Het Meisje met de Gouden Ogen

Het meisje met de gouden ogen draagt de naam Kitty. Ze is geen mens, maar een kat, en een van de rustigste en in eerste instantie een van de minst in het oog lopende leden van een uitgebreide poezenfamilie waar ik sinds enkele jaren op pas. Maar ik heb een absolute zwak voor haar, omdat ik alle wezens die zonder al te veel bombarie hun eigen plan trekken bewonder. 

Het Meisje met de Gouden Ogen

Kitty weet namelijk heel goed wat zij wil, en hoe dat te bereiken. Wil zij naar buiten, dan gaat zij zeker naar buiten. Precies op het juiste tijdstip weet zij, vanaf een zorgvuldig gekozen positie bij de achterdeur, oogcontact te maken. Waarop een vragend ‘miauw?’ volgt. Spoedig gaat de deur voor haar open en achter haar weer dicht. En op het moment dat zij daar klaar voor is, komt ze weer terug naar binnen. Net zoals ze haar moment van vertrek subliem weet te timen, slaagt ze er ook in op exact het juiste moment in de achtertuin te verschijnen. Of ze is geduldig wachtend op het muurtje tegenover de achterdeur te vinden. Het lijkt erop dat zij dat wachten niet heel erg vindt, want zij houdt ervan buiten te zijn. Evengoed brengt zij regelmatig een nachtje buiten in de tuin door. Terwijl de dagen daar heet zijn, brengen de nachten namelijk verkoeling met zich mee. 

Wanneer zij de verkeerde brokjes – die welke zij niet zo lekker vindt – in haar bakje treft, geeft zij dat eveneens duidelijk te kennen. Je ziet haar behoedzaam aan de inhoud ruiken zonder er ook maar eens van te proeven. Waarna ze zich omdraait, je intens aanstaart met haar grote, goudkleurige ogen en haar verzoek vocaliseert. “Niet die, die andere!” Dit houdt zij vol, tot zij heeft bereikt wat zij graag wilde.  

De liefde van een kat, gaat via de maag

Bij de eerste kennismaking met Mila, was zij in geen velden of wegen te bekennen. Niets ongewoons, volgens haar baasjes. Zij bracht, als poes op leeftijd haar dagen sowieso soezend door. Ik heb inderdaad even naar een slapende kat staan kijken.
Tijdens mijn sit bij haar thuis zal ze me dan ook zelden gemist hebben, als ik overdag naar het werk was. Als ik aan het begin van de avond thuiskwam, stond zij echter paraat. Feitelijk waren er twee a drie momenten op een dag dat zij mij met haar aandacht verblijde; met name rond etenstijd. Als oudere kat op dieet was zij tamelijk gefixeerd op deze momenten. Als ik voor dag en dauw wakker werd, hoorde ik haar vaak al luidkeels miauwen. Ik prijsde mij dan ook gelukkig dat zij zich zelden op de topverdieping, waar ik sliep, begaf. Dat deed zij alleen op die dagen, dat ik het erg gortig maakte en uitsliep, bijvoorbeeld wel tot half acht! 

Om haar voor schrokken te behoeden, had ik een voerpuzzel meegenomen. Die kocht ik ooit voor een andere oppaskat, die het zelfs in het holst van de nacht presteerde op het aan de slaapkamer grenzende balkon duidelijk hoorbaarzijn beklag te doen, als zijn maagje knorde. Het hongergevoel blijft wat langer weg met dank aan de puzzel, doordat het eten wat langzamer gaat. Daarbij is het goed voor de grijze cellen. Het duurt wel even voor de kat doorheeft hoe het werkt. Of is het instinct, dat hier in actie treedt?

De liefde van een kat gaat via de maag, werd me ooit toegevoegd. Mijn eigen kat Sheeba, uit een ver verleden, zat altijd en alleen bij mij op schoot. Door onze speciale band, meende ik. ‘Omdat het jouw hand is die voedt’, werd mij door mijn huisgenoot tegengeworpen. Ik voelde mij beledigd, omdat ik was overtuigd van de speciale band tussen Sheeba en mij. Toch moest ik eraan denken, toen ik op Mila paste. De eerste dagen bewaarde zij gepaste afstand. In een later stadium bewoog zij zich steeds meer in mijn richting. Totdat zij uiteindelijk vlak naast mij zat. 

