De coolste kat

Gelijk al, de eerste zomer, vond ik ÇıtÇıt (zeg: Tjut-Tjut) de coolste kat van het hele stel. De naam is op goed geluk gekozen, door een leerlinge van zijn baasje. Het betekent namelijk ‘drukknoopje’, niet echt voor de hand liggend bij een poes met zo’n zachte en pluizige vacht. Een vertaling van het woord ‘pluizenbol’ was meer relevant geweest!


Hij was op het moment van onze eerste kennismaking aan een streng dieet van speciale brokjes onderworpen, omdat hij last van nierstenen had. Dat regime had wel wat voeten in de aarde, want om hem in de gaten te kunnen houden mocht hij een week niet naar buiten.
Een week! Dat is een ontzettend lange tijd voor de coolste kat van het eiland Büyükada, gelegen in de Zee van Marmara op een steenworp afstand van Istanbul. Maar omdat hij het type ruwe-bolster-blanke-pit was, protesteerde hij niet teveel. Hij probeerde alleen af en toe te ontsnappen. Als hem dat lukte, kostte het gelukkig niet te veel moeite hem te pakken te krijgen en weer mee naar binnen te loodsen. 
Het einde van de kuur werd dan ook met dankbaarheid ontvangen. Eindelijke kon hij weer gaan en staan waar hij wilde: buiten! Regelmatig stond ik oog-in-oog met hem, als hij op een van zijn lievelingsplekje lag, in een zonnescherm dat boven het binnenplaatsje hing dat aan de keuken grensde. 

Oog in oog met ÇıtÇıt

De reden dat hij in mijn ogen de coolste kat van het eiland was, was omdat hij te allen tijde zijn eigen gang leek te gaan. Op zijn dooie gemakje. Zo was ook zijn manier van communiceren. Als ik in de keuken bezig was, volstond een enkel ‘miauw’ om mijn aandacht te trekken. Zijn eigen geluid was uit duizenden herkenbaar, ik hoefde niet te controleren of hij het was. Soms zei hij ook helemaal niets. Dan zat hij op het muurtje te wachten tot ik hem in het vizier kreeg. 

Hoewel hij een je-weet-wel-kater was, was hij voor niemand bang. Niet voor de “echte mannen” uit de achtertuin. Hij keek ze recht in de ogen als hij langs ze liep; ze legden hem nooit een strobreed in de weg. Naar de andere katten uit het huishouden van acht mauwde hij kort ter herkenning. De kittens kregen weleens een corrigerende tik, als ze hem te veel irriteerden in het passeren. Dan gromde en siste hij erbij, zodat het ook voor mij vrij duidelijk was welke verbale oorvijg ze erbij kregen! 

Door die zachte, pluizige vacht zag ÇıtÇıt er uitermate aaibaar uit. Een knuffelkat was hij echter niet. Het leek er sterk op, dat hij zich enig geaai liet welgevallen: het maakte hem niet zoveel uit, als hij je er een plezier mee deed! 

ÇıtÇıt neemt een zandbad

Ik zie hem nog lopen, na de maaltijd zonder omkijken de keuken uit, trap af en de tuin in. 

Wat de kat wil…

Sits bij grote kattenfamilies behoren misschien wel tot mijn favorieten. Vaak lijken de karakters van de dieren uitgesprokener, vaker dan eens kon ik niet aan de indruk ontkomen dat een aantal ervan zich socialer gedroeg dan je van een kat zou verwachten.
Zo ook Tonguç, de mater familias van een stelletje van acht. Jaren voordat ik op ze mocht passen, verkaste het baasje met Kara Biber en zij, beiden oorspronkelijk straatkatten, van het vasteland van Istanbul naar Büyükada, de grootste van de Prinseneilanden. Het was het begin van een grote kattenfamilie. 


