Is genoeg echt genoeg?

Wie een zwak voor poezen heeft, is heel kwetsbaar in een omgeving waar veel straatkatten zijn. Enerzijds kan dat veel pittoreske plaatjes opleveren, maar wie verder kijkt dan zijn neus lang is, moet de keerzijde van de medaille ook zien: honger en ziekte onder de dieren.
Dat merkte ik tijdens een cat sit in Buyukada, een eiland van ruim vierkante kilometer in de Zee van Marmara, pal voor de kust van Istanbul. Het eiland is van oudsher een toevluchtsoord voor rijke Istanbulieten tijdens de hete zomers. Tegenwoordig is het er ook tjokvol met dagjesmensen, hoofdzakelijk Turken en Golfarabieren. Tijdens mijn verblijf reden die er vooral rond op met bloemetjes versierde fietsen of in een koetsje, fayton genaamd. Die zijn inmiddels afgeschaft en vervangen door een elektrische variant erop. Het fenomeen was al langere tijd aan kritiek onderhevig vanwege de slechte conditie waarin veel van de dieren zich verkeerden, de situatie was niet langer houdbaar na een uitbraak van de paardenpest.

De Voortuin Posse

Maar met uitzondering van een enkel pesterig jongetje dat meent dat het leuk of stoer is een kat te plagen, zag ik vooral medeleven. Een beeld dat me bij is gebleven, is dat van een meisje dat op een muurtje uit een waterflesje zat te drinken, en toen zij per ongeluk oogcontact maakte met de kat die naast haar zat, het dopje vulde om dat met hem te delen. Overal waren tekenen dat men zich het lot van de dieren aantrok: in de meeste straten stonden bakjes voer en water. Gastvrouw Tugba liep dagelijks een rondje over het eiland: ze wist precies waar katten zaten en gaf ieder een portie. Soms werden we aangesproken door bewoners: gelieve hier niet te voeren, daar wordt al voor gezorgd… Daarbij kregen ook de dieren die haar tuin bevolkten te eten: ik doopte ze de Voor- en de Achtertuin Posse. Rond voedertijd kon het er heftig aan toe gaan, de beesten maakten tweemaal daags een uitgehongerde indruk!
Door haar compassie met het lot van de dieren had Tugba uiteindelijk negen katten. Met slechts twee was ze naar het eiland getogen, inmiddels was het aantal uitgegroeid naar negen. ’s Zomers was dat een fluitje van een cent, omdat de katten zich dan hoofdzakelijk buiten bevonden. Ik kan me alleen maar voorstellen hoeveel werk het in de winter met zich meebrengt, wanneer alle poezen binnen op de bak gaan en op het meubilair liggen! Het mag dan ook niet verbazen dat de laatste aanwinst ‘Yeter’ was gedoopt, Turks voor genoeg! Of het haar zal lukken zich aan haar voornemen te houden, zal de toekomst uitwijzen!

Yeter: Wie kan hier nu ooit genoeg van hebben?

Het leven is een spel!

Regelmatig pas ik op poezen die al een dagje ouder zijn. Dat maakt het sitten tot een relaxte aangelegenheid: ze zijn meestal al tevreden met een eten, drinken en een warm plekje op je schoot in de avonduren. Zo niet Rumela. Rumela was een van de katten het minst geïnteresseerd in eten en drinken die ik ontmoette. Wat ze wilde was spelen, vaak en veel. Dat past natuurlijk in het plaatje van een acht maanden oude kitten, maar al snel na aanvang van de sit merkte ik dat dit ook in mijn eigen belang was. Ze was door omstandigheden namelijk een binnenkat, maar had tonnen energie.

Kiekeboe! Verstoppertje spelen met Rumela.