Gastblog – Blauw

Door Annet Breure

In de afgelopen jaren heb ik het huis waar Tigrou woont regelmatig bezocht. Het is een waar kattenparadijs met een overvloed aan muizen, er woont een dame die veel van katten houdt en er is een open haard om bij te dutten aanwezig. Dit keer ben ik er voor het eerst in de winter. Het brengt me in de gelegenheid alle mogelijke slaaphoudingen die Tigrou in de loop van pakweg 22 uur per dag dutten aanneemt.

Wat me het meest opvalt, is zijn voorkeur voor de blauwe leunstoel. Het lijkt niet meer dan logisch: die staat het dichtst bij de open haard. Maar het duurde niet lang totdat ik tot de realisatie kwam dat Tigrou’s voorkeur alle logica overstijgt. Ook als de stoel verder van de haard vandaan staat, of als die in beslag is genomen door iemand die geen kat op schoot accepteert (de echtgenoot van de dame!), zal hij toch geen andere kiezen. Hij blijft bij de blauwe fauteuil in de buurt en houdt hem nauwlettend in de gaten. 

Zou het de kleur zijn? Er wordt gezegd dat blauw de kleur is die katten het beste kunnen waarnemen. Kan het de geur zijn? De geur van de echtgenoot van de dame des huizes: een verboden vrucht? Is het een territoriaal gevoel, of een soort van kattenprincipe? Tigrou wacht bij zijn stoel tot die weer beschikbaar is, zijn oren half omlaag en een gekwetste blik in de ogen.
Ik moet het hem nageven: Tigrou is een geduldige kat, of, zoals de Fransen het zeggen: ‘têtu’ (oftewel koppig).

Zo doen wij de dingen!

Nadat ik de deur geopend had, stond ik oog in oog met een kleine kat. Ze leek haast op een kitten, maar ik wist dat ze al drie jaar was. Cersei staarde me met grote ogen aan, en vluchtte zodra ik haar aansprak. “Een goed begin is het halve werk,” bedacht ik mij ironisch.
Het bleek echter reuze mee te vallen. Nog geen minuut later stonden we in de keuken recht tegenover elkaar. Zodra ik door de knieën zakte en haar met geruststellende stem uitnodigde met me kennis te komen maken, kwam ze tot mijn verbazing op een drafje naar me toe. De eerste schrik was al snel overwonnen door haar nieuwsgierigheid. Ze snuffelde even aan mijn uitgestoken hand, duwde haar koppie er tegenaan en de connectie was gelegd. In de weken erna volgde ze me – als ze niet lag te slapen – door het hele huis. 

Cersei, plekje ingenomen

Lily zag ik de daaropvolgende uren niet. Ik liep het hele huis meermalen door, maar ze was nergens te vinden. Buiten was ze ook niet. De tuin was nauwkeurig met gaas afgezet om ervoor te zorgen dat ze op eigen terrein zouden blijven, dus ik zou haar daar onmogelijk over het hoofd kunnen zien. Haar baasje om advies vragen was niet mogelijk, die zat op dat moment in een vliegtuig. Maar juist op het moment dat ik bedacht dat ik de gedachte los moest laten, en dat ze dan spoedig tevoorschijn zou komen, viel mijn blik op de twee meter hoge klimtoren in de hoek van de kamer. De achterste toren had een kleine bult in dezelfde kleur wit als het kussen. De bult bewoog, al was het maar een klein beetje. 