Kort na de eerste kennismaking was het al zo klaar als een klontje: bij deelname aan een kampioenschap kroelkatten zou deze dame hoge ogen gooien. Haar verschijning had al iets vertederends over zich; ondanks dat zij een dame op leeftijd was (14 op het moment van schrijven) speelde zij het klaar de uitstraling van een jonge poes te behouden. In het zoeken van toenadering kon zij bijzonder vasthoudend zijn. Het leek voor haar onoverkomelijk, dat de functie van een laptop niet strookte met haar ideeën over waar een schoot voor bedoeld zou zijn: zij leek te vinden dat dit primair haar domein was. Maar dit optimistische poesje liet zich nooit uit het veld slaan en bleef in geval van afwijzing zoeken naar een ander lekker plekje. Dit was in ieder geval fysiek gezien zo dichtbij mogelijk. 

We spoelen de tijd anderhalf jaar vooruit. Ik ben op bezoek op Büyükada en daar hoort een hernieuwde kennismaking met mijn favoriete kattenfamilie bij. Terwijl ik met haar baasje sta te praten, voel ik iets zachts doch dwingends tegen mijn been aanduwen. Als ik omlaag kijk staren twee groene ogen mij vragend aan terwijl ze tegen mij begint te miauwen, alsof ze wil zeggen: “Ja, hallo, zie je me nu pas!” Het bezoek leidde tot de beslissing de sit van weleer te herhalen, de zomer erop. Heel graag zelfs.

Terwijl het leeuwendeel van de katten zijn eigen dagelijkse gangetje gaat zoals het een kat betaamt, lijkt Tonguç innig tevreden met mijn gezelschap. Haar vasthoudendheid herinner ik mij nog goed en deze is nog steeds present. Wat zij wil, dat wil zij! 

Ook tijdens mijn dagelijkse meditatie, die ruim een half uur in beslag neemt, wenst zei niet van mijn zijde te wijken. Heel prettig is dat niet voor mij, want ook in de avonduren loop het kwik nog steeds tegen de dertig graden aan en de warmte blijft lang hangen in huis. Maar terwijl het gros van de andere katten zich al uit de voeten maakt zodra ik mijn mantra begin te chanten, vraagt Tonguç op dat moment juist nadrukkelijk mijn aandacht. Door kopjes te geven tegen mijn handen, die in een mudra (handhouding) op mijn knieën liggen. Het maakt me aan het lachen, want doordat ze een beetje een overbeet heeft voel ik haar tanden Als dat niet baat, begint ze mijn handen te likken. Het is een goede oefening mijn concentratie te bewaren!

Het laatste redmiddel voor dit affectieve poesje is zich bij de situatie neer te leggen. Letterlijk en dichtbij mij. Al dan niet met een pootje op mijn been. Zou dit een mudra voor katten kunnen zijn? 

Is genoeg echt genoeg?

Wie een zwak voor poezen heeft, is heel kwetsbaar in een omgeving waar veel straatkatten zijn. Enerzijds kan dat veel pittoreske plaatjes opleveren, maar wie verder kijkt dan zijn neus lang is, moet de keerzijde van de medaille ook zien: honger en ziekte onder de dieren.
Dat merkte ik tijdens een cat sit in Buyukada, een eiland van ruim vierkante kilometer in de Zee van Marmara, pal voor de kust van Istanbul. Het eiland is van oudsher een toevluchtsoord voor rijke Istanbulieten tijdens de hete zomers. Tegenwoordig is het er ook tjokvol met dagjesmensen, hoofdzakelijk Turken en Golfarabieren. Tijdens mijn verblijf reden die er vooral rond op met bloemetjes versierde fietsen of in een koetsje, fayton genaamd. Die zijn inmiddels afgeschaft en vervangen door een elektrische variant erop. Het fenomeen was al langere tijd aan kritiek onderhevig vanwege de slechte conditie waarin veel van de dieren zich verkeerden, de situatie was niet langer houdbaar na een uitbraak van de paardenpest.