Het samen spelen was nodig om haar voldoende te vermoeien om mijn nachtrust te kunnen garanderen. Haar baasje waarschuwde al dat het vast onderdeel van het avondprogramma was. In het holst van de eerste nacht begon Rumela te spoken: ze balanceerde over het hoofdeinde van het bed, inspecteerde wat er allemaal op de ladenkast stond terwijl ze en passant een en ander eraf schoof, sprong vervolgens op bed en een enkele maal ging ze zo ver dat ze mijn gezicht aantikte met haar pootje. Haar favoriete speelgoed, een hengel met een kapotgespeeld visje eraan – volgens haar baasje gevuld met kattenkruid – had ze alvast heel subtiel naast mij op het bed neergelegd.
Vanaf dat moment stonden de avonden wijselijk in het teken van het spelen met Rumela, die er zichtbaar van genoot. Het heen en weer en rondzwiepen van haar favoriete hengel leidde tot de hoogste sprongen die ik een kat ooit zag maken. Ze apporteerde een simpel elastiek als je het door de kamer heen slingerde. Zou zij een hondje in een kattenlichaam zijn?
Maar na een aantal dagen begon ik mij een beetje te vervelen. Alweer die hengel! Dus nam ik de taak op mij me te verdiepen in het spelen met katten. Temeer omdat ik regelmatig op poezen pas die niet zo gemakkelijk aan het spelen te krijgen zijn! Al snel leerde ik dat dit voor katten ook een kwestie van gewoonte is: elke dag rond hetzelfde tijdstip een beetje actie is een eerste stap. Inspiratie vond ik met name op https://www.praktijkvoorkattengedrag.nl/waarom-spelen-belangrijk-is-voor-je-kat/.
In elk geval leidde het ertoe dat ik op een heel andere manier naar spelen ging kijken en iets meer fantasie mijnerzijds kon toepassen. Rumela stelde het eveneens op prijs: zo bleek zij verstopspelletjes fantastisch te vinden. Ik stopte haar geliefde hengeltje onder het vloerkleed en al snel merkte zij dat daar iets te vinden was. Dat leidde tot een spel van exploreren en vangen. Vervolgens kwam ze met het visje in haar mond trots naar mij toe en deponeerde het naast mij.

Nog een keer!

Vervolgens kon het spel weer opnieuw beginnen!

Broertjes

Georgie en Lennie waren broertjes. Dat gezegd hebbende, ze leken niet veel met elkaar te hebben in het dagelijks leven. Je zag ze nooit in elkaars gezelschap, behalve als het etenstijd was. Hoewel beiden een prachtig dik glanzende zachte vacht hadden, die erom vroeg geaaid te worden. Wat ze ook allebei deden!
De broertjes waren uitgesproken buitenkatten. Ze waren grote delen van de dag en nacht de hort op, af en toe thuiskomend om een prooi af te dragen of om lekker burgerlijk brokjes te eten. Vooral Lennie was daar behoorlijk stipt in. Al geruim voor voedertijd stond hij paraat om zijn portie in ontvangst te nemen. Georgie wilde zijn neus nog weleens ophalen voor het ontbijt bestaande uit een handvol kattenbrokjes. Het is nooit helemaal duidelijk geworden waarom hij op dat moment liever in een van de terrasstoelen bleef slapen. Misschien vond hij het ontbijt maar karig, het is ook zeer goed mogelijk dat hij al een en ander verschanst had tijdens zijn nachtelijke strooptochten.
Wel waren beiden jongens allebei enorme knuffelkatten, Georgie iets meer dan zijn broer. Hij claimde een kroel door dwingend kopjes tegen je hand te blijven geven. Maar tegelijkertijd was hij de meest onvoorspelbare van de twee. Als je opmerkte dat zijn expressie veranderde en hij ongeduldig met zijn staart begon te zwiepen, dan was het oppassen geblazen. Doorgaans duurde het daarna niet lang voor hij uithaalde en zijn nagels in je vel zette. Niet fijn, want zijn killerklauwen waren erg lang en scherp…

Lennie poseert.

Lennie hield zich meer op de achtergrond dan zijn broer. Ondanks dat hij stipter omging met etenstijd bleef hij langere periodes achter elkaar weg. Thuis was hij de zachtere van de twee. Hij vroeg weliswaar om aandacht, maar niet zo aanhoudend als zijn broer. Desalniettemin was hij waarschijnlijk de wildste van beiden. Hoewel ze beiden met de regelmaat van de klok ‘presentjes’ afleverden bracht Lennie de grootste vangst ooit.
Ik hoorde hem van verre al aankomen, dankzij een gesmoord gemiauw dat me alarmeerde. Gelukkig was er niets met hem aan de hand, maar de hagedis die hij bij zich droeg was minder blij. Mijn vermanende schooljuffentoon maakte dat hij het dier losliet. De hagedis bleef als versteend zitten. We waren allemaal even in opperste verwarring, totdat Lennie hem met een voorzichtig pootje porde. Dat was voor het dier het teken het op een rennen te zetten. En Lennie kreeg van mij gewoon een aai, want andere beesten vangen is wat katten nu eenmaal doen…

Waar denk jij dat je naar toe gaat??

