Cat behaviour·Local sits·Love for cats

Plekjes

“Als je haar niet kunt vinden, zit ze waarschijnlijk óf op één van de eetkamerstoelen, óf achter een gordijn op de vensterbank voor het slaapkamerraam,” waarschuwde haar baasje me. “Dat zijn tegenwoordig haar lievelingsplekjes”.

Nieuw plekje!

Donna komt maar zelden bij me zitten als ik op haar pas. Soms springt ze op de bank als ik erop zit, loopt een paar keer heen en weer en besluit dan bijna altijd voor een ander plekje in huis te kiezen. Gek genoeg is dat heel vaak in een ruimte waar ik niet ben! Zit ik in de woonkamer, dan is zij meestal in de slaapkamer te vinden. 
Als ik naar bed ga, dan verlaat zij doorgaans haar plekje daar. Niet onmiddellijk. Sterker nog, ze zoekt me juist op zodra ze merkt dat ik ga slapen. Het is een gecreëerde situatie, want zij is gewend dat haar baasje haar voor het slapen gaan nog een handje kattensnoepjes geeft en natuurlijk houd ik de traditie in ere! Meestal komt ze me gezelschap houden, terwijl ik me met een boek en wat kussens in mijn rug in bed nestel. Met haar prachtige groene ogen kijkt ze me dan doordringend aan. Maar zodra het lekkere hapje weggewerkt is, gebeurt het maar zelden dat ze nog steeds mijn gezelschap verkiest. Soms, heel soms, blijft ze liggen op het voeteneinde. Maar zodra ik ga liggen om te gaan slapen, en me een paar keer omdraai houdt zij het doorgaans al snel voor gezien. 

Beste plekje!

Tot mijn grote verbazing en voldoening koos zij uiteindelijk toch een plekje in mijn nabijheid. Op een dag kwam ik thuis en vond haar bovenop mijn koffer, die op een stoel in de slaapkamer lag. Het deksel was niet helemaal dichtgeritst, dus ze was behaaglijk naar beneden gezakt. De dagen erna was ze dag en nacht op dit plekje te vinden. “Ik heb nog wel ergens een oude koffer,” zei haar baasje toen zij ervan vernam. De mijne zou immers verdwijnen met mijn vertrek! 

Cat behaviour·Local sits·Love for cats

Een kat alleen

Sinds korte tijd was Lily alleen. Bij de eerste kennismaking had ik haar maatje Suus nog ontmoet, ook een Heilige Birmaan en even beeldschoon. Vergelijkingsmateriaal met hoe ze voorheen was had ik niet, want ik kende Lily nog niet, maar haar baasje maakte zich een beetje zorgen om haar. Sinds ze alleen was, was haar gedrag veranderd. Ze doelde onder meer op veelvuldig miauwen en slecht eten. 

Lily slaapt

Als eerste viel het veelvuldig slapen me het meeste op! ‘s Ochtends was ze bij het krieken van de dag weliswaar al actief; als ik heel vroeg opstond om het toilet te gebruiken, leek het erop dat ze al zat te wachten tot mijn dag ook begon. De rest van de dag leek ze in een diepe slaap door te brengen.
Veel interesse in haar ochtendhapje leek ze niet te hebben, want als ik het huis verliet om naar het werk te gaan lag ze al met gesloten ogen op de bank. Meestal zei ik dan nog iets als ‘daaag meisje, fijne dag’, maar meer respons dan een oog wat op een kiertje openging kwam er nooit. Zoals ik haar achterliet, zo trof ik haar ook weer aan bij thuiskomst vroeg in de avond: opgerold als een snoezige pluizenbal. Het was altijd even zoeken waar het koppie zat! Ze leek pas weer tot leven te komen als ik had gekookt, gegeten en opgeruimd.
Net zoals ze ’s ochtends weinig animo voor haar ontbijt vertoonde, kan hetzelfde gezegd worden voor haar avondmaal. Ze kreeg een blikje kattenvoer aangelengd met water, waarvan alleen het natte gedeelte altijd schoon op ging. Misschien beeld ik het me in, maar in de loop van de periode dat ik op haar paste zag ik haar vaker eten en drinken. De wederzijdse toenadering verliep ook beter en zo kwam het ervan dat ze ’s nachts aan mijn zijde sliep. De dagen ervoor leek het erop dat ze slechts kwam controleren of ik al wakker was. Het deed me denken aan vroegere logeerpartijen, wanneer iemand op het moment dat je bijna in slaap valt de stilte doorbrak met de luide vraag: “Ben je nog wakker?” 

