Goeiemorgen!

Lily is niet altijd de gemakkelijkste om op te passen…. Dit komt vooral, omdat zij een nachtelijke miauwer is. Ik zou niet zo gauw weten waarom ze dat doet, want er zit altijd voer in haar bakje. Voorheen was het erger, maar toen was het te verklaren: haar maatje Suus net overleden. Het geluid galmde door het trappenhuis, zo luid dat ik bang was dat de buren hun beklag zouden komen doen! Maar dat is nooit gebeurd, en inmiddels lijkt Lily eraan gewend te zijn een kat alleen te zijn!
Alleen die nachten, die lijken toch nog steeds te lang te duren naar haar zin. Het liefst komt ze nog voor het krieken van de dag bij mijn hoofdkussen staan, om te miauwen op een manier die het midden houdt tussen bozig en klagelijk. Omdat ik heb geleerd dat ongewenst gedrag van katten genegeerd dient te worden, omdat het tegendeel een bevestiging is, probeer ik dat altijd keurig netjes vol te houden. Maar Lily is ook niet van gisteren: na een tijdje is ze het wachten zat en begint ze ongeduldig met een pootje tegen mijn hoofd te tikken. Is ze me toch te slim af geweest; helaas kan ik hierop niet anders reageren dan haar de toegang tot de slaapkamer te ontzeggen. In tegenstelling tot haar, kan ik niet de hele dag opgekruld op de bank liggen dutten! Soms werkt de tactiek van buitensluiting, maar niet altijd: dan blijft ze me beledigd van de andere kant van de deur toemiauwen. Het gebeurt niet vaak, maar als het echt te lang duurt, dan zorg ik ervoor dat ze ook niet op de overloop kan komen. Om een of andere reden hoor ik haar als ze beneden in de woonkamer moet blijven niet lang meer. Ze is dan nog wel dichtbij genoeg om haar te kunnen horen, maar toch lijkt ze er dan snel mee te stoppen. Misschien is het haar dan duidelijk dat het mij menens is? 

Gelukkig word ik de ochtend erop altijd weer met enthousiasme onthaald. Ze miauwt me kittig toe, alsof ze wil zeggen: “Nou, hèhè, ben je daar dan eindelijk” Dan drentelt ze eerst naar haar favoriete krabpaal, om een aantal maal haar nagels erlangs te halen. Vervolgens is het tijd voor onze ochtenddans. Ze loopt me zo nauwgezet voor de voeten, het lijkt wel een tango! Als mijn rechterbeen naar voren gaat, schiet zij voor mijn linkervoet. Als mijn linkervoet naar voren gaat, verplaatst zij zich naar rechts. Bij elke pas moet ik mijn best doen, haar niet te schoppen of over haar te struikelen!
Mijn eerste goede daad van de dag is, haar te verwennen met haar favoriete hapje. De rust keert daarna snel weer. Maar pas echt ontspannen doet ze, als ik ga zitten voor mijn ontbijt. Daar gaat ze lekker voor liggen! Alsof ze weet, dat haar dag dan ook kan beginnen! 

Het leven begint bij vijftien (als je een kat bent)

Toen Tonguç 15 was, begon ze plotseling ander gedrag te vertonen. Geboren in de straten van Istanbul was ze ooit liefdevol opgenomen door haar baasje en meegenomen naar het eiland Büyükada. Daar had ze een heerlijk leventje: een dak boven het hoofd, altijd eten en vers water in haar bakje en een weelderige tuin om in te ravotten. Maar dat ravotten, dat deed Tonguç niet echt, want ze was een beetje een huismus. Zodra ze het huis had verlaten, wilde ze meestal niet lang erna weer terug naar binnen! Gedenkwaardig was de zomer tijdens welke ik een online yogacursus deed en zij haar plek op mijn schoot claimde, terwijl ik… trachtte te mediteren!

