Freya’s katten: Bygul & Trjegul

Om maar te beginnen met het uit de weg ruimen van een algemeen voorkomende vergissing: Noorse mythologie bestaat niet. In plaats daarvan gaat het in betreffende vertellingen over Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden en hun overzeese gebieden, waaronder de Faeröer en Groenland: de Noordse landen.

Bij het lezen van de oude verhalen in een hedendaags jasje in het boek ‘Noorse Goden’ van de hand van meesterverteller Neil Gaiman, raakte ik niet alleen meegesleept door diens vertelkunst, ik werd mij er ook van bewust dat in de wereld der goden alles mogelijk is. Zo laat godin van vruchtbaarheid en liefde Freya zich verplaatsen in een door katten voortgetrokken strijdwagen. Zij was namelijk niet alleen mooi, maar ook strijdbaar: regelmatig vocht zij een robbertje mee in veldslagen.
Maar kunnen twee poesjes een – weliswaar goddelijke – volwassen vrouw op eigen kracht van A naar B brengen? Wellicht met behulp van de aanraking met de hand van een god! Maar gezien het gegeven dat Frey door een zwijn en Thor door geiten werd voortgetrokken, moeten we daar misschien niet al te lang bij stilstaan.

Freyja's fressa: A car drawn by cats?
Freya’s strijdwagen

Volgens een Russische vertelling waren Freya’s katten een cadeau van dondergod Thor. Nadat hij tijdens het vissen in slaap was gevallen, werd hij ruw gewekt door een vreselijk geluid. Het bleek de magische kat Bayun te zijn, die zijn twee kittens met moeite in slaap had gezongen. Omdat de moeder van de twee kleintjes hem verlaten had, was hij een alleenstaande vader. Hij vroeg om Thor’s hulp en zo kwam die op het idee de kittens aan Freya te schenken. Hierna veranderde Bayun in een vogel en vloog weg. De kittens kwamen onder Freya’s hoede en groeiden op tot de katten die haar strijdwagen trokken: Bygul en Trjegul.

Liefde volhardt

Er was een tijd, dat ik ervan overtuigd was dat Loca een hekel aan mij had. Het bleek uit bijna alles; zowel uit wat hij deed als uit wat hij liet. Aanvankelijk leek hij wel nieuwsgierig te zijn naar de nieuwe oppas. Maar doordat hij slechts aan mijn hand snuffelde om vervolgens met een smalende blik zijn weg te vervolgen, vreesde ik gewogen en te licht bevonden te zijn… Niet op schoot zittende katten komen wel vaker voor, maar absoluut geen interesse in aandacht? Een zeldzaamheid!

Bij de tweede keer oppassen, een lange sit van een maand, was ik vastberaden zijn hart te stelen. Behalve elke dag spelen en borstelen had ik geen vast omlijnd plan. ‘God zegene de greep’, dacht ik, met liefde voor katten en doorzettingsvermogen kom ik vast een heel eind!

Het borstelen ging dan ook prima, zodra ik met de behoorlijke ruwe borstel Loca’s dikke vacht begon te bewerken lag hij bijna te kronkelen van genot! Hij zakte door zijn pootjes, soms met zijn bips omhoog en knorde dat het een lieve lust was. Binnen enkele dagen klopte ik mijzelf op de borst omdat ik dacht ik dat de strijd gewonnen was. Mis!
Op de derde oppasdag kwam ik ’s avonds rond middernacht thuis. De volgende ochtend moest ik vroeg op, dus ik keek uit naar een warm, zacht bed. Zodra het licht in de slaapkamer aanging zag ik wat er gebeurd was: iemand had een dikke drol op het dekbed gedeponeerd… Gelukkig lag er een laken tegen de poezenharen bovenop, zodat het slechts een kwestie van drolruimen en overtrek in de wasmachine gooien was!

Het leverde mij wel een extra kopzorg op: wat mist dit poesje nu eigenlijk? Het antwoord was natuurlijk: zijn baasje. En eerlijk gezegd wist ik ook niet wat ik meer kon doen om zijn hart te stelen. Dus deed ik het enige wat ik kon bedenken: volharden. Ik bleef elke dag borstelen. De behandeling werd elke dag met evenveel enthousiasme begroet. Het spelen kwam niet echt van de grond, maar naarmate de sit vorderde kwamen de katten uit zichzelf meer in beweging. Misschien moesten zij ook aan mij wennen?