De Voortuin Posse

Maar met uitzondering van een enkel pesterig jongetje dat meent dat het leuk of stoer is een kat te plagen, zag ik vooral medeleven. Een beeld dat me bij is gebleven, is dat van een meisje dat op een muurtje uit een waterflesje zat te drinken, en toen zij per ongeluk oogcontact maakte met de kat die naast haar zat, het dopje vulde om dat met hem te delen. Overal waren tekenen dat men zich het lot van de dieren aantrok: in de meeste straten stonden bakjes voer en water. Gastvrouw Tugba liep dagelijks een rondje over het eiland: ze wist precies waar katten zaten en gaf ieder een portie. Soms werden we aangesproken door bewoners: gelieve hier niet te voeren, daar wordt al voor gezorgd… Daarbij kregen ook de dieren die haar tuin bevolkten te eten: ik doopte ze de Voor- en de Achtertuin Posse. Rond voedertijd kon het er heftig aan toe gaan, de beesten maakten tweemaal daags een uitgehongerde indruk!
Door haar compassie met het lot van de dieren had Tugba uiteindelijk negen katten. Met slechts twee was ze naar het eiland getogen, inmiddels was het aantal uitgegroeid naar negen. ’s Zomers was dat een fluitje van een cent, omdat de katten zich dan hoofdzakelijk buiten bevonden. Ik kan me alleen maar voorstellen hoeveel werk het in de winter met zich meebrengt, wanneer alle poezen binnen op de bak gaan en op het meubilair liggen! Het mag dan ook niet verbazen dat de laatste aanwinst ‘Yeter’ was gedoopt, Turks voor genoeg! Of het haar zal lukken zich aan haar voornemen te houden, zal de toekomst uitwijzen!

Yeter: Wie kan hier nu ooit genoeg van hebben?

Het leven is een spel!

Regelmatig pas ik op poezen die al een dagje ouder zijn. Dat maakt het sitten tot een relaxte aangelegenheid: ze zijn meestal al tevreden met een eten, drinken en een warm plekje op je schoot in de avonduren. Zo niet Rumela. Rumela was een van de katten het minst geïnteresseerd in eten en drinken die ik ontmoette. Wat ze wilde was spelen, vaak en veel. Dat past natuurlijk in het plaatje van een acht maanden oude kitten, maar al snel na aanvang van de sit merkte ik dat dit ook in mijn eigen belang was. Ze was door omstandigheden namelijk een binnenkat, maar had tonnen energie.

Kiekeboe! Verstoppertje spelen met Rumela.


Het samen spelen was nodig om haar voldoende te vermoeien om mijn nachtrust te kunnen garanderen. Haar baasje waarschuwde al dat het vast onderdeel van het avondprogramma was. In het holst van de eerste nacht begon Rumela te spoken: ze balanceerde over het hoofdeinde van het bed, inspecteerde wat er allemaal op de ladenkast stond terwijl ze en passant een en ander eraf schoof, sprong vervolgens op bed en een enkele maal ging ze zo ver dat ze mijn gezicht aantikte met haar pootje. Haar favoriete speelgoed, een hengel met een kapotgespeeld visje eraan – volgens haar baasje gevuld met kattenkruid – had ze alvast heel subtiel naast mij op het bed neergelegd.
Vanaf dat moment stonden de avonden wijselijk in het teken van het spelen met Rumela, die er zichtbaar van genoot. Het heen en weer en rondzwiepen van haar favoriete hengel leidde tot de hoogste sprongen die ik een kat ooit zag maken. Ze apporteerde een simpel elastiek als je het door de kamer heen slingerde. Zou zij een hondje in een kattenlichaam zijn?
Maar na een aantal dagen begon ik mij een beetje te vervelen. Alweer die hengel! Dus nam ik de taak op mij me te verdiepen in het spelen met katten. Temeer omdat ik regelmatig op poezen pas die niet zo gemakkelijk aan het spelen te krijgen zijn! Al snel leerde ik dat dit voor katten ook een kwestie van gewoonte is: elke dag rond hetzelfde tijdstip een beetje actie is een eerste stap. Inspiratie vond ik met name op https://www.praktijkvoorkattengedrag.nl/waarom-spelen-belangrijk-is-voor-je-kat/.
In elk geval leidde het ertoe dat ik op een heel andere manier naar spelen ging kijken en iets meer fantasie mijnerzijds kon toepassen. Rumela stelde het eveneens op prijs: zo bleek zij verstopspelletjes fantastisch te vinden. Ik stopte haar geliefde hengeltje onder het vloerkleed en al snel merkte zij dat daar iets te vinden was. Dat leidde tot een spel van exploreren en vangen. Vervolgens kwam ze met het visje in haar mond trots naar mij toe en deponeerde het naast mij.