Beide katten lieten de rest van de dag met rust. Dat verbaasde me, want hun baasje had me ervan vergewist dat ik met twee echte knuffelkatten te maken zou krijgen. Dat was ‘s avonds pas merkbaar, toen ik op de bank had plaatsgenomen. Lily liep eerst meermalen langs en over me heen, om vervolgens met de rug naar me toe naast me plaats te nemen. Niet lang erna begon Cersei behoedzaam om me heen te wandelen. Op mijn schoot lag al een laptop, ze vertoonde vooral speciale interesse in het plekje het dichtst bij mijn buik.  Omdat ik een goed verstaander ben, maakte ik plaats voor haar en ze nam onmiddellijk haar positie in.

Lily, een mooi meisje

Voor het naar bed gaan, speelde zich een soortgelijk ritueel af. Zodra ik mij richting slaapkamer begaf, renden beide katten met me mee de trap op. Maar mijn tempo beviel hen niet! Terwijl ik in de badkamer bezig was met het voorbereiden op de nacht, verloren zij hun interesse en verdwenen in een andere kamer, of weer terug naar de benedenverdieping. Zodra ik in bed zat te lezen, hoorde ik voetstappen op de trap. De ene wat lichter, de andere wat zwaarder. Meestal was Lily er eerst. Ze verdween dan eerst onder het bed, om er aan de andere kant weer onder vandaan te komen. Voorzichtig nam ze plaats op de uiterste hoek, om zichzelf uitgebreid te gaan wassen. Cersei volgde meestal niet lang erna. Hetzelfde stappenplan als eerder herhaalde zich: behoedzaam liep ze om me heen, om te kijken of haar lievelingsplekje beschikbaar was. Zodra ik dat voor haar creëerde, nam ze haar positie in. Slapen deed ze doorgaans, terwijl ik op mijn zij lag, achter mijn knieholte. Lily schoof stukje bij beetje meer mijn richting op in de loop van de nacht. Zij was het ook die mij vaak wakker maakte. Bij het krieken van de dag hoorde ik haar vaak al miauwen. Als ik haar negeerde, kwam ze dichterbij om te kijken hoe ik erbij lag. Vervolgens begon ze mijn handen of gezicht te likken, waar ze maar bij kon. Ik kan veel negeren, maar dit vroeg erom mij helemaal onder de dekens te verstoppen.
Gelukkig was zij ook een goed verstaander en liet me na wat vruchteloze pogingen met rust!

Houdt je vrienden dichtbij

Een paradijs voor katten, zo oogden de flat waar Paddington en Daisy woonden en de nabije omgeving. Binnen mochten ze overal komen, er stond altijd een volle bak voer klaar en via het kattenluik konden ze naar buiten als ze dat wilden. In een parkachtige omgeving omgeven door hoge bomen stond een aantal gebouwen op respectabele afstand van elkaar. Daar konden beide katten naar hartenlust ravotten; en dat deden zij. 

“Mijn katten kunnen niet met elkaar overweg,” vertelde hun baasje van tevoren. “Sinds Paddington er is, komt Daisy bijna nooit meer thuis”. In de loop der jaren heb ik legio verhalen gehoord over oudere katten die zich van hun troon verstoten voelen door de komst van een kitten. Alleen, Daisy kon met haar amper een jaar oud niet echt een kat op leeftijd genoemd worden! Toch vertoonde zij alle verschijnselen van een oudere dame die het leven zuur wordt gemaakt met de komst van een enfant terrible. Paddington was met zijn half jaar oud nog superspeels en het duurde niet lang voor ik het met mijn eigen ogen zag gebeuren: een argeloos door de flat lopende Daisy werd letterlijk door haar op de loer liggende kwelgeest besprongen. Niet één keer, maar met de regelmaat van de klok! Gelukkig stond zij haar mannetje en met het nodige gesnauw en gegrauw maakte zij duidelijk dat zij van dergelijk gedrag niet gediend was. 

Daisy in relaxmodus

Paddington was een genot om te observeren! Als hij in de tuin speelde, waren dure speeltjes van de dierenwinkel volstrekt onnodig. Vogels, vliegjes, een bewegend herfstblaadje of de manier waarop het licht tussen de boomtakken heen viel waren voldoende. Hij kon zich overal mee amuseren.
Wat Daisy buiten deed, dat weet ik niet. Zij verdween meestal uit zicht zodra zij door het kattenluik heen was. 