Loca met zijn nieuwe lievelingsspeeltje

Uiteindelijk is het me toch gelukt! Een hard bewijs voor deze aanname heb ik niet, maar ik denk dat het is gekomen doordat ik een cadeautje voor Loca en zijn vriendinnetje Izzy heb gekocht. Dit presentje was een schot in de roos! Een simpel lapje hazenbont met wat fazantenveertjes eraan genaaid, gevuld met valeriaan leidde tot aandoenlijke taferelen. Aan het einde van de sit, een maand later, werd er nog enthousiast mee gerollebold. En van lieverlee merkte ik ook dat Loca ontdooide. Hij keek me aan met een open blik, aaien mocht nu wel en hij zag er zelfs geen bezwaar in zich aan mijn voeten te nestelen als ik ’s avonds in een stoel zat. Het grootste bewijs van alles, was wel dat ik ’s nachts wakker werd van een zwaar gewicht op mijn voeten: dat van Loca.


Het is waar; liefde volhardt. Ook liefde voor katten.

De kat getransformeerd tot vrouw

Als er een kunstenaar is die veelvuldig gebruik maakte van dieren in zijn werken dan is het Marc Chagall wel. Zelf was hij van kinds af aan bijzonder verlegen, wat als verklaring wordt gebruikt voor zijn voorkeur voor zachte, of zelfs kwetsbare dieren: ezeltjes, kalfjes, geiten, lammetjes en nog veel meer.
Wellicht leidt het in 1926 ook wel tot een uitnodiging een klassieker uit de Franse literatuur te illustreren: de Fabels van Jean de la Fontaine. Opdrachtgever Ambroise Vollard, die in Frankrijk bekritiseerd werd voor het niet kiezen van een landgenoot voor de opdracht. Hij zag in elk geval dat Chagall en De La Fontaine hetzelfde gevoel voor esthetiek bezaten. Beiden bezaten het talent tegelijkertijd ‘naief en subtiel, realistisch en fantasierijk’ te zijn.
Het werk “De kat getransformeerd tot vrouw” spreekt mij enorm aan. De verhaallijn beschrijft een man die zoveel van zijn kat houdt, dat hij de ideale vrouw in haar meent te herkennen. Mensen die zich identificeren met hun huisdier, dat komt wel vaker voor. Maar ook mensen die hun geliefden willen veranderen in iets wat zij niet zijn gebeurt regelmatig in relaties. In De la Fontaine’s fabel lijkt alles goed te gaan, totdat… er een muis de revue passeert. Dan doet de vrouw des huizes wat een dame niet hoort te doen en meestal ook niet zal durven: de muis achterna jagen. Een kat verliest misschien wel haar haren, maar niet haar streken!

De kat getransformeerd tot vrouw

Bedtijd

Izzy is een elegante schoonheid die vaak enigszins schichtig uit haar ogen kijkt. Bij de allereerste kennismaking had ze zich onder het dekbed van haar baasjes verschanst. De stofzuiger die eerder op de avond door het huis was gegaan, en daarna de deurbel toen ik mijzelf aanmeldde waren te veel van het goede voor haar.
Het duurde dan ook even voor ze zich voor mij openstelde tijdens de eerste sit: verder dan zich terloops over de bol laten aaien is het niet gekomen. Izzy is geen schootkat. Samen op de bank ging al ver genoeg.
Inmiddels zijn we een jaar verder en ik pas weer op Izzy en huisgenootje Loca. Veel is veranderd. Beide katten zijn een stuk toegankelijker, ieder op hun eigen manier. Loca en ik zijn nu maatjes. Met Izzy kon ik een jaar geleden al prima opschieten, maar ze is nog steeds snel angstig. Als ik bij thuiskomst de voordeur open, kijk ik vaak recht in haar verschrikte ogen. Dan schiet ze als een speer weg, meestal richting slaapkamer. Ik begroet beide katten zodra ik binnenkom door hun namen te noemen, en ik kijk altijd even waar ze zijn. Izzy kijkt me dan meestal vanachter het bed, de bank of onder de tafel vandaan aan. Doorgaans is ze een rustig poesje, wiens aanwezigheid je bijna zou vergeten.