Niets dan liefde

In het verleden had Georgie ooit enorme pech gehad. Op een dag kwam hij thuis en zijn tong hing mijlenver uit zijn bek. Er was iets goed mis gegaan. De dierenarts slaagde erin hem op te lappen en hij werd beter. Op het eerste gezicht leek het wel alsof hij een enorme boef was: vaak zag hij eruit of hij stiekem zijn tong naar je uitstak. Maar wie goed observeerde, zag al snel dat zijn mondmotoriek niet helemaal naar behoren functioneerde. Het wassen van zijn eigen vacht zag eruit alsof het een moeizaam proces was. Gelukkig was het een eerzaam karweitje: Georgie’s pels was zacht, pluizig en glanzend. Heel aaibaar! En geaaid worden, dat vond hij heerlijk. Hij was het type kat dat heen en weer liep over en langs je laptop als je aan het werk was, tot je een plekje beschikbaar maakte op schoot. Om verheerlijkt de ogen dicht te knijpen en tevreden te spinnen als hij geaaid en gekriebeld werd. Hij kwijlde er zelfs een beetje bij, wat je goed kon merken als je met je hand onder zijn bek kriebelde. Maar dan!

Een subtiele waarnemer kon het mogelijk al zien aankomen! Wie door schade en schande met Georgie’s klauwen in aanraking was gekomen herkende de signalen al snel. Het wegkijken. Het versneld heen en weer zwiepen van de staart, iets vinniger dan even ervoor, toen de beweging nog tevreden leek te zijn. Georgie’s poezelige pootjes werden dan moordwapens! Zijn nagels haakten zich in je vlees en je kreeg ze er niet zomaar uit, zeker als je van schrik je hand terugtrok. Bovendien waren zijn nagels lang, wat heel vreemd was voor een poesje dat zowat dag en nacht buiten leefde, ravottend en jagend in de bossen en op heuvels.
Toch denk ik niet dat hij het opzettelijk deed. Eerder leek het alsof hij zich van de prins geen kwaad bewust was. Als ik hem boos terecht wees als het bloed uit zo’n diepe haal spoot (met dank aan antistollingsmedicatie) vertrok hij met de staart tussen de benen… Om niet lang erna weer terug te keren. Waarna hij gewoon weer op mijn schoot mocht plaatsnemen. Behalve een paar schrammetjes niets dan liefde van deze kat ontvangen!

Wie kan nou de meest aaibare vacht ter wereld weerstaan?

Kedi – De Turkse kat

Een documentaire over straatkatten, het klinkt te mooi om waar te zijn. Door de vele straatkatten die ik tijdens vakanties zag, en die onder erbarmelijke omstandigheden leefden was ik niet onder de indruk van het synopsis van Kedi. Daarbij werden ze vaak op hardhandige wijze weg werden gejaagd; dus hoezo Meest Geliefde Dier?

Toch keek ik met veel plezier naar deze docu. De warme beschrijvingen van de dieren die een rol speelden in het verhaal deden me wel degelijk terugverlangen naar Istanbul, mijn favoriete stad ter wereld. Misschien was het zelfs de inspiratie voor deze kattenblog!
In elk geval bracht het me naar Büyükada, een van de eilanden vlak voor de kust van Istanbul in de Zee van Marmara. Daar paste ik op een kattenfamilie van negen. Het baasje bracht twee huisdieren mee van het vasteland en adopteerde er nog eens zeven afkomstig uit de plaatselijke bevolking. Met volle teugen heb ik ook genoten van deze ‘persoonlijkheden’, plus de andere karakters die de voor- en achtertuin bevolkten. Alleen het bekijken van de trailer doet me al terug verlangen naar Istanbul en Büyükada!

Een Parijse kat

De grappen over oppassen op een Parijse kat waren niet van de lucht, voorafgaand aan deze sit: “Is die dan heel arrogant?” Maar de ontvangst in het huishouden van Charmaine en haar tienerdochter was allerhartelijkst. Het huis zag er bij aankomst om half tien ’s avond nog wel uit alsof er eerder een bom was ontploft. Ze moest dan ook nog opruimen en pakken. Tussentijds slaagde ze erin haar cat sitter te ontvangen en gezellig met haar te dineren. Ze was goed gezelschap. Gelukkig maar, dat Charmaine een babbelkous was, want ik was afgepeigerd na een lange werkdag met aansluitend de treinreis naar Parijs. Ze maakte het makkelijk voor mij weer aan de Franse taal te wennen. 