Paddington, alert als altijd.

Toch had ik niet het idee dat de flat te klein was voor beide katten. Sowieso was er letterlijk voldoende ruimte voor allebei om te bivakkeren zonder elkaar voor de voeten te lopen. Dat Paddington zich niet altijd aan deze ongeschreven kattenregel hield, was een tweede!
Er waren voldoende momenten, gedurende welke het wel lukte. Dan lag de een in de kinderkamer, en de ander in een mandje vlak naast mij. Of was de een in de tuin aan het spelen terwijl de ander in de zon op de rugleuning van de fauteuil voor het raam lag. “Houd je vrienden dichtbij, maar je vijanden dichterbij,” dacht mijn ironische zelf.

Zouden ze inmiddels tot een status quo zijn gekomen? 

Goeiemorgen!

Lily is niet altijd de gemakkelijkste om op te passen…. Dit komt vooral, omdat zij een nachtelijke miauwer is. Ik zou niet zo gauw weten waarom ze dat doet, want er zit altijd voer in haar bakje. Voorheen was het erger, maar toen was het te verklaren: haar maatje Suus net overleden. Het geluid galmde door het trappenhuis, zo luid dat ik bang was dat de buren hun beklag zouden komen doen! Maar dat is nooit gebeurd, en inmiddels lijkt Lily eraan gewend te zijn een kat alleen te zijn!
Alleen die nachten, die lijken toch nog steeds te lang te duren naar haar zin. Het liefst komt ze nog voor het krieken van de dag bij mijn hoofdkussen staan, om te miauwen op een manier die het midden houdt tussen bozig en klagelijk. Omdat ik heb geleerd dat ongewenst gedrag van katten genegeerd dient te worden, omdat het tegendeel een bevestiging is, probeer ik dat altijd keurig netjes vol te houden. Maar Lily is ook niet van gisteren: na een tijdje is ze het wachten zat en begint ze ongeduldig met een pootje tegen mijn hoofd te tikken. Is ze me toch te slim af geweest; helaas kan ik hierop niet anders reageren dan haar de toegang tot de slaapkamer te ontzeggen. In tegenstelling tot haar, kan ik niet de hele dag opgekruld op de bank liggen dutten! Soms werkt de tactiek van buitensluiting, maar niet altijd: dan blijft ze me beledigd van de andere kant van de deur toemiauwen. Het gebeurt niet vaak, maar als het echt te lang duurt, dan zorg ik ervoor dat ze ook niet op de overloop kan komen. Om een of andere reden hoor ik haar als ze beneden in de woonkamer moet blijven niet lang meer. Ze is dan nog wel dichtbij genoeg om haar te kunnen horen, maar toch lijkt ze er dan snel mee te stoppen. Misschien is het haar dan duidelijk dat het mij menens is? 

Gelukkig word ik de ochtend erop altijd weer met enthousiasme onthaald. Ze miauwt me kittig toe, alsof ze wil zeggen: “Nou, hèhè, ben je daar dan eindelijk” Dan drentelt ze eerst naar haar favoriete krabpaal, om een aantal maal haar nagels erlangs te halen. Vervolgens is het tijd voor onze ochtenddans. Ze loopt me zo nauwgezet voor de voeten, het lijkt wel een tango! Als mijn rechterbeen naar voren gaat, schiet zij voor mijn linkervoet. Als mijn linkervoet naar voren gaat, verplaatst zij zich naar rechts. Bij elke pas moet ik mijn best doen, haar niet te schoppen of over haar te struikelen!
Mijn eerste goede daad van de dag is, haar te verwennen met haar favoriete hapje. De rust keert daarna snel weer. Maar pas echt ontspannen doet ze, als ik ga zitten voor mijn ontbijt. Daar gaat ze lekker voor liggen! Alsof ze weet, dat haar dag dan ook kan beginnen! 