Lily speelt

Om haar in ieder geval minder actief te maken op het moment dat ik mijn nachtrust juist nodig had, besloot ik een oude truc van stal te halen: samen spelen! Ondanks dat zij al een kat op leeftijd was, was Lily erg kien.  Ze had een afgedankt snoertje waar ze onvermoeibaar achteraan rende, om er vervolgens bovenop te springen met de intentie het nooit meer los te laten. Het leidde tot naast mij slapen, in plaats van in het donker naar mij staren en het nachtelijk miauwen werd er gelukkig door geminimaliseerd. Geïnspireerd door dit kleine succes toog ik naar de dierenwinkel en kocht er een in katnip gedrenkt speelgoedje met echte veren aan een hengel. Ik mag graag denken dat deze attentie de band verder verstevigde. 
De avond voor vertrek kwam ze even op schoot zitten, om te spinnen dat het een lieve lust was terwijl ik haar in haar nekje kriebelen. “Oooooh, ik zal je missen, mis je mij ook?” zei ik tegen haar.
De volgende ochtend, voor ik de deur voor de laatste keer achter mij dicht deed,  nam ik niet de moeite afscheid van haar te nemen. Ik hoefde alleen maar naar de opgerolde pluizenbal te kijken en zachtjes “daaaaag” te zeggen! 

Cat behaviour·Local sits·Love for cats

In goed gezelschap

Katten staan erom bekend dat ze van nature solitaire wezens zijn. Dat is algemeen bekend, maar het neemt niet weg dat de omstandigheden waaronder een poes opgroeit ook van invloed zijn op zijn persoonlijkheid.  Zo was ik uitermate verbaasd vast te moeten stellen dat de zogenaamde geredde straatkatten die ik tegenkwam vaak een bijzonder sociaal karakter hadden. Het is al ietsjes beter te begrijpen als je je realiseert dat deze dieren vaak noodgedwongen in groepen leven; het verschaft hen onder meer veiligheid in een vijandige omgeving. Daaruit zou geconcludeerd kunnen worden, dat ook poezen die van jongs af aan gewend zijn in menselijk gezelschap te verkeren, vaak heel gezellig zijn. 

Tommie was de personificatie van een sociale kat. Als kitten kwam hij terecht in een gezin met twee jongens van rond de tien jaar oud, waar bovendien dagelijks een half dozijn andere, jonge kinderen over de vloer kwam. Met ‘jong’ bedoel ik in dit geval onder de vier jaar, want zijn baasje faciliteerde kinderopvang aan huis. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan alleen een kitten die zich helemaal veilig voelt, zich in een dergelijke situatie handhaven. Katten houden immers van voorspelbaarheid, en kinderen voldoen per definitie niet aan die kwalificatie. 
Deze kat bleek menselijk gezelschap heel prettig te vinden. Bij aankomst voor de sit opende ik de voordeur met een sleutel, om vanachter glas oog in oog met een sip kijkend poesje te staan. Terwijl ik mijn spullen naar binnen loodste, miauwde hij klaaglijk: “Waar was je nou toch al die tijd,” leek hij te willen zeggen, “ik was helemaal alleen”. Alles was snel vergeven en vergeten. Het luide gespin kwam me tegemoet zodra de tussendeur openzwaaide en een gesprek kwam op gang. Tommie miauwde, ik babbelde terug. Hij was erg gemakkelijk in de omgang, wilde geaaid worden zodra hij me zag en kwam op schoot zitten zodra ik plaatsnam op de bank. Dat verliep altijd volgens hetzelfde stramien: Tommie nam plaats en zocht zijn positie, wat meestal tegenover mij was. Dan legde hij zijn pootjes ter hoogte van mijn borsten, om vervolgens op genotvolle wijze een pompende beweging te maken, waarbij de nageltjes helaas niet ingetrokken bleven. Lang leve de bh met vulling!

