Local sits·Love for cats

Je wordt ouder Donna!

Haar baasje had me al gewaarschuwd: de trimmer is langsgeweest. Omdat Donna haar de laatste tijd niet toestond de klitten aan de achterkant van haar lijfje eruit te halen vanwege haar artrose, had zij die taak ditmaal aan een ander overgelaten.
Ze had geen woord te veel gezegd; het zag er inderdaad niet fraai uit!
Eerlijk gezegd schrok ik er een beetje van. Behalve dat haar achterpootjes nu duidelijk zichtbaar krom bleken als gevolg van de artrose, was de normaliter dikke vacht op heuphoogte gemillimeterd. En niet bepaald symmetrisch!  De aandoening was al duidelijk te zien als zij liep, nu oogde zij ontegenzeggelijk als een poes op leeftijd: “Je wordt ouder Donna, geef het maar toe,” zong Peter Koelewijn in mijn hoofd. Ze liep dan ook beduidend slechter. Waar ze vroeger altijd lichtvoetig en parmantig over de tegels heen trippelde, klonk dat geluid nu veel zwaarder. Ze had nog zeker genoeg pit om van bank en bed af te springen, maar het ging allemaal wat minder soepel dan voorheen. 

Oh Donna!

De gereserveerde verlegenheid was er nog steeds. Me bovenaan de trap opwachten en zachtjes miauwen, op precies dezelfde manier als wanneer ik een gesprekje met haar aan trachtte te knopen, die rituelen waren gebleven. Maar ze leek meer te kunnen genieten van liefkozingen: kriebelen in haar nekje of bij de aanhechting van haar staart. Dan strekte ze vol genot haar achterpootjes, hoewel ze dat niet lang volhield. Na verloop van tijd konden de door de artrose aangetaste botten haar gewicht niet langer dragen en ging ze erbij liggen. En daarin zag ik een duidelijk verschil met voorheen: ze kwam dan vlak naast me liggen en het duurde een lange tijd voordat ze weer van mij vandaag ging. Terwijl ze er altijd voor leek te waken een zekere afstand te bewaren. “Want je bent nog snel, maar bent eerder moe,” neuriede Peter Koelewijn weer door mijn hoofd, terwijl Donna ijverig spinde. 

Local sits·Love for cats

Mooi meisje

Mooja deed haar naam aan wat mij betreft. Ik hoorde het woord ‘mooi’ erin en ik vond haar beeldschoon. Een Blauwe Russin met een parmantig rood sjaaltje aan haar bandje geknoopt. Het ding leek haar, in tegenstelling tot veel andere katten, niet te deren: nooit zag ik haar eraan krabben of pogingen wagen het te verwijderen. Alsof ze wist hoe goed het haar stond! 

Ze was een van de katten waar ik op het eerste gezicht al een zwak voor had. Misschien was het omdat ze bij de kennismaking eerst gezellig naast me kwam zitten op de bank, om zich vervolgens volledig gestrekt op het vloerkleed te vleien om haar fluweelzachte buik ten toon te spreiden! 

Mooja’s fluweelzachte buik

Zodra haar baasje was vertrokken, en we samen overbleven, liet ze toch een wat andere kant van zichzelf zien. De nieuwsgierigheid was er nog wel, die ik ontwaarde doordat ze elke keer als ik thuiskwam me met grote ogen bovenaan de trap opwachtte. Maar tijdens de eerste week was ik vooral op mijn eigen gezelschap aangewezen. Na de dagelijkse begroeting verdween ze vervolgens naar een andere kamer om daar op een van haar lievelingsplekjes te gaan liggen; de bureaustoel in de slaapkamer, bovenop de hoogslaper of op het aquarium. De vissen vertoonden geen enkele ongerustheid, en ik snapte wel waarom het plekje haar zo bekoorde: het was er heerlijk warm. 
Omdat onze band zich niet meteen ontwikkelde, besloot ik wat oude trucjes uit de kast te halen. Een dagelijkse borstelbeurt deed haar smelten als sneeuw in de zon. Terwijl ze in eerste instantie aan de aanraking leek te moeten wennen, nam ze uiteindelijk uitgestrekt plaats op het kleed. Zo kon ik elke centimeter van haar prachtige vacht borstelen, terwijl ze spinde dat het een lieve lust was. Af en toe draaide ze zich om zodat ik alle stukjes van haar schitterende vacht wist te bereiken.  