Samen op de yogamat

Bij terugkeer, een jaar later, viel haar afwezigheid in huis dan ook gelijk op. Voorheen draaide zij al snel miauwend om mijn benen heen: “Hallo, ik ben hier! Ik ben hier! Heb je me wel gezien? Til me eens op!!” En dan moest er geknuffeld en gekroeld worden, want aandacht was alles voor haar.
Geen wonder dat ik met stomheid geslagen was, toen haar baasje uitlegde wat de oorzaak van haar afwezigheid was. Tonguç woonde nu buiten en kwam alleen af en toe binnen om een hapje te eten. “Ik snap het wel, het is in huis veel te warm voor haar,” legde zij uit. Het verbaasde mij toch, want elke keer dat ik had opgepast was het zomer, dus heet geweest. Dit was een radicale ommekeer en nadat ik eerst ‘hoe ouder hoe gekker’ lachte, veranderde ik al snel van gedachten. Vanaf het balkon kon ik namelijk precies zien wat zij op haar nieuwe stekje deed. Dat ze daar een plekje in de schaduw had om heerlijk te dutten, was al snel duidelijk. Maar zodra ik met mijn eigen ogen zag, hoe zij haar tijd vulde, begreep ik het pas echt. Ondanks haar respectabele leeftijd was Tonguç namelijk nog steeds een schoonheid. Veel eilandbezoekers beschouwen de lokale katten als een toeristische bezienswaardigheid en dat resulteerde in heel veel aandacht voor haar. Zodra er contact gelegd was – meestal doordat iemand op zoetgevooisde toon een opmerking over haar uiterlijk maakte waarna er oogcontact tot stand kwam – begon het gekroel. Meestal met meisjes van alle leeftijden, maar ook mannen waren niet ongevoelig voor haar charmes! Soms kreeg ze zelfs een handje kattenbrokjes cadeau, maar daar was het haar helemaal niet om te doen. Het was wel de reden dat haar zoon, een stoere kater, haar begon te vergezellen in het geflirt, maar het ging haar puur om de aandacht. 
Na een poosje aaien, loopt zelfs de meest doorgewinterde kattenvriend weer verder. Gelukkig voor Tonguç duurde het doorgaans niet lang, voordat de volgende kandidaat van zijn fiets stapte om haar persoonlijk te
begroeten. 

Koningin van de tuin

Niets mis met ouder worden, het leven van een kat begint immers pas bij vijftien! 

Een zwaar leven

Het valt niet altijd mee een onderhouden kat te zijn, zeker in een wereld waar veel soortgenoten op straat leven en hun kostje zelf bij elkaar moeten scharrelen. Zelfs als zij driemaal daags een maaltijd mogen ontvangen van een welwillende huizenbezitter! Vaak heb ik mij afgevraagd of de ‘huiskatten’ als minder worden aangezien door hun buitenlevende broeders en zusters. De manier waarop mijn protegeetjes zich een weg naar buiten baanden, manmoedig tussen de miauwende hongerlappen doorlopend; het was te grappig om te zien hoe ze daar allemaal verschillend op reageren! 

ÇıtÇıt deed het gewoon! Weliswaar geïrriteerd mauwend, en onderweg her en der een corrigerende tik uitdelend aan overmoedige, brutale jongelingen; doelbewust vervolgde hij zijn pad. Kitty, met haar talent onzichtbaar te zijn, deed het in feite ook zo, minus het commentaar en de klappen. Hitler is een grote jongen, hij gaat zijn eigen gang en de eerste kat die een poot naar hem durft uit te steken moet ik nog tegenkomen! Tonguç begon er meestal niet eens aan. Als zij een blik richting achterdeur wierp en daar iets wat maar enigszins op een andere kat leek ontwaarde, hoefde het voor haar niet meer. Dan liep zij naar de voordeur, om daar net zo lang te wachten tot ik haar via die weg naar buiten liet! Jerry was voorzichtig. Hij koos zijn moment, bijvoorbeeld als de tuinkatten net zaten te eten. Dan huppelde hij opgewekt langs ze, hoewel nooit zonder naar ze te miauwen. “Dat het maar mag smaken, vrienden!” vermoed ik dat hij ze blijmoedig toeriep. 