Het leven begint bij vijftien (als je een kat bent)

Toen Tonguç 15 was, begon ze plotseling ander gedrag te vertonen. Geboren in de straten van Istanbul was ze ooit liefdevol opgenomen door haar baasje en meegenomen naar het eiland Büyükada. Daar had ze een heerlijk leventje: een dak boven het hoofd, altijd eten en vers water in haar bakje en een weelderige tuin om in te ravotten. Maar dat ravotten, dat deed Tonguç niet echt, want ze was een beetje een huismus. Zodra ze het huis had verlaten, wilde ze meestal niet lang erna weer terug naar binnen! Gedenkwaardig was de zomer tijdens welke ik een online yogacursus deed en zij haar plek op mijn schoot claimde, terwijl ik… trachtte te mediteren!

Samen op de yogamat

Bij terugkeer, een jaar later, viel haar afwezigheid in huis dan ook gelijk op. Voorheen draaide zij al snel miauwend om mijn benen heen: “Hallo, ik ben hier! Ik ben hier! Heb je me wel gezien? Til me eens op!!” En dan moest er geknuffeld en gekroeld worden, want aandacht was alles voor haar.
Geen wonder dat ik met stomheid geslagen was, toen haar baasje uitlegde wat de oorzaak van haar afwezigheid was. Tonguç woonde nu buiten en kwam alleen af en toe binnen om een hapje te eten. “Ik snap het wel, het is in huis veel te warm voor haar,” legde zij uit. Het verbaasde mij toch, want elke keer dat ik had opgepast was het zomer, dus heet geweest. Dit was een radicale ommekeer en nadat ik eerst ‘hoe ouder hoe gekker’ lachte, veranderde ik al snel van gedachten. Vanaf het balkon kon ik namelijk precies zien wat zij op haar nieuwe stekje deed. Dat ze daar een plekje in de schaduw had om heerlijk te dutten, was al snel duidelijk. Maar zodra ik met mijn eigen ogen zag, hoe zij haar tijd vulde, begreep ik het pas echt. Ondanks haar respectabele leeftijd was Tonguç namelijk nog steeds een schoonheid. Veel eilandbezoekers beschouwen de lokale katten als een toeristische bezienswaardigheid en dat resulteerde in heel veel aandacht voor haar. Zodra er contact gelegd was – meestal doordat iemand op zoetgevooisde toon een opmerking over haar uiterlijk maakte waarna er oogcontact tot stand kwam – begon het gekroel. Meestal met meisjes van alle leeftijden, maar ook mannen waren niet ongevoelig voor haar charmes! Soms kreeg ze zelfs een handje kattenbrokjes cadeau, maar daar was het haar helemaal niet om te doen. Het was wel de reden dat haar zoon, een stoere kater, haar begon te vergezellen in het geflirt, maar het ging haar puur om de aandacht. 
Na een poosje aaien, loopt zelfs de meest doorgewinterde kattenvriend weer verder. Gelukkig voor Tonguç duurde het doorgaans niet lang, voordat de volgende kandidaat van zijn fiets stapte om haar persoonlijk te
begroeten. 

Koningin van de tuin

Niets mis met ouder worden, het leven van een kat begint immers pas bij vijftien! 

Een zwaar leven

Het valt niet altijd mee een onderhouden kat te zijn, zeker in een wereld waar veel soortgenoten op straat leven en hun kostje zelf bij elkaar moeten scharrelen. Zelfs als zij driemaal daags een maaltijd mogen ontvangen van een welwillende huizenbezitter! Vaak heb ik mij afgevraagd of de ‘huiskatten’ als minder worden aangezien door hun buitenlevende broeders en zusters. De manier waarop mijn protegeetjes zich een weg naar buiten baanden, manmoedig tussen de miauwende hongerlappen doorlopend; het was te grappig om te zien hoe ze daar allemaal verschillend op reageren! 