Er waren slechts twee situaties waarin ik een beetje op hem moest mopperen. Vermoedelijk zag hij mijn laptop als een rivaal, want daar blijf hij maar over heen en weer lopen als ik aan het werk was. Ook een bord met eten had een magnetische aantrekkingskracht op hem. Waarschijnlijk een teken van intelligentie, een nieuwsgierig poesje moet haast wel een slim poesje zijn. Op beide situaties reageerde ik echter steevast hetzelfde: door hem vriendelijk doch gedecideerd op de grond te zetten.  

Bij het afscheid was Tommie in geen velden of wegen te bekennen. Het gerommel met spullen en gesjouw met tassen vond hij waarschijnlijk niet zo geslaagd, want hij had zich onder de bank verschanst. In mijn verbeelding zag ik hetzelfde verbouwereerde gezichtje dat ik bij aankomst trof: “He, ga je nu alweer weg?”

Local sits·Love for cats

Liefde volhardt

Er was een tijd, dat ik ervan overtuigd was dat Loca een hekel aan mij had. Het bleek uit bijna alles; zowel uit wat hij deed als uit wat hij liet. Aanvankelijk leek hij wel nieuwsgierig te zijn naar de nieuwe oppas. Maar doordat hij slechts aan mijn hand snuffelde om vervolgens met een smalende blik zijn weg te vervolgen, vreesde ik gewogen en te licht bevonden te zijn… Niet op schoot zittende katten komen wel vaker voor, maar absoluut geen interesse in aandacht? Een zeldzaamheid!

Bij de tweede keer oppassen, een lange sit van een maand, was ik vastberaden zijn hart te stelen. Behalve elke dag spelen en borstelen had ik geen vast omlijnd plan. ‘God zegene de greep’, dacht ik, met liefde voor katten en doorzettingsvermogen kom ik vast een heel eind!

Het borstelen ging dan ook prima, zodra ik met de behoorlijke ruwe borstel Loca’s dikke vacht begon te bewerken lag hij bijna te kronkelen van genot! Hij zakte door zijn pootjes, soms met zijn bips omhoog en knorde dat het een lieve lust was. Binnen enkele dagen klopte ik mijzelf op de borst omdat ik dacht ik dat de strijd gewonnen was. Mis!
Op de derde oppasdag kwam ik ’s avonds rond middernacht thuis. De volgende ochtend moest ik vroeg op, dus ik keek uit naar een warm, zacht bed. Zodra het licht in de slaapkamer aanging zag ik wat er gebeurd was: iemand had een dikke drol op het dekbed gedeponeerd… Gelukkig lag er een laken tegen de poezenharen bovenop, zodat het slechts een kwestie van drolruimen en overtrek in de wasmachine gooien was!

Het leverde mij wel een extra kopzorg op: wat mist dit poesje nu eigenlijk? Het antwoord was natuurlijk: zijn baasje. En eerlijk gezegd wist ik ook niet wat ik meer kon doen om zijn hart te stelen. Dus deed ik het enige wat ik kon bedenken: volharden. Ik bleef elke dag borstelen. De behandeling werd elke dag met evenveel enthousiasme begroet. Het spelen kwam niet echt van de grond, maar naarmate de sit vorderde kwamen de katten uit zichzelf meer in beweging. Misschien moesten zij ook aan mij wennen?