Nog een keer!

Vervolgens kon het spel weer opnieuw beginnen!

Broertjes

Georgie en Lennie waren broertjes. Dat gezegd hebbende, ze leken niet veel met elkaar te hebben in het dagelijks leven. Je zag ze nooit in elkaars gezelschap, behalve als het etenstijd was. Hoewel beiden een prachtig dik glanzende zachte vacht hadden, die erom vroeg geaaid te worden. Wat ze ook allebei deden!
De broertjes waren uitgesproken buitenkatten. Ze waren grote delen van de dag en nacht de hort op, af en toe thuiskomend om een prooi af te dragen of om lekker burgerlijk brokjes te eten. Vooral Lennie was daar behoorlijk stipt in. Al geruim voor voedertijd stond hij paraat om zijn portie in ontvangst te nemen. Georgie wilde zijn neus nog weleens ophalen voor het ontbijt bestaande uit een handvol kattenbrokjes. Het is nooit helemaal duidelijk geworden waarom hij op dat moment liever in een van de terrasstoelen bleef slapen. Misschien vond hij het ontbijt maar karig, het is ook zeer goed mogelijk dat hij al een en ander verschanst had tijdens zijn nachtelijke strooptochten.
Wel waren beiden jongens allebei enorme knuffelkatten, Georgie iets meer dan zijn broer. Hij claimde een kroel door dwingend kopjes tegen je hand te blijven geven. Maar tegelijkertijd was hij de meest onvoorspelbare van de twee. Als je opmerkte dat zijn expressie veranderde en hij ongeduldig met zijn staart begon te zwiepen, dan was het oppassen geblazen. Doorgaans duurde het daarna niet lang voor hij uithaalde en zijn nagels in je vel zette. Niet fijn, want zijn killerklauwen waren erg lang en scherp…

Lennie poseert.

Lennie hield zich meer op de achtergrond dan zijn broer. Ondanks dat hij stipter omging met etenstijd bleef hij langere periodes achter elkaar weg. Thuis was hij de zachtere van de twee. Hij vroeg weliswaar om aandacht, maar niet zo aanhoudend als zijn broer. Desalniettemin was hij waarschijnlijk de wildste van beiden. Hoewel ze beiden met de regelmaat van de klok ‘presentjes’ afleverden bracht Lennie de grootste vangst ooit.
Ik hoorde hem van verre al aankomen, dankzij een gesmoord gemiauw dat me alarmeerde. Gelukkig was er niets met hem aan de hand, maar de hagedis die hij bij zich droeg was minder blij. Mijn vermanende schooljuffentoon maakte dat hij het dier losliet. De hagedis bleef als versteend zitten. We waren allemaal even in opperste verwarring, totdat Lennie hem met een voorzichtig pootje porde. Dat was voor het dier het teken het op een rennen te zetten. En Lennie kreeg van mij gewoon een aai, want andere beesten vangen is wat katten nu eenmaal doen…

Waar denk jij dat je naar toe gaat??

Niets dan liefde

In het verleden had Georgie ooit enorme pech gehad. Op een dag kwam hij thuis en zijn tong hing mijlenver uit zijn bek. Er was iets goed mis gegaan. De dierenarts slaagde erin hem op te lappen en hij werd beter. Op het eerste gezicht leek het wel alsof hij een enorme boef was: vaak zag hij eruit of hij stiekem zijn tong naar je uitstak. Maar wie goed observeerde, zag al snel dat zijn mondmotoriek niet helemaal naar behoren functioneerde. Het wassen van zijn eigen vacht zag eruit alsof het een moeizaam proces was. Gelukkig was het een eerzaam karweitje: Georgie’s pels was zacht, pluizig en glanzend. Heel aaibaar! En geaaid worden, dat vond hij heerlijk. Hij was het type kat dat heen en weer liep over en langs je laptop als je aan het werk was, tot je een plekje beschikbaar maakte op schoot. Om verheerlijkt de ogen dicht te knijpen en tevreden te spinnen als hij geaaid en gekriebeld werd. Hij kwijlde er zelfs een beetje bij, wat je goed kon merken als je met je hand onder zijn bek kriebelde. Maar dan!