ÇıtÇıt deed het gewoon! Weliswaar geïrriteerd mauwend, en onderweg her en der een corrigerende tik uitdelend aan overmoedige, brutale jongelingen; doelbewust vervolgde hij zijn pad. Kitty, met haar talent onzichtbaar te zijn, deed het in feite ook zo, minus het commentaar en de klappen. Hitler is een grote jongen, hij gaat zijn eigen gang en de eerste kat die een poot naar hem durft uit te steken moet ik nog tegenkomen! Tonguç begon er meestal niet eens aan. Als zij een blik richting achterdeur wierp en daar iets wat maar enigszins op een andere kat leek ontwaarde, hoefde het voor haar niet meer. Dan liep zij naar de voordeur, om daar net zo lang te wachten tot ik haar via die weg naar buiten liet! Jerry was voorzichtig. Hij koos zijn moment, bijvoorbeeld als de tuinkatten net zaten te eten. Dan huppelde hij opgewekt langs ze, hoewel nooit zonder naar ze te miauwen. “Dat het maar mag smaken, vrienden!” vermoed ik dat hij ze blijmoedig toeriep. 

Yeter, de tuin overziend vanaf een veilige hoogte..

Yeter was een heel ander verhaal. Bij de eerste ontmoeting, drie jaar eerder, kwam zij ook graag in de tuin. Dat hield in haar geval in, dat ze thuiskwam om te eten en te slapen en verder altijd buiten was. Dat was nu anders; ze was nagenoeg altijd binnen. Volgens haar baasje omdat ze bang was voor Lily, een van de kittens van een jaar eerder. Inmiddels uitgegroeid tot een stevige jongedame, grappig en brutaal. De enige die er elke dag wel een keertje in slaagde de keuken in te glippen en uit het bakje van de huiskatten te snoepen. En als zij de kans kreeg: nieuwsgierig een rondje door het huis te lopen om te kijken wat daar allemaal te zien was! 

Lily, slapend met een oog half open.

Maar tegen de arme Yeter was zij helemaal niet zo lief. Die wist uit nervositeit niet zo goed hoe ze zich onzichtbaar moest maken bij het betreden van de tuin. Ze durfde sowieso alleen maar als er geen andere katten op het hoger gelegen terras waren. Maar terwijl zij haar weg vervolgde, moest ze om een of andere reden toch de aandacht naar zich toe trekken door zachtjes te miauwen. “Sla mij alsjeblieft niet, ik ben een lief poesje,” zou ze zomaar gezegd kunnen hebben. En voor ze wist wat haar overkwam: daar was Lily, en weg was Yeter. Ze liet zich letterlijk wegjagen en gelukkig was zij snel: in een zucht naar de bodem van de tuin, de boom in en de muur over, naar een ander territorium. Later was het geen eenvoudige taak haar weer naar binnen te lokken. Bij de buren was het veilig want rustig, maar de eigen tuin was drukbevolkt met katten die op hun maaltje wachten. Yeter beetpakken en mee naar binnen dragen was geen optie vanwege haar angstige persoonlijkheid. Het zou haar alleen maar banger gemaakt hebben. Het was een simpele kwestie van het poezenvolk afleiden op de meest geschikte manier: met eten. En zo de gelegenheid te creëren voor de verlegen dame om weer veilig terug naar huis te keren.

Met zijn vieren

Hoe meer katten hoe beter is mijn devies! Het brengt misschien wat meer schoonmaakwerk met zich mee, maar ik geniet ervan hoe de persoonlijkheden van de diverse poezen tot hun recht komen in een groter gezelschap. Mogelijk omdat elk karakter contrasteert aan die van de anderen. Een grote kattenfamilie is als de cast van een toneelstuk waar ik onophoudelijk naar kan kijken! Niet voor niets staat het doen van vrijwilligerswerk in een kattenkolonie hoog op mijn verlanglijstje. 