Yeter, de tuin overziend vanaf een veilige hoogte..

Yeter was een heel ander verhaal. Bij de eerste ontmoeting, drie jaar eerder, kwam zij ook graag in de tuin. Dat hield in haar geval in, dat ze thuiskwam om te eten en te slapen en verder altijd buiten was. Dat was nu anders; ze was nagenoeg altijd binnen. Volgens haar baasje omdat ze bang was voor Lily, een van de kittens van een jaar eerder. Inmiddels uitgegroeid tot een stevige jongedame, grappig en brutaal. De enige die er elke dag wel een keertje in slaagde de keuken in te glippen en uit het bakje van de huiskatten te snoepen. En als zij de kans kreeg: nieuwsgierig een rondje door het huis te lopen om te kijken wat daar allemaal te zien was! 

Lily, slapend met een oog half open.

Maar tegen de arme Yeter was zij helemaal niet zo lief. Die wist uit nervositeit niet zo goed hoe ze zich onzichtbaar moest maken bij het betreden van de tuin. Ze durfde sowieso alleen maar als er geen andere katten op het hoger gelegen terras waren. Maar terwijl zij haar weg vervolgde, moest ze om een of andere reden toch de aandacht naar zich toe trekken door zachtjes te miauwen. “Sla mij alsjeblieft niet, ik ben een lief poesje,” zou ze zomaar gezegd kunnen hebben. En voor ze wist wat haar overkwam: daar was Lily, en weg was Yeter. Ze liet zich letterlijk wegjagen en gelukkig was zij snel: in een zucht naar de bodem van de tuin, de boom in en de muur over, naar een ander territorium. Later was het geen eenvoudige taak haar weer naar binnen te lokken. Bij de buren was het veilig want rustig, maar de eigen tuin was drukbevolkt met katten die op hun maaltje wachten. Yeter beetpakken en mee naar binnen dragen was geen optie vanwege haar angstige persoonlijkheid. Het zou haar alleen maar banger gemaakt hebben. Het was een simpele kwestie van het poezenvolk afleiden op de meest geschikte manier: met eten. En zo de gelegenheid te creëren voor de verlegen dame om weer veilig terug naar huis te keren.

Je wordt ouder Donna!

Haar baasje had me al gewaarschuwd: de trimmer is langsgeweest. Omdat Donna haar de laatste tijd niet toestond de klitten aan de achterkant van haar lijfje eruit te halen vanwege haar artrose, had zij die taak ditmaal aan een ander overgelaten.
Ze had geen woord te veel gezegd; het zag er inderdaad niet fraai uit!
Eerlijk gezegd schrok ik er een beetje van. Behalve dat haar achterpootjes nu duidelijk zichtbaar krom bleken als gevolg van de artrose, was de normaliter dikke vacht op heuphoogte gemillimeterd. En niet bepaald symmetrisch!  De aandoening was al duidelijk te zien als zij liep, nu oogde zij ontegenzeggelijk als een poes op leeftijd: “Je wordt ouder Donna, geef het maar toe,” zong Peter Koelewijn in mijn hoofd. Ze liep dan ook beduidend slechter. Waar ze vroeger altijd lichtvoetig en parmantig over de tegels heen trippelde, klonk dat geluid nu veel zwaarder. Ze had nog zeker genoeg pit om van bank en bed af te springen, maar het ging allemaal wat minder soepel dan voorheen. 

Oh Donna!