Loca met zijn nieuwe lievelingsspeeltje

Uiteindelijk is het me toch gelukt! Een hard bewijs voor deze aanname heb ik niet, maar ik denk dat het is gekomen doordat ik een cadeautje voor Loca en zijn vriendinnetje Izzy heb gekocht. Dit presentje was een schot in de roos! Een simpel lapje hazenbont met wat fazantenveertjes eraan genaaid, gevuld met valeriaan leidde tot aandoenlijke taferelen. Aan het einde van de sit, een maand later, werd er nog enthousiast mee gerollebold. En van lieverlee merkte ik ook dat Loca ontdooide. Hij keek me aan met een open blik, aaien mocht nu wel en hij zag er zelfs geen bezwaar in zich aan mijn voeten te nestelen als ik ’s avonds in een stoel zat. Het grootste bewijs van alles, was wel dat ik ’s nachts wakker werd van een zwaar gewicht op mijn voeten: dat van Loca.


Het is waar; liefde volhardt. Ook liefde voor katten.

Cat behaviour·Local sits

Bedtijd

Izzy is een elegante schoonheid die vaak enigszins schichtig uit haar ogen kijkt. Bij de allereerste kennismaking had ze zich onder het dekbed van haar baasjes verschanst. De stofzuiger die eerder op de avond door het huis was gegaan, en daarna de deurbel toen ik mijzelf aanmeldde waren te veel van het goede voor haar.
Het duurde dan ook even voor ze zich voor mij openstelde tijdens de eerste sit: verder dan zich terloops over de bol laten aaien is het niet gekomen. Izzy is geen schootkat. Samen op de bank ging al ver genoeg.
Inmiddels zijn we een jaar verder en ik pas weer op Izzy en huisgenootje Loca. Veel is veranderd. Beide katten zijn een stuk toegankelijker, ieder op hun eigen manier. Loca en ik zijn nu maatjes. Met Izzy kon ik een jaar geleden al prima opschieten, maar ze is nog steeds snel angstig. Als ik bij thuiskomst de voordeur open, kijk ik vaak recht in haar verschrikte ogen. Dan schiet ze als een speer weg, meestal richting slaapkamer. Ik begroet beide katten zodra ik binnenkom door hun namen te noemen, en ik kijk altijd even waar ze zijn. Izzy kijkt me dan meestal vanachter het bed, de bank of onder de tafel vandaan aan. Doorgaans is ze een rustig poesje, wiens aanwezigheid je bijna zou vergeten.

Izzy rond bedtijd

Totdat het avond is! Meestal slaapt ze het grootste deel van de dag op een van haar favoriete plekjes: op de hoek van de bank of op het voeteneinde van het bed. Maar zodra ik op sta om mijn tanden te gaan poetsen voor het naar bed gaan, is het raak: Izzy wordt wild! Ze springt op, miauwt luidkeels, en begint als een raket door het appartement te schieten. Dit houdt ze de hele tijd vol terwijl ik me voorbereid om naar bed te gaan. Het lijkt erop dat ze zich ervan bewust is dat het tijd is om te gaan slapen, want als ik de slaapkamer betreed om mijn pyjama aan kom trekken, zit ze me daar meestal al op te wachten. Meestal spreek ik haar dan alvast bemoedigend toe: “Ga je ook lekker slapen meissie? Ga maar alvast lekker liggen, ik kom zo!”
Wat ze dus niet doet! In plaats daarvan schiet ze een aantal malen luidkeels miauwend heen en weer over het bed, routineus mijn hand ontwijkend als ik die uitsteek om haar te strelen. Als ik nog wat lees voor het slapengaan loopt ze een paar keer over mij heen. Het verwart me, omdat het erop lijkt dat ze op mijn schoot wil komen zitten. Maar dat gebeurt echter nooit!
Op aanbevelen van haar baasje probeer ik altijd nog wat met haar te spelen voor ik het licht uitdoe. Zelf gebruiken zij een lange veter om haar mee te entertainen, maar bij mij taalt zij er in het geheel niet naar. Het lijkt wel alsof ze het ding niet eens ziet! Dagelijks probeer ik het weer even, om het vervolgens even snel weer op te geven. Voor mij is het immers bedtijd. Het heeft gelukkig ook niet lang geduurd voor ik wist hoe Izzy tot rust kwam: gewoon door het licht uit te doen en zelf te gaan liggen. Het goede voorbeeld geven, in feite. Meestal zie ik haar dan in het donker nog van een eindje vandaan naar mij staren.  Soms loopt ze een paar keer vlak langs mijn gezicht, alsof ze wil controleren of het echt al bedtijd is. Vervolgens verdwijnt ze naar het uiterste hoekje van het voeteinde; een van haar favoriete plekjes.