“Luigi is speciaal”, zei ze over haar jongste kat. Persoonlijk vind ik alle katten bijzonder, dus ik ben niet automatisch onder de indruk als iemand me iets dergelijks vertelt. Zeker niet als dat het baasje is! Luigi was om te beginnen een sociale kat. Aan flatgenote Polochon – het eenzelvige type – had hij niet veel, misschien richtte hij zich daarom op de mensen in zijn omgeving. Regelmatig kwam hij om een beetje aandacht vragen en ‘s avonds zat hij graag op schoot of bij gebrek aan ruimte zo dicht mogelijk naast mij.

Samen op de bank..


Luigi kon heel goed zijn behoeftes communiceren. Nu kunnen meerdere katten dat. Een gevoel van honger leidt al snel tot “Miauw!” Maar deze kater was nog een echt jochie, want nog niet ‘geholpen’ en had zijn buitentijd echt nodig. Dan bleef hij net zo lang bij de voordeur van het appartement rondhangen tot ik de boodschap had begrepen en hem naar buiten begeleidde. Want om dat traject geheel zelfstandig af te leggen was fysiek onmogelijk voor een kat. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was het de bedoeling het voor eventuele inbrekers moeilijk te maken. Het af te leggen traject zag er zo uit: stap 1 – het openen van de deur van het appartement, uitkomend op het gezamenlijke halletje. Stap 2 – het openen van de deur naar het trappenhuis, leidend naar de begane grond. Stap 3 – het openen van de deur naar de centrale hal van het gebouw waarin het appartement zich bevond. Stap 4:- het openen van de deur naar de binnentuin; het complex bestond uit twee gebouwen. De gehele weg liep hij rustig met mij mee en wachtte steeds tot er een nieuwe deur voor hem geopend werd. Beneden aangekomen miauwde hij nogmaals ter afscheid om vervolgens de tuin in te verdwijnen.

Het was een koude periode in de maand februari met sneeuw en vorst en ik maakte me wel wat zorgen over of Luigi op tijd thuis zou zijn. “Maak je niet druk,” zei Charmaine, “hij vindt altijd wel een plekje om zich te beschutten tegen de kou”. Zij maakte zich eerder zorgen of hij zich wel kon verweren tegen de andere buitenkatten. En meestal als ik door de binnentuin liep, onderweg naar buiten of naar binnen, kwam ik Luigi wel tegen. Totdat hij op een dag niet op mijn geroep reageerde. Zelfs rammelen met een bakje met kattenbrokjes hielp niet. Keer op keer liep ik naar het raam om te zien of ik hem door de tuin zag lopen, of naar beneden om met het bakje te rammelen. Uiteindelijk was hij er dan toch, op het moment dat de duisternis begon in te zetten. Blij liep hij mee naar boven om dankbaar aan zijn avondmaal te beginnen.

Luigi in de sneeuw

Op een van de laatste dagen hing er een vreemde lucht in huis. Ik vreesde het ergste en maakte alles grondig schoon met azijn. Het mocht helaas niet baten. De lucht bleef hangen. Terwijl ik op een avond op de bank zat kwam ik achter de bron van de stank. Het kussentje waar Luigi zo vaak zo comfortabel op had gelegen was doorweekt. Het leek erop dat hij op de bank had geplast. Het kussentje ging definitief de deur uit en gelukkig was de hoes van de (bed)bank geplastificeerd zodat wassen volstond. Charmaine excuseerde zich: “hij moet dringend zijn operatie ondergaan, ik heb het uitgesteld”.

De laatste dag was Luigi buiten toen ik moest vertrekken om mijn trein terug naar huis te halen. Zijn baasje zou pas de volgende ochtend thuiskomen. Dit keer moest hij werkelijk de nacht buiten doorbrengen. Charmaine liet nog wel weten dat hij ongehavend weer opdook, de dag erna.

Een kleine onvolkomenheid

Op het eerste gezicht zag ik alleen maar schoonheid. Jackson is namelijk een prachtige langharige rode kater die je onmiddellijk aan een miniatuurleeuw doet denken. Hij kijkt je altijd een beetje brutaal aan. Afkomstig uit Doha is hij met zijn baasje in de Franse Pyreneeën beland.
Hij is niet zo lief voor de dames uit het huishouden, Cassie en Callie. Hij doet zijn uiterste best hen te tiranniseren. Cassie kan hem niet luchten of zien, en ondanks haar angst sist ze nijdig naar hem zodra ze hem in het vizier krijgt. Als een van beide meisjes begint te blazen, weet ik dat Jackson in de buurt is. Iedere keer dat dit gebeurt hoef ik alleen mijn hoofd maar om te draaien om hem op geringe afstand te zien zitten. Hij heeft dan steevast dezelfde effen expressie als anders op zijn gezicht. Geen flauw idee wat hij heeft gezegd zonder geluid te maken! Ongetwijfeld is het niet zo mooi.