De gereserveerde verlegenheid was er nog steeds. Me bovenaan de trap opwachten en zachtjes miauwen, op precies dezelfde manier als wanneer ik een gesprekje met haar aan trachtte te knopen, die rituelen waren gebleven. Maar ze leek meer te kunnen genieten van liefkozingen: kriebelen in haar nekje of bij de aanhechting van haar staart. Dan strekte ze vol genot haar achterpootjes, hoewel ze dat niet lang volhield. Na verloop van tijd konden de door de artrose aangetaste botten haar gewicht niet langer dragen en ging ze erbij liggen. En daarin zag ik een duidelijk verschil met voorheen: ze kwam dan vlak naast me liggen en het duurde een lange tijd voordat ze weer van mij vandaag ging. Terwijl ze er altijd voor leek te waken een zekere afstand te bewaren. “Want je bent nog snel, maar bent eerder moe,” neuriede Peter Koelewijn weer door mijn hoofd, terwijl Donna ijverig spinde. 

Mooi meisje

Mooja deed haar naam aan wat mij betreft. Ik hoorde het woord ‘mooi’ erin en ik vond haar beeldschoon. Een Blauwe Russin met een parmantig rood sjaaltje aan haar bandje geknoopt. Het ding leek haar, in tegenstelling tot veel andere katten, niet te deren: nooit zag ik haar eraan krabben of pogingen wagen het te verwijderen. Alsof ze wist hoe goed het haar stond! 

Ze was een van de katten waar ik op het eerste gezicht al een zwak voor had. Misschien was het omdat ze bij de kennismaking eerst gezellig naast me kwam zitten op de bank, om zich vervolgens volledig gestrekt op het vloerkleed te vleien om haar fluweelzachte buik ten toon te spreiden! 

Mooja’s fluweelzachte buik

Zodra haar baasje was vertrokken, en we samen overbleven, liet ze toch een wat andere kant van zichzelf zien. De nieuwsgierigheid was er nog wel, die ik ontwaarde doordat ze elke keer als ik thuiskwam me met grote ogen bovenaan de trap opwachtte. Maar tijdens de eerste week was ik vooral op mijn eigen gezelschap aangewezen. Na de dagelijkse begroeting verdween ze vervolgens naar een andere kamer om daar op een van haar lievelingsplekjes te gaan liggen; de bureaustoel in de slaapkamer, bovenop de hoogslaper of op het aquarium. De vissen vertoonden geen enkele ongerustheid, en ik snapte wel waarom het plekje haar zo bekoorde: het was er heerlijk warm. 
Omdat onze band zich niet meteen ontwikkelde, besloot ik wat oude trucjes uit de kast te halen. Een dagelijkse borstelbeurt deed haar smelten als sneeuw in de zon. Terwijl ze in eerste instantie aan de aanraking leek te moeten wennen, nam ze uiteindelijk uitgestrekt plaats op het kleed. Zo kon ik elke centimeter van haar prachtige vacht borstelen, terwijl ze spinde dat het een lieve lust was. Af en toe draaide ze zich om zodat ik alle stukjes van haar schitterende vacht wist te bereiken.  

Een ander succesrecept was het speeltje met catnip. Ook daar gooide ik hoge ogen mee, maar dat zal niemand verbazen. Het muisje dat bij de bestelling werd geleverd, viel ook in de smaak. Ze liet het ding alle hoeken van de kamer zien, alsof het een levend dier betrof! 

Nieuw favoriet speelgoed

Snel waren we dikke vrienden. Ze begroette me niet alleen bij thuiskomst, ze begon me ook gezelschap te houden. Als ik aan tafel zat lag zij op het kleed, als ik op de bank plaatsnam deed zij dat ook en ’s nachts lag ze op mijn voeteneinde. Een heerlijk communicatief diertje dat tegen me mauwde zodra ik haar aankeek. Het luide gespin begon al zodra ze naast me kwam zitten, anticiperend op het aaien en kriebelen waarvan zij wist dat zij dat weldra zou ontvangen. 
Maar aan elke sit komt een eind. Omdat haar baasje pas laat die avond thuis zou komen, zorgde ik ervoor dat zij tot die tijd alles had wat haar hartje begeerde. Daarna aaide ik haar nog een laatste keer over haar bol, liep de trap af en deed de voordeur achter mij dicht. 