Steeds als ik in de gelegenheid ben op meer dan (pakweg) twee poezen te passen, klopt mijn hart een beetje sneller. Zoals een sit bij Toga, Cheetara en Vitorio, drie Braziliaanse katten die samen met hun baasjes naar Nederland verkasten. Bij binnenkomst ademt het huis ‘poezenfamilie’ uit; overal kussentjes en mandjes waar ze kunnen vertoeven. Op de vensterbank, bovenop een kast, waarvandaan de gehele ruimte kan worden overzien. Maar ook plekjes om zich in alle rust terug te trekken. Vitorio kijkt me vanaf zijn uitkijkpunt nieuwsgierig aan, en snuffelt enthousiast aan mijn uitgestoken hand. In een mum van tijd heb ik een nieuwe vriend gemaakt. 
Ook met Toga gaat het leggen van contact onverwachts gemakkelijk. Hij is een heer op leeftijd, die wat stijfjes loopt en je aankijkt of hij chagrijnig is. Maar als ik ’s avonds rustig met Vitorio op schoot op de bank zit, komt hij polshoogte nemen. Het is duidelijk dat hij liefst op mijn schoot zou komen zitten, maar dat gaat niet: zijn huisgenootje neemt alle ruimte in beslag. Toga neemt genoegen met het plekje vlak naast me, op de armleuning van de bank. Mijn poezenmoederhart klopt blij!

Het past maar net: Vitorio, Toga en ik

Cheetara is echter een heel ander verhaal. Baasje Louise liet me al weten dat zij extreem verlegen is en zich doorgaans na verloop van een paar dagen pas laat zien. Omdat deze sit maar voor vier dagen gepland is, spant het erom of ik überhaupt kennis met haar zal maken. Haar domein is de zolder, het gezellige atelier van haar baasje. Dat weet ik, omdat die me dat vertelt als ik haar ongerust laat weten dat Cheetara in geen velden of wegen te bekennen is! Genoeg hoekjes waar ze zich daar kan verschansen. 
Als ik aan het einde van de eerste dag op zolder een boek lees, neem ik haar voederbakje gevuld met vlees mee naar boven. Vanaf de bank zie ik haar niet, maar ik hoor overduidelijk hoe zij zich eraan te goed doet! Als ik wat later op sta, is het bakje keurig schoongelikt! 
Op de laatste avond is het zover. Terwijl ik in de woonkamer zit, komt er plotseling een bliksemflits langs: het is Cheetara, op zoek naar een lekker hapje. Zodra ik in beweging kom, maakt zij zich uit de voeten; de kamer uit en de trap op. Ik controleer de bakjes van de poezen en houd me stil. Ze komt inderdaad terug en begint met me te communiceren. Ze loopt heen en weer, houdt me in de gaten en miauwt dat het een lieve lust is. Rustig en vriendelijk praat ik terug, niet helemaal zeker wat ze nu wil. Niet veel later springt ze naast me op de bank. Ze heeft onvoldoende rust om naast me te komen zitten, maar nieuwsgierig is ze wel. Ze snuffelt behoedzaam aan mijn uitgestoken hand, maar komt niet zo dichtbij dat ik haar kan aaien. Tenminste; niet gelijk. Na een kort spel van benaderen en terugtrekken, staat ze me toch toe dat ik haar in haar hals kriebel… en geniet ervan. Uiteindelijk ga ik veel later naar bed dan gepland, omdat ze toch naast me komt liggen, uitgebreid genietend van de liefkozingen. 

Cheetara’s overgave

Als ik de foto de dag erop aan haar baasje stuur, is ze onder de indruk: “Wow, zo snel! Je moet wel een kattenfluisteraar zijn!”
En laat ik dat nou altijd al hebben willen zijn!

Oudejaarsnacht

“Zorg dat Penny om tien uur binnen is, als ze buiten is op het moment dat het vuurwerk losbarst rent ze misschien uit angst weg”. Dat was het verzoek van haar baasje, maar de lokale jongeren vonden zeven uur een geschikter tijdstip. Misschien voor de hand liggend, met het oog op het van kracht zijnde vuurwerkverbod aan het einde van 2020. Je steekt het af wanneer je in de gelegenheid bent. 


