Binnenland·Cat behaviour

De kat die ’s nacht miauwde

Sylvester is de kat met de luidste miauw die ik ooit hoorde. Echt gek is dat niet, want hij is namelijk doof.
Toeschietelijk is hij niet te noemen. Bij de eerste ontmoeting knielde ik behoedzaam bij hem neer. Mijn hand uitstekend bood ik hem zo de gelegenheid mij te leren kennen. Volgens baasje Jari moest ik oppassen, want Sylvester zou wel vaker onverwachts uithalen. Omdat ik zo voorzichtig te werk ging, dacht ik dat mij niets zou overkomen. Op het moment dat ik werd afgeleid door zijn andere baasje, kreeg ik een waarschuwende tik op de hand. Niet pijnlijk, wel venijnig. Een duidelijke waarschuwing in mijn ogen, het is mij alleen niet helemaal duidelijk waarvoor.

Sylvester ziet mij!


Een week is een relatief korte tijd voor een sit, waarmee ik erop doel dat het in dat tijdsbestek vaak niet lukt een band op te bouwen met een kat. Door zijn doofheid leek Sylvester mijn aanwezigheid vaak niet te bemerken. Nog nooit eerder maakte ik mee, dat een kat door bleef slapen als ik thuiskwam; het was duidelijk dat hij mijn komst niet opmerkte. Ook op het geluid van voer dat in een metalen bakje gedaan werd, reageerde hij niet. Hoewel het ook mogelijk was dat hij niet echt veel interesse in eten had. Vaak voelde ik me geroepen demonstratief zijn bakje aan hem te tonen, zodat hij wist dat het etenstijd was.
Sylvester was op dieet, want zijn baasjes waren bang dat hij dik zou worden. Zowel ’s morgens als ’s avonds een afgepaste hoeveelheid voer, gewogen op de keukenweegschaal, vond ik nogal droevig, toch maakte hij nooit een uitgehongerde indruk.

Er was gedurende de dag maar één moment waarop hij om mijn nadrukkelijke aandacht vroeg, en dat was in het holst van de nacht! Ook voor het harde geluid dat hij voort wist te brengen was ik al gewaarschuwd, maar pas in een doodstille omgeving merkte ik pas hoe luid dat daadwerkelijk was! Om te voorkomen dat hij zich eenzaam zou voelen, zette ik ’s nachts de slaapkamerdeur open. Een andere reden voor het nachtelijk gemiauw kon verveling zijn; Sylvester mocht vanwege zijn doofheid onder geen beding naar buiten. Behalve als ik hem in zijn kattenbench zou stoppen, om hem vervolgens in zijn mini-gevangenis in de tuin te zetten voor wat frisse lucht. Het is me nooit gelukt…

Later, pas veel later, bedacht ik me nog een reden, waarom hij ’s nachts zo’n lawaai maakte: honger. Ga maar eens lekker slapen met een lege maag..

Binnenland

Mooie jongen

Ron is een mooie jongen: een Maine Coone-mix. Hij is groot en heeft een dikke, zijdezachte vacht. Enorm aaibaar om te zien! In de praktijk is Ron jammer genoeg niet zo gemakkelijk te benaderen.

Als ik thuiskom, staat hij al achter de deur op mij te wachten voordat ik opendoe. Hij miauwt zachtjes naar me. Ron heeft het zachtste poezenstemmetje dat ik ooit hoorde, passend bij zijn bedeesde voorkomen. Zodra de deur openzwaait, is hij alweer verdwenen; meestal heeft hij zich onder de eettafel verschanst. Vanuit die veilige positie staart hij me aan met een mengeling van intensiteit en verlegenheid. Liefst bewaart hij de nodige afstand. Waarschijnlijk houdt Ron alles in de gaten, wat ik ook doe.

Slechts bij enkele gelegenheden houdt hij me gezelschap. Als ik sta te koken volgt hij al mijn bewegingen nauwlettend. Als ik midden in de nacht wakker word, voel ik zijn warme lijfje op het voeteneinde. In een enkele situatie laat hij de voor hem zo kenmerkende verlegenheid geheel varen. Als ik zit te eten met een bord voor me op de salontafel, springt hij pardoes bij me op schoot! Hij spint heel even recht in mijn gezicht, terwijl hij zijn ogen samenknijpt. Dan draait hij zich snel om, zijn blik verleggend naar mijn bord met eten. Zijn achterwerk in mijn gezicht.

Binnenland

Kom van dat dak af!

Met de fiets in de hand sta ik paraat voor vertrek. Alleen nog de poort openen, weer afsluiten en rijden maar. Tot mijn oog op Loesje valt. Ze staat op het dak van de uitbouw en kijkt me doordringend aan. Ze is op het dak gekomen, dus zou er ook weer vanaf moeten kunnen. Haar baasje zegt hierover dat ze een prinses is. “Ze wil dat je de balkondeuren boven opent zodat ze niet naar beneden hoeft te springen. Ze is een prinses! Aanstelster!” Dus spreek ik Loesje bemoedigend toe. Ze is een mooie zwart-witte poes met witte snorharen die glinsteren in het herfstlicht. “Toe maar, je kunt het wel! Als ik terugkom krijg je wat lekkers van me”. Ik vertrek en kijk niet meer om, want ik heb een zwak voor zwarte-witte poezen met witte snorharen die glinsteren in het herfstlicht.

Bij thuiskomst zit Loesje nog steeds op het afdakje. Het lijkt erop dat ze me verwijtende blikken toewerpt…

Later, veel later, krijg ik te horen dat Poesje Loesje artrose in een beginnend stadium heeft…