Met zijn vieren

Hoe meer katten hoe beter is mijn devies! Het brengt misschien wat meer schoonmaakwerk met zich mee, maar ik geniet ervan hoe de persoonlijkheden van de diverse poezen tot hun recht komen in een groter gezelschap. Mogelijk omdat elk karakter contrasteert aan die van de anderen. Een grote kattenfamilie is als de cast van een toneelstuk waar ik onophoudelijk naar kan kijken! Niet voor niets staat het doen van vrijwilligerswerk in een kattenkolonie hoog op mijn verlanglijstje. 

Steeds als ik in de gelegenheid ben op meer dan (pakweg) twee poezen te passen, klopt mijn hart een beetje sneller. Zoals een sit bij Toga, Cheetara en Vitorio, drie Braziliaanse katten die samen met hun baasjes naar Nederland verkasten. Bij binnenkomst ademt het huis ‘poezenfamilie’ uit; overal kussentjes en mandjes waar ze kunnen vertoeven. Op de vensterbank, bovenop een kast, waarvandaan de gehele ruimte kan worden overzien. Maar ook plekjes om zich in alle rust terug te trekken. Vitorio kijkt me vanaf zijn uitkijkpunt nieuwsgierig aan, en snuffelt enthousiast aan mijn uitgestoken hand. In een mum van tijd heb ik een nieuwe vriend gemaakt. 
Ook met Toga gaat het leggen van contact onverwachts gemakkelijk. Hij is een heer op leeftijd, die wat stijfjes loopt en je aankijkt of hij chagrijnig is. Maar als ik ’s avonds rustig met Vitorio op schoot op de bank zit, komt hij polshoogte nemen. Het is duidelijk dat hij liefst op mijn schoot zou komen zitten, maar dat gaat niet: zijn huisgenootje neemt alle ruimte in beslag. Toga neemt genoegen met het plekje vlak naast me, op de armleuning van de bank. Mijn poezenmoederhart klopt blij!

Het past maar net: Vitorio, Toga en ik

Cheetara is echter een heel ander verhaal. Baasje Louise liet me al weten dat zij extreem verlegen is en zich doorgaans na verloop van een paar dagen pas laat zien. Omdat deze sit maar voor vier dagen gepland is, spant het erom of ik überhaupt kennis met haar zal maken. Haar domein is de zolder, het gezellige atelier van haar baasje. Dat weet ik, omdat die me dat vertelt als ik haar ongerust laat weten dat Cheetara in geen velden of wegen te bekennen is! Genoeg hoekjes waar ze zich daar kan verschansen. 
Als ik aan het einde van de eerste dag op zolder een boek lees, neem ik haar voederbakje gevuld met vlees mee naar boven. Vanaf de bank zie ik haar niet, maar ik hoor overduidelijk hoe zij zich eraan te goed doet! Als ik wat later op sta, is het bakje keurig schoongelikt! 
Op de laatste avond is het zover. Terwijl ik in de woonkamer zit, komt er plotseling een bliksemflits langs: het is Cheetara, op zoek naar een lekker hapje. Zodra ik in beweging kom, maakt zij zich uit de voeten; de kamer uit en de trap op. Ik controleer de bakjes van de poezen en houd me stil. Ze komt inderdaad terug en begint met me te communiceren. Ze loopt heen en weer, houdt me in de gaten en miauwt dat het een lieve lust is. Rustig en vriendelijk praat ik terug, niet helemaal zeker wat ze nu wil. Niet veel later springt ze naast me op de bank. Ze heeft onvoldoende rust om naast me te komen zitten, maar nieuwsgierig is ze wel. Ze snuffelt behoedzaam aan mijn uitgestoken hand, maar komt niet zo dichtbij dat ik haar kan aaien. Tenminste; niet gelijk. Na een kort spel van benaderen en terugtrekken, staat ze me toch toe dat ik haar in haar hals kriebel… en geniet ervan. Uiteindelijk ga ik veel later naar bed dan gepland, omdat ze toch naast me komt liggen, uitgebreid genietend van de liefkozingen. 