Een subtiele waarnemer kon het mogelijk al zien aankomen! Wie door schade en schande met Georgie’s klauwen in aanraking was gekomen herkende de signalen al snel. Het wegkijken. Het versneld heen en weer zwiepen van de staart, iets vinniger dan even ervoor, toen de beweging nog tevreden leek te zijn. Georgie’s poezelige pootjes werden dan moordwapens! Zijn nagels haakten zich in je vlees en je kreeg ze er niet zomaar uit, zeker als je van schrik je hand terugtrok. Bovendien waren zijn nagels lang, wat heel vreemd was voor een poesje dat zowat dag en nacht buiten leefde, ravottend en jagend in de bossen en op heuvels.
Toch denk ik niet dat hij het opzettelijk deed. Eerder leek het alsof hij zich van de prins geen kwaad bewust was. Als ik hem boos terecht wees als het bloed uit zo’n diepe haal spoot (met dank aan antistollingsmedicatie) vertrok hij met de staart tussen de benen… Om niet lang erna weer terug te keren. Waarna hij gewoon weer op mijn schoot mocht plaatsnemen. Behalve een paar schrammetjes niets dan liefde van deze kat ontvangen!

Wie kan nou de meest aaibare vacht ter wereld weerstaan?

Kedi – De Turkse kat

Een documentaire over straatkatten, het klinkt te mooi om waar te zijn. Door de vele straatkatten die ik tijdens vakanties zag, en die onder erbarmelijke omstandigheden leefden was ik niet onder de indruk van het synopsis van Kedi. Daarbij werden ze vaak op hardhandige wijze weg werden gejaagd; dus hoezo Meest Geliefde Dier?

Toch keek ik met veel plezier naar deze docu. De warme beschrijvingen van de dieren die een rol speelden in het verhaal deden me wel degelijk terugverlangen naar Istanbul, mijn favoriete stad ter wereld. Misschien was het zelfs de inspiratie voor deze kattenblog!
In elk geval bracht het me naar Büyükada, een van de eilanden vlak voor de kust van Istanbul in de Zee van Marmara. Daar paste ik op een kattenfamilie van negen. Het baasje bracht twee huisdieren mee van het vasteland en adopteerde er nog eens zeven afkomstig uit de plaatselijke bevolking. Met volle teugen heb ik ook genoten van deze ‘persoonlijkheden’, plus de andere karakters die de voor- en achtertuin bevolkten. Alleen het bekijken van de trailer doet me al terug verlangen naar Istanbul en Büyükada!

Een Parijse kat

De grappen over oppassen op een Parijse kat waren niet van de lucht, voorafgaand aan deze sit: “Is die dan heel arrogant?” Maar de ontvangst in het huishouden van Charmaine en haar tienerdochter was allerhartelijkst. Het huis zag er bij aankomst om half tien ’s avond nog wel uit alsof er eerder een bom was ontploft. Ze moest dan ook nog opruimen en pakken. Tussentijds slaagde ze erin haar cat sitter te ontvangen en gezellig met haar te dineren. Ze was goed gezelschap. Gelukkig maar, dat Charmaine een babbelkous was, want ik was afgepeigerd na een lange werkdag met aansluitend de treinreis naar Parijs. Ze maakte het makkelijk voor mij weer aan de Franse taal te wennen. 

“Luigi is speciaal”, zei ze over haar jongste kat. Persoonlijk vind ik alle katten bijzonder, dus ik ben niet automatisch onder de indruk als iemand me iets dergelijks vertelt. Zeker niet als dat het baasje is! Luigi was om te beginnen een sociale kat. Aan flatgenote Polochon – het eenzelvige type – had hij niet veel, misschien richtte hij zich daarom op de mensen in zijn omgeving. Regelmatig kwam hij om een beetje aandacht vragen en ‘s avonds zat hij graag op schoot of bij gebrek aan ruimte zo dicht mogelijk naast mij.