Izzy rond bedtijd

Totdat het avond is! Meestal slaapt ze het grootste deel van de dag op een van haar favoriete plekjes: op de hoek van de bank of op het voeteneinde van het bed. Maar zodra ik op sta om mijn tanden te gaan poetsen voor het naar bed gaan, is het raak: Izzy wordt wild! Ze springt op, miauwt luidkeels, en begint als een raket door het appartement te schieten. Dit houdt ze de hele tijd vol terwijl ik me voorbereid om naar bed te gaan. Het lijkt erop dat ze zich ervan bewust is dat het tijd is om te gaan slapen, want als ik de slaapkamer betreed om mijn pyjama aan kom trekken, zit ze me daar meestal al op te wachten. Meestal spreek ik haar dan alvast bemoedigend toe: “Ga je ook lekker slapen meissie? Ga maar alvast lekker liggen, ik kom zo!”
Wat ze dus niet doet! In plaats daarvan schiet ze een aantal malen luidkeels miauwend heen en weer over het bed, routineus mijn hand ontwijkend als ik die uitsteek om haar te strelen. Als ik nog wat lees voor het slapengaan loopt ze een paar keer over mij heen. Het verwart me, omdat het erop lijkt dat ze op mijn schoot wil komen zitten. Maar dat gebeurt echter nooit!
Op aanbevelen van haar baasje probeer ik altijd nog wat met haar te spelen voor ik het licht uitdoe. Zelf gebruiken zij een lange veter om haar mee te entertainen, maar bij mij taalt zij er in het geheel niet naar. Het lijkt wel alsof ze het ding niet eens ziet! Dagelijks probeer ik het weer even, om het vervolgens even snel weer op te geven. Voor mij is het immers bedtijd. Het heeft gelukkig ook niet lang geduurd voor ik wist hoe Izzy tot rust kwam: gewoon door het licht uit te doen en zelf te gaan liggen. Het goede voorbeeld geven, in feite. Meestal zie ik haar dan in het donker nog van een eindje vandaan naar mij staren.  Soms loopt ze een paar keer vlak langs mijn gezicht, alsof ze wil controleren of het echt al bedtijd is. Vervolgens verdwijnt ze naar het uiterste hoekje van het voeteinde; een van haar favoriete plekjes.

Delilah

Van de film Bohemian Rhapsody leerde ik vooral, dat Freddie Mercury en ik iets gemeen hebben: een grote liefde voor katten. Het nummer Delilah, genoemd naar zijn lievelinge, mag dan niet het meest briljante zijn dat Queen ooit voortbracht, als kattenliefhebber kan ik mij natuurlijk helemaal vinden in de tekst! Het maakt niet uit wat de poes doet, van haar houden doen we toch wel. Dat de leden van mijn favoriete band ooit in koor miauwen tegen het eind van het nummer is een extra bonus!

Wie Bohemian Rhapsody zag weet welke discussies de bandleden voerden over de inbreng van nummers op hun albums. Het mag dan ook niet verbazen dat onderstaande discussie tussen de reacties op de video te vinden is:
Freddie: Hey guys I wrote a song about my cat. Can we put it on the album?
Roger: No
Brian: Says the man who wrote a song called I’m In Love With My Car.
John: Let the man have his song about his damn cat, Roger.

En zo geschiedde.

Afbeeldingsresultaat voor freddie and delilah
Freddie met een van zijn lievelingen

Is genoeg echt genoeg?

Wie een zwak voor poezen heeft, is heel kwetsbaar in een omgeving waar veel straatkatten zijn. Enerzijds kan dat veel pittoreske plaatjes opleveren, maar wie verder kijkt dan zijn neus lang is, moet de keerzijde van de medaille ook zien: honger en ziekte onder de dieren.
Dat merkte ik tijdens een cat sit in Buyukada, een eiland van ruim vierkante kilometer in de Zee van Marmara, pal voor de kust van Istanbul. Het eiland is van oudsher een toevluchtsoord voor rijke Istanbulieten tijdens de hete zomers. Tegenwoordig is het er ook tjokvol met dagjesmensen, hoofdzakelijk Turken en Golfarabieren. Tijdens mijn verblijf reden die er vooral rond op met bloemetjes versierde fietsen of in een koetsje, fayton genaamd. Die zijn inmiddels afgeschaft en vervangen door een elektrische variant erop. Het fenomeen was al langere tijd aan kritiek onderhevig vanwege de slechte conditie waarin veel van de dieren zich verkeerden, de situatie was niet langer houdbaar na een uitbraak van de paardenpest.