Cheetara’s overgave

Als ik de foto de dag erop aan haar baasje stuur, is ze onder de indruk: “Wow, zo snel! Je moet wel een kattenfluisteraar zijn!”
En laat ik dat nou altijd al hebben willen zijn!

Oudejaarsnacht

“Zorg dat Penny om tien uur binnen is, als ze buiten is op het moment dat het vuurwerk losbarst rent ze misschien uit angst weg”. Dat was het verzoek van haar baasje, maar de lokale jongeren vonden zeven uur een geschikter tijdstip. Misschien voor de hand liggend, met het oog op het van kracht zijnde vuurwerkverbod aan het einde van 2020. Je steekt het af wanneer je in de gelegenheid bent. 


Alleen: waar was Penny op dat moment? Onmiddellijk begon ik haar te zoeken op haar gewoonlijke plekjes. Het kleine mandje in de badkamer naast de verwarming was leeg. Ze lag ook niet op het grote bed, achter het hoofdkussen verscholen, noch in de studeerkamer op de bureaustoel. Dus trok ik mijn schoenen aan en draaide een sjaal om mijn hals tegen de ergste kou om haar buiten te gaan zoeken. De tuin baadde in licht dankzij de buitenverlichting. Zo kon ik in ieder geval in één oogopslag zien dat Penny hier niet was. De brandgang achter de tuin was een ander verhaal. Hier was geen verlichting en het was er aardedonker. Met behulp van het lampje op mijn mobiel kon ik om me heen kijken om haar zoeken. Ik riep haar naam een paar keer. Er was niets of niemand te zien, ook geen kat. Een blok verderop klonken harde knallen. Waar kon Penny zijn? 

Een van Penny’s favoriete plekjes

Ik moest denken aan de kat van een vriendin, die in de straat heel geliefd bleek te zijn toen zijn baasje zich bij de buurt-appgroep aansloot. “Het leukste katertje ooit,” zo bleek hij onder meer bekend te staan. Alleen was Penny niet zo’n amicaal type. Ze was weliswaar vriendelijk, maar ook gereserveerd. Al helemaal geen schootkat, dus ik kon me niet voorstellen dat zij bij de buren binnen zat. 

Ongerust ging ik terug naar binnen, het huis in. Ik nam me voor het los te laten. Penny zou zelf wel terugkomen als het rustig bleef, of als ze honger kreeg, zo hoopte ik. Als ik in de keuken bezig was, kwam zij me meestal gezelschap houden omdat ze wist dat ze dan meestal een lekkernij kreeg. Om dat te bewerkstelligen, cirkelde ze om mijn voeten heen om ze innig kopjes te geven… 
In de hoop dat ze thuis zou komen, nam ik de taak op me het aanrecht schoon te maken. Maar ze kwam niet en het onbestemde gevoel in mijn buik bleef. In de tuin geen enkele beweging. Ik moest iets doen, dus ik trok mijn schoenen weer aan en deed mijn sjaal weer om. 
Nog steeds niets of niemand in de brandgang achter het huizenblok, geen enkele beweging, toch liep ik een aantal keer op en neer, met mijn lampje alle kanten op schijnend. En plots zag ik haar! Ze zat op een muurtje, verscholen tussen de takken. Ze keek angstig. Ik sprak op geruststellende toon tegen haar; ze bleef zitten alsof ze een standbeeld was. Tijd om tot actie over te gaan, in de verte ging het geknal onverminderd door. Behoedzaam pakte ik haar beet en hield haar tegen mij aan. Tot mijn verbazing en opluchting gaf ze geen sjoege , terwijl ik had verwacht dat ze me zou krabben. In plaats daarvan liet ze zich gewillig meedragen. Als ze in paniek weggevlucht zou zijn, waren we nog verder van huis geweest! Ik hield haar veiig tegen mijn borst terwijl ik op geruststellende toon tegen haar sprak. Eenmaal binnen vluchtte ze het halletje voor het toilet in, waarschijnlijk vanwege de afwezigheid van ramen. Ik voelde een diep medelijden voor haar, ze was overduidelijk doodsbang: ze liep niet, maar kroop, haar lijfje zo dicht mogelijk bij de vloer. Ik barricadeerde voor alle zekerheid haar kattenluik om me ervan te vergewissen dat ze niet meer naar buiten kon. 