Een ander succesrecept was het speeltje met catnip. Ook daar gooide ik hoge ogen mee, maar dat zal niemand verbazen. Het muisje dat bij de bestelling werd geleverd, viel ook in de smaak. Ze liet het ding alle hoeken van de kamer zien, alsof het een levend dier betrof! 

Nieuw favoriet speelgoed

Snel waren we dikke vrienden. Ze begroette me niet alleen bij thuiskomst, ze begon me ook gezelschap te houden. Als ik aan tafel zat lag zij op het kleed, als ik op de bank plaatsnam deed zij dat ook en ’s nachts lag ze op mijn voeteneinde. Een heerlijk communicatief diertje dat tegen me mauwde zodra ik haar aankeek. Het luide gespin begon al zodra ze naast me kwam zitten, anticiperend op het aaien en kriebelen waarvan zij wist dat zij dat weldra zou ontvangen. 
Maar aan elke sit komt een eind. Omdat haar baasje pas laat die avond thuis zou komen, zorgde ik ervoor dat zij tot die tijd alles had wat haar hartje begeerde. Daarna aaide ik haar nog een laatste keer over haar bol, liep de trap af en deed de voordeur achter mij dicht. 

Cat behaviour·Cat Family·Local sits·Love for cats

Met zijn vieren

Hoe meer katten hoe beter is mijn devies! Het brengt misschien wat meer schoonmaakwerk met zich mee, maar ik geniet ervan hoe de persoonlijkheden van de diverse poezen tot hun recht komen in een groter gezelschap. Mogelijk omdat elk karakter contrasteert aan die van de anderen. Een grote kattenfamilie is als de cast van een toneelstuk waar ik onophoudelijk naar kan kijken! Niet voor niets staat het doen van vrijwilligerswerk in een kattenkolonie hoog op mijn verlanglijstje. 

Steeds als ik in de gelegenheid ben op meer dan (pakweg) twee poezen te passen, klopt mijn hart een beetje sneller. Zoals een sit bij Toga, Cheetara en Vitorio, drie Braziliaanse katten die samen met hun baasjes naar Nederland verkasten. Bij binnenkomst ademt het huis ‘poezenfamilie’ uit; overal kussentjes en mandjes waar ze kunnen vertoeven. Op de vensterbank, bovenop een kast, waarvandaan de gehele ruimte kan worden overzien. Maar ook plekjes om zich in alle rust terug te trekken. Vitorio kijkt me vanaf zijn uitkijkpunt nieuwsgierig aan, en snuffelt enthousiast aan mijn uitgestoken hand. In een mum van tijd heb ik een nieuwe vriend gemaakt. 
Ook met Toga gaat het leggen van contact onverwachts gemakkelijk. Hij is een heer op leeftijd, die wat stijfjes loopt en je aankijkt of hij chagrijnig is. Maar als ik ’s avonds rustig met Vitorio op schoot op de bank zit, komt hij polshoogte nemen. Het is duidelijk dat hij liefst op mijn schoot zou komen zitten, maar dat gaat niet: zijn huisgenootje neemt alle ruimte in beslag. Toga neemt genoegen met het plekje vlak naast me, op de armleuning van de bank. Mijn poezenmoederhart klopt blij!

Het past maar net: Vitorio, Toga en ik

Cheetara is echter een heel ander verhaal. Baasje Louise liet me al weten dat zij extreem verlegen is en zich doorgaans na verloop van een paar dagen pas laat zien. Omdat deze sit maar voor vier dagen gepland is, spant het erom of ik überhaupt kennis met haar zal maken. Haar domein is de zolder, het gezellige atelier van haar baasje. Dat weet ik, omdat die me dat vertelt als ik haar ongerust laat weten dat Cheetara in geen velden of wegen te bekennen is! Genoeg hoekjes waar ze zich daar kan verschansen. 
Als ik aan het einde van de eerste dag op zolder een boek lees, neem ik haar voederbakje gevuld met vlees mee naar boven. Vanaf de bank zie ik haar niet, maar ik hoor overduidelijk hoe zij zich eraan te goed doet! Als ik wat later op sta, is het bakje keurig schoongelikt! 
Op de laatste avond is het zover. Terwijl ik in de woonkamer zit, komt er plotseling een bliksemflits langs: het is Cheetara, op zoek naar een lekker hapje. Zodra ik in beweging kom, maakt zij zich uit de voeten; de kamer uit en de trap op. Ik controleer de bakjes van de poezen en houd me stil. Ze komt inderdaad terug en begint met me te communiceren. Ze loopt heen en weer, houdt me in de gaten en miauwt dat het een lieve lust is. Rustig en vriendelijk praat ik terug, niet helemaal zeker wat ze nu wil. Niet veel later springt ze naast me op de bank. Ze heeft onvoldoende rust om naast me te komen zitten, maar nieuwsgierig is ze wel. Ze snuffelt behoedzaam aan mijn uitgestoken hand, maar komt niet zo dichtbij dat ik haar kan aaien. Tenminste; niet gelijk. Na een kort spel van benaderen en terugtrekken, staat ze me toch toe dat ik haar in haar hals kriebel… en geniet ervan. Uiteindelijk ga ik veel later naar bed dan gepland, omdat ze toch naast me komt liggen, uitgebreid genietend van de liefkozingen. 