De Voortuin Posse

Maar met uitzondering van een enkel pesterig jongetje dat meent dat het leuk of stoer is een kat te plagen, zag ik vooral medeleven. Een beeld dat me bij is gebleven, is dat van een meisje dat op een muurtje uit een waterflesje zat te drinken, en toen zij per ongeluk oogcontact maakte met de kat die naast haar zat, het dopje vulde om dat met hem te delen. Overal waren tekenen dat men zich het lot van de dieren aantrok: in de meeste straten stonden bakjes voer en water. Gastvrouw Tugba liep dagelijks een rondje over het eiland: ze wist precies waar katten zaten en gaf ieder een portie. Soms werden we aangesproken door bewoners: gelieve hier niet te voeren, daar wordt al voor gezorgd… Daarbij kregen ook de dieren die haar tuin bevolkten te eten: ik doopte ze de Voor- en de Achtertuin Posse. Rond voedertijd kon het er heftig aan toe gaan, de beesten maakten tweemaal daags een uitgehongerde indruk!
Door haar compassie met het lot van de dieren had Tugba uiteindelijk negen katten. Met slechts twee was ze naar het eiland getogen, inmiddels was het aantal uitgegroeid naar negen. ’s Zomers was dat een fluitje van een cent, omdat de katten zich dan hoofdzakelijk buiten bevonden. Ik kan me alleen maar voorstellen hoeveel werk het in de winter met zich meebrengt, wanneer alle poezen binnen op de bak gaan en op het meubilair liggen! Het mag dan ook niet verbazen dat de laatste aanwinst ‘Yeter’ was gedoopt, Turks voor genoeg! Of het haar zal lukken zich aan haar voornemen te houden, zal de toekomst uitwijzen!

Yeter: Wie kan hier nu ooit genoeg van hebben?

De katten van Matisse

Meerdere kunstenaars staan erom bekend dat zij kattenliefhebbers waren, Henri Matisse was een van hen. Terwijl de grootste liefde van zijn leven uiteindelijk de kunst was, liet hij slechts een gering aantal werken achter waarop katten een prominente rol innamen. De bekendste is wel die van zijn dochter Marguerite met een zwarte kat op schoot, mogelijk zijn favoriet La Puce.

Marguerite au chat noir – Henri Matisse (1910)

Wel bestaat er een groot aantal werken die aan Matisse worden toegeschreven, maar in werkelijkheid meer en minder goede imitaties zijn. Andere werken geven een knipoog naar de schilder, door bijvoorbeeld een kat toe te voegen aan een welbekend tafereel. Ziehier ‘Interieur, bocale de poissons rouges’ uit 1914, maar met toegevoegde zwarte kat van de hand van een onbekende schilder.

Afbeeldingsresultaat voor chat au poisson rouge matisse
Geen Matisse!

Uit de nadagen van zijn leven kennen wij ook een aantal foto’s van de artiest zelf met zijn lievelingen. Hij leverde een lange strijd met de ziekte kanker en was het laatste decennium van zijn leven aan bed gekluisterd. Veel van de foto’s stammen uit die periode. Menig kattenliefhebber weet heel goed wat een uitgelezen gezelschap de kat kan zijn! Naar verluidt voerde hij zijn favoriet La Puce zelfs brioches voor het ontbijt. De liefde zal ongetwijfeld tweerichtingsverkeer zijn geweest.

Afbeeldingsresultaat voor matisse cat
Matisse en muze

Liefde groeit

Cooper was een tijdlang enigste kat, maar uiteindelijk wilde zijn baasje toch een kitten erbij. Hij was namelijk een niet erg affectieve kat, schootje zitten was er niet bij en na twee keer aan je hand geroken te hebben was hij alweer met de Noorderzon vertrokken. Dus Morris kwam erbij, en dat was wel even slikken voor hem! Opeens was er dat kleine, oranje ding waar iedereen mee wegliep. Superschattig om te zien, en hij deed alles wat Cooper niet deed: op schoot zitten, spelen en kroelen. En op een of andere manier vond ik dat toch wel sneu voor hem. Ook een kat kan zijn persoonlijke historie hebben, en daar kan hij helemaal niks aan doen! Mogelijk was hij zelfs een beetje jaloers, want hij deed niet altijd even aardig tegen die kleine…
Katten kunnen wel degelijk emoties ervaren. Die hebben vaak te maken met het zich bedreigd voelen in het voorzien in de primaire behoeftes. Krijg ik wel genoeg te eten? Kan ik wel op mijn favoriete plekje liggen? Dat een kat een emotie als jaloezie zou ervaren, daar zet de wetenschap zijn vraagtekens bij.   

Inmiddels zijn we ruim een jaar verder, en Morrisje is een Morris geworden. Beide katten zijn inmiddels aan elkaar gewend. Die kleine heeft duidelijk leven in de brouwerij gebracht, zoveel is wel duidelijk. Af en toe laat hij zijn huisgenootje alle hoeken van de kamer zien, zo niet goedschiks dan wel kwaadschiks.

Maar de liefde… die is gegroeid.