Een uur later zat zij nog op hetzelfde plekje. Later op de avond was ze echter weer verdwenen! Ik moest goed zoeken voor ik haar vond; verscholen achter de printertafel in de studeerkamer. Daarna liet ik haar verder met rust. Ze zocht ook geen aanspraak. 

Als ik ’s nachts opsta om water te drinken, kom ik haar gelukkig tegen. De rust is dan inmiddels wedergekeerd in de stad. 

Laat me alleen

Bij de allereerste sit was Lily niet zichzelf. Het verschil kon ik zelf natuurlijk niet zien, maar zo werd het mij verteld. Haar maatje-sinds-jaren Suus was niet lang daarvoor overleden. Katten blijken namelijk echt te kunnen rouwen. Gedurende de periode dat ik op Lily mocht passen, uitte zich dat in een verminderde eetlust en excessief nachtelijk miauwen. Zo luid, dat ik bang was dat ze ook de buren wakker zou maken! Haar vocaliteit kon erop duiden dat ze haar vriendinnetje zocht. Ze ging meestal op de overloop staan, pal onder het luik naar de zolder. Misschien omdat het zo lekker galmde, of wellicht dacht ze dat Suus zich daar verschanst had? Het was in elk geval duidelijk dat er iets aan de hand was. 

Haar baasje besloot na enig wikken en wegen nieuw gezelschap voor Lily te zoeken, zodat zij zich niet eenzaam meer hoefde te voelen. Via-via vond zij een tweede Heilige Birmaan, met een even zachte vacht en schitterende ogen. Een prachtig stel! 
Liefde op het eerste gezicht was het echter niet. Dat zou ook wat teveel te verwachten zijn, want de verstandhouding tussen katten is meestal een precaire balans tussen twee (of meer) solitaire dieren. Lily was al die jaren aan een andere poes gewend geweest, zou het met deze ook lukken? 
De eerste tekenen duidden op een voorzichtig tolereren, tenminste, zolang de kleine maar niet te dicht bij de grote in de buurt kwam! Tijdens de eerste sit op beide poezen maakte Lily een chagrijnige indruk. Poppy was nog jong en wilde graag aandacht en samen spelen. Lily had daar eerder al minder animo voor, maar leek zich nu terug te trekken. Terwijl ik de kleine de aandacht gaf waar ze van genoot, meende ik te zien dat haar huisgenote tussen haar oogharen door pissig naar ons staarde. Als zij dezelfde aandacht aangeboden kreeg, ging zij er niet op in. 

Poppy speelt

Enkele maanden later was de situatie nog niet verbeterd. In tegendeel: Lily bleek Poppy steeds minder goed te kunnen velen. Ze verdroeg haar niet om zich heen, wat tot gevolg had dat er alleen overdag geen vuiltje aan de lucht was omdat zij dan sliep. Maar ’s nachts kwam het voor dat ze Poppy belaagde. Hun baasje nam een kattentherapeute in de arm, die concludeerde dat Lily ruimte nodig had om haar huisgenootje te kunnen ontlopen. De kleine leek echt wel wat angstig te zijn, dus dat moest goed in de gaten gehouden worden. 

Helaas is dit geen verhaal met een onverdeeld happy end. Het kwam weliswaar allemaal goed, maar alleen doordat de poesjes van elkaar gescheiden werden. Fijn voor Lily, die eindelijk weer rust had. Zuur voor Poppy, omdat ze voor de tweede keer in een relatief korte periode herplaatst moest worden. Gelukkig kwam ze dit keer op een plekje waar ze zich wel fijn voelde. En zo kwam het uiteindelijk toch nog allemaal goed!