Local sits

Liefde groeit

Cooper was een tijdlang enigste kat, maar uiteindelijk wilde zijn baasje toch een kitten erbij. Hij was namelijk een niet erg affectieve kat, schootje zitten was er niet bij en na twee keer aan je hand geroken te hebben was hij alweer met de Noorderzon vertrokken. Dus Morris kwam erbij, en dat was wel even slikken voor hem! Opeens was er dat kleine, oranje ding waar iedereen mee wegliep. Superschattig om te zien, en hij deed alles wat Cooper niet deed: op schoot zitten, spelen en kroelen. En op een of andere manier vond ik dat toch wel sneu voor hem. Ook een kat kan zijn persoonlijke historie hebben, en daar kan hij helemaal niks aan doen! Mogelijk was hij zelfs een beetje jaloers, want hij deed niet altijd even aardig tegen die kleine…
Katten kunnen wel degelijk emoties ervaren. Die hebben vaak te maken met het zich bedreigd voelen in het voorzien in de primaire behoeftes. Krijg ik wel genoeg te eten? Kan ik wel op mijn favoriete plekje liggen? Dat een kat een emotie als jaloezie zou ervaren, daar zet de wetenschap zijn vraagtekens bij.   

Inmiddels zijn we ruim een jaar verder, en Morrisje is een Morris geworden. Beide katten zijn inmiddels aan elkaar gewend. Die kleine heeft duidelijk leven in de brouwerij gebracht, zoveel is wel duidelijk. Af en toe laat hij zijn huisgenootje alle hoeken van de kamer zien, zo niet goedschiks dan wel kwaadschiks.

Maar de liefde… die is gegroeid.

Local sits·Not a cat

Met een konijn op de bank

Op een konijn passen, waarom niet? De eerste kennismaking met Griet en de flat waar zij woonde, maakte mij in ieder geval al heel erg blij! Een grote ruimte, smaakvol ingericht en een konijn dat daar vrolijk doorheen hopte. Vanuit de grote ramen keek ik uit op de kruising van een singel en de langste laan van Nederland.
Omdat zij voor het grootste deel van de dag alleen thuis was had Griet haar eigen kamer, inclusief hok om in te slapen, bak om haar behoefte op te doen, voederbakjes met groenten en brokjes en kruidenplantjes waar zij naar hartenlust aan kon knabbelen. Als haar baasjes aan het einde van de dag thuiskwamen, ging de deur van haar kamertje wagenwijd open. Vaak moest ze dan nog even wakker worden, want het duurde doorgaans een poosje voordat zij tevoorschijn kwam. De bak met korrels en stro werd naar de keuken verplaatst met het oog op een gemakkelijke toegang; Griet was namelijk grotendeels zindelijk! Zo maakte zij een in het oog springend onderdeel van het huishouden uit.

Griet houdt ook wel van een goed boek

Natuurlijk zijn konijnen geen katten, dat was ook wel even wennen. Laatstgenoemde zijn doorgaans toch wat communicatiever. Het vraag-en-antwoord-spel wat ik met veel oppaspoezen speel, daar was Griet natuurlijk niet toe in staat. Maar tegelijkertijd zijn niet alle katten zo toegankelijk als dit knuffelkonijn. Contact kwam weliswaar geheel op haar voorwaarden tot stand, maar met de regelmaat van de klok zat ik met een konijn op de bank! Meestal nam zij naast mij plaats, en afgaand op de afstand die zij koos vermoedde ik of zij al dan niet geaaid wilde worden. Soms zat ze aan het andere eind, soms pal naast mij.