Samen op de bank..


Luigi kon heel goed zijn behoeftes communiceren. Nu kunnen meerdere katten dat. Een gevoel van honger leidt al snel tot “Miauw!” Maar deze kater was nog een echt jochie, want nog niet ‘geholpen’ en had zijn buitentijd echt nodig. Dan bleef hij net zo lang bij de voordeur van het appartement rondhangen tot ik de boodschap had begrepen en hem naar buiten begeleidde. Want om dat traject geheel zelfstandig af te leggen was fysiek onmogelijk voor een kat. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was het de bedoeling het voor eventuele inbrekers moeilijk te maken. Het af te leggen traject zag er zo uit: stap 1 – het openen van de deur van het appartement, uitkomend op het gezamenlijke halletje. Stap 2 – het openen van de deur naar het trappenhuis, leidend naar de begane grond. Stap 3 – het openen van de deur naar de centrale hal van het gebouw waarin het appartement zich bevond. Stap 4:- het openen van de deur naar de binnentuin; het complex bestond uit twee gebouwen. De gehele weg liep hij rustig met mij mee en wachtte steeds tot er een nieuwe deur voor hem geopend werd. Beneden aangekomen miauwde hij nogmaals ter afscheid om vervolgens de tuin in te verdwijnen.

Het was een koude periode in de maand februari met sneeuw en vorst en ik maakte me wel wat zorgen over of Luigi op tijd thuis zou zijn. “Maak je niet druk,” zei Charmaine, “hij vindt altijd wel een plekje om zich te beschutten tegen de kou”. Zij maakte zich eerder zorgen of hij zich wel kon verweren tegen de andere buitenkatten. En meestal als ik door de binnentuin liep, onderweg naar buiten of naar binnen, kwam ik Luigi wel tegen. Totdat hij op een dag niet op mijn geroep reageerde. Zelfs rammelen met een bakje met kattenbrokjes hielp niet. Keer op keer liep ik naar het raam om te zien of ik hem door de tuin zag lopen, of naar beneden om met het bakje te rammelen. Uiteindelijk was hij er dan toch, op het moment dat de duisternis begon in te zetten. Blij liep hij mee naar boven om dankbaar aan zijn avondmaal te beginnen.

Luigi in de sneeuw

Op een van de laatste dagen hing er een vreemde lucht in huis. Ik vreesde het ergste en maakte alles grondig schoon met azijn. Het mocht helaas niet baten. De lucht bleef hangen. Terwijl ik op een avond op de bank zat kwam ik achter de bron van de stank. Het kussentje waar Luigi zo vaak zo comfortabel op had gelegen was doorweekt. Het leek erop dat hij op de bank had geplast. Het kussentje ging definitief de deur uit en gelukkig was de hoes van de (bed)bank geplastificeerd zodat wassen volstond. Charmaine excuseerde zich: “hij moet dringend zijn operatie ondergaan, ik heb het uitgesteld”.

De laatste dag was Luigi buiten toen ik moest vertrekken om mijn trein terug naar huis te halen. Zijn baasje zou pas de volgende ochtend thuiskomen. Dit keer moest hij werkelijk de nacht buiten doorbrengen. Charmaine liet nog wel weten dat hij ongehavend weer opdook, de dag erna.

Een kleine onvolkomenheid

Op het eerste gezicht zag ik alleen maar schoonheid. Jackson is namelijk een prachtige langharige rode kater die je onmiddellijk aan een miniatuurleeuw doet denken. Hij kijkt je altijd een beetje brutaal aan. Afkomstig uit Doha is hij met zijn baasje in de Franse Pyreneeën beland.
Hij is niet zo lief voor de dames uit het huishouden, Cassie en Callie. Hij doet zijn uiterste best hen te tiranniseren. Cassie kan hem niet luchten of zien, en ondanks haar angst sist ze nijdig naar hem zodra ze hem in het vizier krijgt. Als een van beide meisjes begint te blazen, weet ik dat Jackson in de buurt is. Iedere keer dat dit gebeurt hoef ik alleen mijn hoofd maar om te draaien om hem op geringe afstand te zien zitten. Hij heeft dan steevast dezelfde effen expressie als anders op zijn gezicht. Geen flauw idee wat hij heeft gezegd zonder geluid te maken! Ongetwijfeld is het niet zo mooi.

