hun baasje nam een kattentherapeute in de arm, die concludeerde dat Lily ruimte nodig had om haar huisgenootje te kunnen ontlopen. De kleine leek echt wel wat angstig te zijn, dus dat moest goed in de gaten gehouden worden. 

Helaas is dit geen verhaal met een onverdeeld happy end. Het kwam weliswaar allemaal goed, maar alleen doordat de poesjes van elkaar gescheiden werden. Fijn voor Lily, die eindelijk weer rust had. Zuur voor Poppy, omdat ze voor de tweede keer in een relatief korte periode herplaatst moest worden. Gelukkig kwam ze dit keer op een plekje waar ze zich wel fijn voelde. En zo kwam het uiteindelijk toch nog allemaal goed!

Stray Cats – Stray Cat Strut

Zoals altijd rijst bij liedjes over ‘cats’ de vraag of het hier daadwerkelijk om een kat gaat. Immers, het Engelse woord behelst ook de betekenis van ‘iemand die zo cool is dat al het andere er niet toe doet’. Voor degenen die zich afvragen wat hiermee bedoeld wordt; het volstaat naar deze video uit 1981 te kijken. Met name leadzanger Brian Setzer is de belichaming van coolheid!
Wie de tekst beluistert, kan concluderen dat het om beiden gaat. De ‘ik’ uit de tekst identificeert zichzelf met katten. Hij realiseert zich dat hij nooit zo vrij als zijn lievelingsdier zal zijn. Een kat doet nou eenmaal wat ‘ie wil! Maar verder hebben ze heel wat met elkaar gemeen:

“I wish I could be as carefree and wild
But I got cat class and I got cat style”

Bastet – De Goddelijke Kat

Wie ooit in Egypte was heeft vast vaker de beeldjes van een statig ogende kat gezien. Dit is Bastet, de godin en beschermster van vele dingen: het huis, parfum, vruchtbaarheid, vreugde en dans & muziek, om er maar een paar te noemen. Meestal droeg zij in één hand dan ook een sistrum, een muziekinstrument uit het oude Egypte.

Veel is niet bekend over de godin zelf. Wat we weten, kunnen we gewoon zien. In de loop der tijd heeft zij – iets wat heel normaal was in de godenwereld – een hele metamorfose doorstaan. Als dochter van zonnegod Ra zag zij er aanvankelijk uit als een leeuwin, later nam zij de huiskat als beschermster onder haar hoede en kreeg zij  een wat vriendelijker uiterlijk. Haar fellere katachtige eigenschappen werden overgenomen door haar zus, Sekhmet. Volgens  een andere zienswijze belichamen zij gezamenlijk verschillende  aspecten van een en dezelfde godin. Tussen hen beiden bestaan dan ook veel contrasten, zoals passief-agressief, sluw-vriendelijk, en fel-beschermend.

Bastet stond op het hoogtepunt van haar populariteit als beschermvrouwe van de huiskatten. In de vruchtbare Nijldelta rekenden de boeren op de gedomesticeerde dieren om hun oogst tegen ongedierte zoals muizen, ratten maar ook slangen te beschermen. De liefde ging zelfs zo ver, dat op het – al dan niet opzettelijk – ombrengen van een kat de doodstraf stond. Immers, wie een incarnatie van Bastet kwaad deed, viel daarmee de godin zelf aan!

Hoewel van uiteenlopende diersoorten mummies zijn teruggevonden, bleek ook hier weer dat katten bijzonder populair waren. Niet alleen werden ze vaak gezamenlijk met hun baasjes gemummificeerd en begraven, in Bubastis, nabij het huidige Zagazig en het toenmalige episch centrum van de kattencultus werden op een begraafplaats zelfs 180.000 kattenmummies gevonden.

Uiteindelijk werd de liefde voor katten zelfs handig tegen de Egyptenaren gebruikt. Bij een aanval door de Perzen, omstreeks 500 voor Christus, gebruikten de vijandelijke krijgers hen als middel om de tegenstander eronder te krijgen. Voor aanvang van de strijd vingen ze duizenden katten, om die voor de aanval los te laten met als doel chaos te creëren. Het plan werkte, want de arme Egyptenaren waren bang hun lievelingen schade te berokkenen en verzetten zich maar mondjesmaat. Het leidde tot een eeuwenlange bezetting, tijdens welke de kat ook weer werd gebruikt om de bevolking te pijnigen, bijvoorbeeld door hen een arme poes naar het hoofd te gooien. Het leidde echter niet tot het einde van de kattencultus; dat gebeurde heel geleidelijk en pas veel later. 

Hoewel de positie van de kat in het hedendaagse Egypte danig veranderd is, is het gelukkig nog steeds mogelijk overal iets van Bastet terug te zien…

FirstLook: Cairo Cat - AramcoWorld
The divine cat
(https://www.aramcoworld.com/Articles/July-2017/FirstLook-Cairo-Cat)

Plekjes

“Als je haar niet kunt vinden, zit ze waarschijnlijk óf op één van de eetkamerstoelen, óf achter een gordijn op de vensterbank voor het slaapkamerraam,” waarschuwde haar baasje me. “Dat zijn tegenwoordig haar lievelingsplekjes”.

Nieuw plekje!

Donna komt maar zelden bij me zitten als ik op haar pas. Soms springt ze op de bank als ik erop zit, loopt een paar keer heen en weer en besluit dan bijna altijd voor een ander plekje in huis te kiezen. Gek genoeg is dat heel vaak in een ruimte waar ik niet ben! Zit ik in de woonkamer, dan is zij meestal in de slaapkamer te vinden. 
Als ik naar bed ga, dan verlaat zij doorgaans haar plekje daar. Niet onmiddellijk. Sterker nog, ze zoekt me juist op zodra ze merkt dat ik ga slapen. Het is een gecreëerde situatie, want zij is gewend dat haar baasje haar voor het slapen gaan nog een handje kattensnoepjes geeft en natuurlijk houd ik de traditie in ere! Meestal komt ze me gezelschap houden, terwijl ik me met een boek en wat kussens in mijn rug in bed nestel. Met haar prachtige groene ogen kijkt ze me dan doordringend aan. Maar zodra het lekkere hapje weggewerkt is, gebeurt het maar zelden dat ze nog steeds mijn gezelschap verkiest. Soms, heel soms, blijft ze liggen op het voeteneinde. Maar zodra ik ga liggen om te gaan slapen, en me een paar keer omdraai houdt zij het doorgaans al snel voor gezien. 

Beste plekje!

Tot mijn grote verbazing en voldoening koos zij uiteindelijk toch een plekje in mijn nabijheid. Op een dag kwam ik thuis en vond haar bovenop mijn koffer, die op een stoel in de slaapkamer lag. Het deksel was niet helemaal dichtgeritst, dus ze was behaaglijk naar beneden gezakt. De dagen erna was ze dag en nacht op dit plekje te vinden. “Ik heb nog wel ergens een oude koffer,” zei haar baasje toen zij ervan vernam. De mijne zou immers verdwijnen met mijn vertrek!