Cat behaviour·Local sits

Honger

Ik pas weer op Oscar, de kat die in mijn beleving buitensporig veel miauwt. Bij de eerste oppasbeurt maakte ik me zorgen dat hij zijn baasje miste en zich eenzaam voelde. Na thuiskomst stuurde zij een kiekje van hen beiden, gezellig samen op de bank. Hij was die avond niet van haar zijde geweken.
Inmiddels denk ik dat hij goed weet wat hij wil: eten. Zijn baasje wil geen kat met overgewicht dus heeft zij hem op dieet gezet. Elke maaltijd wordt snel naar binnen gewerkt. Het lijkt erop dat hij na afloop niet voldaan is, want kort na het eten miauwt hij alweer klagelijk. Mocht ik twijfelen aan zijn intenties: als ik opsta van de bank sprint hij naar de keuken. Daar blijft hij stilstaan, om te kijken waar ik blijf. Als ik dan niet blijk te komen, lijkt het erop dat hij me komt halen. Zo ontstaat er een kat-en-muis-spel: ik sta op, Oscar rent naar de keuken. Als ik niet kom, komt hij me weer halverwege tegemoet. Hij kijkt me indringend aan en miauwt luid. Deze cyclus herhaalt zich en dat houdt hij vrij lang vol.  Zijn baasje geeft wel toe dat hij enigszins geobsedeerd is door eten, maar het ziet ernaar uit dat het probleem minder speelt als zij thuis is. Misschien maakt Oscar zich zorgen of hij zijn volgende maaltijd wel krijgt van deze andere persoon?

Het laat me niet los omdat ik het met te doen heb. Zou hij soms honger hebben? Hoewel ik me zeker niet inbeeld dat ik dit probleem in enkele dagen tijd (gedurende welke ik oppas) kan oplossen ben ik nieuwsgierig en lees over de materie. Oscar is als kitten bij zijn baasje terechtgekomen, dus tekortkomen in de vroegste jeugd is geen mogelijke oorzaak. Een dieet wordt wel als oorzaak van bedelen vermeld. Oplossing hiervoor is het eten proportioneren zodat schrokken voorkomen kan worden.

Dit leeswerk brengt me ook op een idee voor een cadeautje voor Oscar bij een volgende keer oppassen: een voerpuzzel houdt hem bezig en leidt klaarblijkelijk eerder tot verzadiging. In feite is het een stapel bakjes die ieder weer eigen compartimenten bestaan. Dekseltjes kunnen ervoor zorgen ervoor dat de puzzel moeilijker wordt.

Bron: http://www.praktijkvoorkattengedrag.nl

 Voorlopig kan ik alleen maar wat misschien wel het allerbelangrijkste advies is in acht nemen: bedelen te allen tijde negeren!

Cat behaviour·How to...·Local sits

Vertrouwen

Dit is de tweede keer dat ik op Ron pas. De eerste keer was een jaar geleden, voor een weekend maar. Dit keer zijn de baasjes twee weken lang op reis.
In eerste instantie zie ik hetzelfde poesje als destijds terug; zachtjes miauwend achter de voordeur als ik de sleutel in het slot steek, verdwenen als ik de deur openduw, een paar verschrikte ogen vanonder de eettafel vandaan als ik hem zoek… Ron is overduidelijk geen allemansvriend. Hij krijgt van mij alle gelegenheid me te leren kennen, maar hij toont aanvankelijk weinig interesse. Uiteindelijk neemt het wat tijd in beslag voordat ik een heel ander poesje te zien krijg. Het vertrouwen groeit. Dit ‘nieuwe’ poesje mauwt niet alleen luid en duidelijk zodra ik de deur openmaak, hij blijft me daar ook opwachten om me te begroeten. Het grootste gedeelte van de tijd in huis doorgebracht brengt hij in mijn nabijheid door. Aanvankelijk naast mij op de bank, daarna steeds vaker en langer op schoot.

Ron is ontegenzeggelijk een prachtpoes: zijn prachtige vacht heeft dagelijkse kambeurten nodig. Deze ondergaat hij ogenschijnlijk lijdzaam. Al doende leer ik hoe ik hem kan borstelen op een manier die voor hem het prettigst is: door de knopen te ontklitten zonder eraan te trekken. Zodra ik het trucje doorheb, kan hij er eindelijk van genieten! De borst gaat omlaag en het kontje omhoog! Uiteindelijk ben ik het borstelen eerder zat dan hij.