Ondanks zijn stoere uiterlijk is hij wel degelijk gevoelig voor aandacht en affectie. Het zal niet voorkomen dat hij mij uit zichzelf benadert voor een aai over zijn bol, maar hij laat het zich welgevallen als hij die mag ontvangen op mijn initiatief. Om zijn leeuwenmanen in toom te houden, en te voorkomen dat die het filter van de stofzuiger doen verstoppen, krijgt hij liefst dagelijks een rigoreuze behandeling met de borstel. Daar worden zijn knieën week van en dan spreekt hij luid en duidelijk door te spinnen dat het een lieve lust is.

Hij viel definitief door de mand voor mij als ongenaakbare bad boy, toen ik werd geconfronteerd met een van zijn onvolkomenheden. Terwijl ik zat te lezen sprong hij voor mij op de keukentafel. Jackson weet feilloos wanneer etenstijd nadert en hij zorgt dan altijd dat hij in de buurt is.  Terwijl hij voor me langs liep, onderweg naar de vensterbank vanaf welke positie hij de hele keuken kan overzien, kon ik niet anders dan het zien. In zijn vacht, ter hoogte van zijn anus, hing een flinke klont opgedroogde poep. Bij het verzorgen van zijn manen kan hij daar vast niet zo goed bij..

Grote knul

Drie katten had ze, allemaal lokaal in Dubai opgevangen. Degene die me het meest bijbleef was niet een van hen, maar hoorde bij het groepje katten dat tweemaal daags te eten kreeg in haar voortuin. Hij was groter dan de anderen en zag er vervaarlijk uit! Een klein groepje net buiten de compound hoorde ook bij haar protegés. Onder het wakend oog van de beveiligers van het terrein werden zij eveneens van eten en drinken voorzien. Van tevoren kreeg ik de instructie te pretenderen dat ik hen niet begreep, als ze me ervan zouden proberen te weerhouden de straatkatten eten te geven. Maar ze zeiden nooit iets, eerder hoorde je ze bijna denken “rare jongens, die expats!”

Wachtend op de maaltijd….

De grote kater uit de voortuin doopte ik Big Boy. Zo zag hij er nu eenmaal uit, met zijn sterke gespierde lichaam, geprononceerde achterwerk en brede, stevige kop met gehavend oor. Hij was er alleen voor het eten en leek mij doorgaans nijdig aan te kijken. De andere katten, allemaal dames, vonden ook de aandacht aangenaam. Eten en drinken kwam op de eerste plaats, maar er was geen bezwaar als er geaaid werd. Het gespin was hoe dan ook oorverdovend. Big Boy heb ik nooit horen spinnen. Toch vermoedde ik dat hij de aandacht verdeeld aangenaam vond. Onder zijn ruige uiterlijk schuilde een tedere ziel, want hij liet de dames altijd voorgaan tijdens het eten. Alsof hij voor ze zorgde. Op mijn beurt lette ik erop dat er genoeg overbleef voor deze grote jongen. Terwijl hij zat te eten, heb ik me een aantal keren gepermitteerd over zijn vacht te aaien. Niet zo aardig, maar ik kon het niet laten… Hij liep op dat moment niet weg. Toch voelde ik weerstand. Zijn vacht deed ruw en stug aan onder mijn handen, alsof het de eerste keer in zijn leven was dat hij werd aangeraakt. Uiteindelijk voelde die merkbare weerstand verkeerd, dus deed ik het juiste en hield ik ermee op. Misschien zou hij eraan gewend raken, maar de kans was vele malen groter dat hij zou zijn weggelopen zodra zijn etensbak leeg was!

Het is een mannenwereld!

Bij de eerste aanblik had ik medelijden met Cassie. Ze mist een oogje en het zag er vurig uit, alsof het permanent geïrriteerd was. Haar baasje liet me weten dat het haar juist beter verging sinds de amputatie, die nodig was vanwege een tumor. Volgens haar baasje was ze niet zielig, maar juist enorm opgeknapt sinds de ingreep.