Alleen: waar was Penny op dat moment? Onmiddellijk begon ik haar te zoeken op haar gewoonlijke plekjes. Het kleine mandje in de badkamer naast de verwarming was leeg. Ze lag ook niet op het grote bed, achter het hoofdkussen verscholen, noch in de studeerkamer op de bureaustoel. Dus trok ik mijn schoenen aan en draaide een sjaal om mijn hals tegen de ergste kou om haar buiten te gaan zoeken. De tuin baadde in licht dankzij de buitenverlichting. Zo kon ik in ieder geval in één oogopslag zien dat Penny hier niet was. De brandgang achter de tuin was een ander verhaal. Hier was geen verlichting en het was er aardedonker. Met behulp van het lampje op mijn mobiel kon ik om me heen kijken om haar zoeken. Ik riep haar naam een paar keer. Er was niets of niemand te zien, ook geen kat. Een blok verderop klonken harde knallen. Waar kon Penny zijn? 

Een van Penny’s favoriete plekjes

Ik moest denken aan de kat van een vriendin, die in de straat heel geliefd bleek te zijn toen zijn baasje zich bij de buurt-appgroep aansloot. “Het leukste katertje ooit,” zo bleek hij onder meer bekend te staan. Alleen was Penny niet zo’n amicaal type. Ze was weliswaar vriendelijk, maar ook gereserveerd. Al helemaal geen schootkat, dus ik kon me niet voorstellen dat zij bij de buren binnen zat. 

Ongerust ging ik terug naar binnen, het huis in. Ik nam me voor het los te laten. Penny zou zelf wel terugkomen als het rustig bleef, of als ze honger kreeg, zo hoopte ik. Als ik in de keuken bezig was, kwam zij me meestal gezelschap houden omdat ze wist dat ze dan meestal een lekkernij kreeg. Om dat te bewerkstelligen, cirkelde ze om mijn voeten heen om ze innig kopjes te geven… 
In de hoop dat ze thuis zou komen, nam ik de taak op me het aanrecht schoon te maken. Maar ze kwam niet en het onbestemde gevoel in mijn buik bleef. In de tuin geen enkele beweging. Ik moest iets doen, dus ik trok mijn schoenen weer aan en deed mijn sjaal weer om. 
Nog steeds niets of niemand in de brandgang achter het huizenblok, geen enkele beweging, toch liep ik een aantal keer op en neer, met mijn lampje alle kanten op schijnend. En plots zag ik haar! Ze zat op een muurtje, verscholen tussen de takken. Ze keek angstig. Ik sprak op geruststellende toon tegen haar; ze bleef zitten alsof ze een standbeeld was. Tijd om tot actie over te gaan, in de verte ging het geknal onverminderd door. Behoedzaam pakte ik haar beet en hield haar tegen mij aan. Tot mijn verbazing en opluchting gaf ze geen sjoege , terwijl ik had verwacht dat ze me zou krabben. In plaats daarvan liet ze zich gewillig meedragen. Als ze in paniek weggevlucht zou zijn, waren we nog verder van huis geweest! Ik hield haar veiig tegen mijn borst terwijl ik op geruststellende toon tegen haar sprak. Eenmaal binnen vluchtte ze het halletje voor het toilet in, waarschijnlijk vanwege de afwezigheid van ramen. Ik voelde een diep medelijden voor haar, ze was overduidelijk doodsbang: ze liep niet, maar kroop, haar lijfje zo dicht mogelijk bij de vloer. Ik barricadeerde voor alle zekerheid haar kattenluik om me ervan te vergewissen dat ze niet meer naar buiten kon. 


Een uur later zat zij nog op hetzelfde plekje. Later op de avond was ze echter weer verdwenen! Ik moest goed zoeken voor ik haar vond; verscholen achter de printertafel in de studeerkamer. Daarna liet ik haar verder met rust. Ze zocht ook geen aanspraak. 

Als ik ’s nachts opsta om water te drinken, kom ik haar gelukkig tegen. De rust is dan inmiddels wedergekeerd in de stad.