How to...·Local sits

Wat is er toch, Poesje Paris?

Wat is er toch met Poesje Paris? Ze is doorgaans het gereserveerde type, slaat nooit te veel acht op mij en van aaien moet ze niet veel hebben. Een uitgestoken hand wordt besnuffeld en vervolgens genegeerd. Als die soms toch per ongeluk op haar hoofd beland, maakt ze zich uit de voeten. Maar nu ligt ze net wat vaker bij mij in de buurt en ik vraag mij af of zij honger heeft! Niet voor de hand liggend, want het is nog ochtend en het ontbijt heeft zij nog niet lang geleden gehad. Dan schrik ik: boven haar ene oog zie ik een wondje. Het is klein, maar het is er. Dan schrik ik andermaal: net boven het andere oog zie ik een identiek plekje. Snel verstuur ik een berichtje naar haar baasjes om te informeren of zij hiervan meer weten. Ze zijn in het buitenland, maar ik hoop op snelle respons. Onbekommerd verlaat ik het huis aan het einde van de ochtend.

Als ik ’s avonds terugkeer slaat de schrik me echter om het hart: de vurige plekjes zijn veel groter geworden! Eerlijk gezegd raak ik een beetje in paniek, want ik voel me verantwoordelijk en heb geen flauw idee hoe te handelen… Een snelle zoektocht op Google doet me vermoeden dat het om een allergie gaat. Helemaal zeker weten doe ik het niet, dus ik start een zoektocht. In een lade kom ik wat kattenspullletjes tegen, waaronder een tube zalf op naam van Poesje Paris. Dat wordt smeren, bedenk ik me, maar hoe? Ze is al niet de meest toeschietelijke, en de plekjes zien er pijnlijk uit! Onhandig probeer ik haar vast te houden; ik krijg dan ook snel een haal en Poesje Paris maakt dat zij wegkomt! Elke keer hierna dat ik bij haar in de buurt kom, is ze onmiddellijk op haar hoede. Ik besluit haar verder met rust te laten tot ik meer zekerheid met betrekking tot de juiste handelingswijze heb.
Uiteindelijk bel ik de baasjes op het vakantieadres, maar ik krijg ze niet te pakken. De dierenartspost die weekenddienst heeft is alleen voor noodgevallen bedoeld, maar de vriendelijke assistente die ik aan de lijn krijg, helpt mij vast te stellen hoe dringend de situatie echt is! Ze doet twee aanbevelingen: Ten eerste contact opnemen met de baasjes, om meer te weten te komen over de situatie. Ten tweede het beestje goed in de gaten te houden om te zien of haar gedrag veranderd is. Snel bedenk ik me dat het etenstijd is. Het beste moment om te beslissen of er sprake van spoed is, want Poesje Paris is een enorme smulpaap! De uitkomst is positief, want zoals gewoonlijk heeft zij in een mum van tijd haar bakje leeg gesmikkeld.

Als ik haar baasje te pakken krijg, stelt zij me ook nog gerust. Het is inderdaad niet de eerste keer dat de plekjes de kop opsteken, maar behandelen is moeilijk, want in je eentje is deze eigenzinnige dame niet te behandelen. Het lukt alleen als de een haar in de houdgreep neemt terwijl de ander de zalf smeert. En als die dan eenmaal op de juiste plek zit, heeft mevrouw het er in een mum van tijd weer vanaf gelikt!
De rest van het weekend raak ik mijn gevoel van ongerustheid niet kwijt. Ik laat me slechts ten dele geruststellen door de woorden van het baasje: houd haar in de gaten, wij gaan komende week wel met haar naar de dierenarts. Dat gevoel raak ik dan ook pas kwijt als ik uiteindelijk het bericht krijg dat er inderdaad sprake is van een allergie, en dat een injectie en een dieet alles op hebben gelost.