Cassie’s plekje

Cassie is een van de minst benaderbare katten in het huishouden van negen. Meestal draait ze me de rug toe als ik haar wil aaien. Haar favoriete hang-out is een beklede doos op een beschut plekje, op de uiterste hoek van de eettafel bij de muur. Cassie lijkt de oververtegenwoordigde mannen (zes van de negen) te haten. Meestal negeert en ontloopt ze ze. Maar er is er een die al haar knoppen weet te bespelen, en dat is Jackson. Jackson is een prachtige je-weet-wel kater, een rode met leeuwenmanen. Maar lief, dat is hij niet. Hij probeert de baas te spelen over kleine wilde Boris, die het prachtig vindt en er een kat-en-muis-spel van maakt. En zowel Cassie als huisgenote Callie kunnen hem niet uitstaan. Regelmatig komt het voor, dat een van beide dames ogenschijnlijk zonder aanleiding nijdig begint te sissen. Hoe zou dat nou toch komen? Zonder uitzondering hoef ik mijn hoofd maar te draaien om Jackson te zien zitten, de vermoorde onschuld zelve. Wat zou hij toch zeggen, zonder een geluid te maken?
Toch denk ik dat Cassie meer onder de mannelijke overbevolking en Jackson in het bijzonder lijdt dan Callie. Op een dag vind ik bij het stofzuigen een opgedroogde drol onder de eettafel. Onmiddellijk vermoed ik dat zij de schuldige was, de locatie was net iets te dichtbij haar stekje. Baasje Louise bevestigt dit. Haar theorie is, dat de mannen haar iets te dicht op de huid zaten, nu zij dankzij de winterse kou veel vaker binnen waren. Als zij dan onderweg naar de bak een van de heren tegenkwam, haalde zij het soms niet. Een drol van Jackson tussen het kattengrit was een ander plausibele verklaring…

Jackson: “Wie, ik??”

Een toffe peer

Armut was een lid van de “Achtertuin Posse”, zoals ik ze gedoopt had. Haar naam paste prima bij haar, want zij was tijdens deze sit in Turkije een van mijn favorieten: armut is het Turkse woord voor peer. Een prachtig langharig tijgertje dat luid en duidelijk kon communiceren. Meestal zat zij al bij de deur te wachten voordat ik hem opende. Of ze wachtte me daar op, of ze kon mijn gedachten lezen. Zodra ze mij in het vizier kreeg klonk onmiddellijk haar doordringende roep.

Uiteindelijk was er maar één ding dat zij wilde: onderdeel uitmaken van de ‘Indoor Posse’, de negen katten die binnen mochten komen. Zeven van hen woonden ooit buiten, maar werden door hun baasje in de armen en in het hart gesloten: voor hen ging de deur open. Zij waarschuwde me voor Armut: zij zal proberen binnen te komen, want zij wil het liefst in de keuken uit een bakje eten. Zij probeerde het vele malen, maar de eigenaresse had al negen katten en had de laatste ‘Genoeg’ (Yeter) gedoopt.
Armut was onder meer vanwege haar communicativiteit een van mijn lievelingen. Nadat alle katten – zowel binnen als buiten, in de voor- en achtertuin – van hun ontbijt hadden genoten, was ik zelf aan de beurt. Koffie en toast met jam in de hangmat in de achtertuin hoorde naast het verzorgen van de katten ook bij het ochtendritueel. Armut was altijd een van degenen die mij gezelschap kwam houden. Ze liep wat om mij heen, miauwde een tijdlang tegen me en ging dan onder de hangmat zitten. Dat kwam mijn ontspanning niet ten goede: het zou niet de eerste keer zijn dat ik met hangmat en al op de grond ben gevallen. Een geplette kat was het laatste wat ik wilde!

Armut in de achtertuin

Kort na de zomer kwam Zwarte Peper (zie blog 2/10/2019), een kat uit hetzelfde huishouden, te overlijden. De eigenaresse bleef achter met acht anderen. Zodra ik het slechte nieuws hoorde schoot de gedachte door me heen: “Dan is er wel een plekje voor Armut vrij”.
Niet lang erna kreeg ik via een wederzijdse vriendin bericht dat Armut nu onderdeel uitmaakte van de “Indoor Posse”.  Haar baasje stuurde mij een foto waarop zij gezellig met een aantal van de andere katten bij haar op de bank zat!