Ondanks zijn stoere uiterlijk is hij wel degelijk gevoelig voor aandacht en affectie. Het zal niet voorkomen dat hij mij uit zichzelf benadert voor een aai over zijn bol, maar hij laat het zich welgevallen als hij die mag ontvangen op mijn initiatief. Om zijn leeuwenmanen in toom te houden, en te voorkomen dat die het filter van de stofzuiger doen verstoppen, krijgt hij liefst dagelijks een rigoreuze behandeling met de borstel. Daar worden zijn knieën week van en dan spreekt hij luid en duidelijk door te spinnen dat het een lieve lust is.

Hij viel definitief door de mand voor mij als ongenaakbare bad boy, toen ik werd geconfronteerd met een van zijn onvolkomenheden. Terwijl ik zat te lezen sprong hij voor mij op de keukentafel. Jackson weet feilloos wanneer etenstijd nadert en hij zorgt dan altijd dat hij in de buurt is.  Terwijl hij voor me langs liep, onderweg naar de vensterbank vanaf welke positie hij de hele keuken kan overzien, kon ik niet anders dan het zien. In zijn vacht, ter hoogte van zijn anus, hing een flinke klont opgedroogde poep. Bij het verzorgen van zijn manen kan hij daar vast niet zo goed bij..

Grote knul

Drie katten had ze, allemaal lokaal in Dubai opgevangen. Degene die me het meest bijbleef was niet een van hen, maar hoorde bij het groepje katten dat tweemaal daags te eten kreeg in haar voortuin. Hij was groter dan de anderen en zag er vervaarlijk uit! Een klein groepje net buiten de compound hoorde ook bij haar protegés. Onder het wakend oog van de beveiligers van het terrein werden zij eveneens van eten en drinken voorzien. Van tevoren kreeg ik de instructie te pretenderen dat ik hen niet begreep, als ze me ervan zouden proberen te weerhouden de straatkatten eten te geven. Maar ze zeiden nooit iets, eerder hoorde je ze bijna denken “rare jongens, die expats!”

Wachtend op de maaltijd….

De grote kater uit de voortuin doopte ik Big Boy. Zo zag hij er nu eenmaal uit, met zijn sterke gespierde lichaam, geprononceerde achterwerk en brede, stevige kop met gehavend oor. Hij was er alleen voor het eten en leek mij doorgaans nijdig aan te kijken. De andere katten, allemaal dames, vonden ook de aandacht aangenaam. Eten en drinken kwam op de eerste plaats, maar er was geen bezwaar als er geaaid werd. Het gespin was hoe dan ook oorverdovend. Big Boy heb ik nooit horen spinnen. Toch vermoedde ik dat hij de aandacht verdeeld aangenaam vond. Onder zijn ruige uiterlijk schuilde een tedere ziel, want hij liet de dames altijd voorgaan tijdens het eten. Alsof hij voor ze zorgde. Op mijn beurt lette ik erop dat er genoeg overbleef voor deze grote jongen. Terwijl hij zat te eten, heb ik me een aantal keren gepermitteerd over zijn vacht te aaien. Niet zo aardig, maar ik kon het niet laten… Hij liep op dat moment niet weg. Toch voelde ik weerstand. Zijn vacht deed ruw en stug aan onder mijn handen, alsof het de eerste keer in zijn leven was dat hij werd aangeraakt. Uiteindelijk voelde die merkbare weerstand verkeerd, dus deed ik het juiste en hield ik ermee op. Misschien zou hij eraan gewend raken, maar de kans was vele malen groter dat hij zou zijn weggelopen zodra zijn etensbak leeg was!