Cheetara’s overgave

Als ik de foto de dag erop aan haar baasje stuur, is ze onder de indruk: “Wow, zo snel! Je moet wel een kattenfluisteraar zijn!”
En laat ik dat nou altijd al hebben willen zijn!

Cat behaviour·Local sits·Love for cats

Oudejaarsnacht

“Zorg dat Penny om tien uur binnen is, als ze buiten is op het moment dat het vuurwerk losbarst rent ze misschien uit angst weg”. Dat was het verzoek van haar baasje, maar de lokale jongeren vonden zeven uur een geschikter tijdstip. Misschien voor de hand liggend, met het oog op het van kracht zijnde vuurwerkverbod aan het einde van 2020. Je steekt het af wanneer je in de gelegenheid bent. 


Alleen: waar was Penny op dat moment? Onmiddellijk begon ik haar te zoeken op haar gewoonlijke plekjes. Het kleine mandje in de badkamer naast de verwarming was leeg. Ze lag ook niet op het grote bed, achter het hoofdkussen verscholen, noch in de studeerkamer op de bureaustoel. Dus trok ik mijn schoenen aan en draaide een sjaal om mijn hals tegen de ergste kou om haar buiten te gaan zoeken. De tuin baadde in licht dankzij de buitenverlichting. Zo kon ik in ieder geval in één oogopslag zien dat Penny hier niet was. De brandgang achter de tuin was een ander verhaal. Hier was geen verlichting en het was er aardedonker. Met behulp van het lampje op mijn mobiel kon ik om me heen kijken om haar zoeken. Ik riep haar naam een paar keer. Er was niets of niemand te zien, ook geen kat. Een blok verderop klonken harde knallen. Waar kon Penny zijn? 

Een van Penny’s favoriete plekjes

Ik moest denken aan de kat van een vriendin, die in de straat heel geliefd bleek te zijn toen zijn baasje zich bij de buurt-appgroep aansloot. “Het leukste katertje ooit,” zo bleek hij onder meer bekend te staan. Alleen was Penny niet zo’n amicaal type. Ze was weliswaar vriendelijk, maar ook gereserveerd. Al helemaal geen schootkat, dus ik kon me niet voorstellen dat zij bij de buren binnen zat. 

Ongerust ging ik terug naar binnen, het huis in. Ik nam me voor het los te laten. Penny zou zelf wel terugkomen als het rustig bleef, of als ze honger kreeg, zo hoopte ik. Als ik in de keuken bezig was, kwam zij me meestal gezelschap houden omdat ze wist dat ze dan meestal een lekkernij kreeg. Om dat te bewerkstelligen, cirkelde ze om mijn voeten heen om ze innig kopjes te geven… 
In de hoop dat ze thuis zou komen, nam ik de taak op me het aanrecht schoon te maken. Maar ze kwam niet en het onbestemde gevoel in mijn buik bleef. In de tuin geen enkele beweging. Ik moest iets doen, dus ik trok mijn schoenen weer aan en deed mijn sjaal weer om. 
Nog steeds niets of niemand in de brandgang achter het huizenblok, geen enkele beweging, toch liep ik een aantal keer op en neer, met mijn lampje alle kanten op schijnend. En plots zag ik haar! Ze zat op een muurtje, verscholen tussen de takken. Ze keek angstig. Ik sprak op geruststellende toon tegen haar; ze bleef zitten alsof ze een standbeeld was. Tijd om tot actie over te gaan, in de verte ging het geknal onverminderd door. Behoedzaam pakte ik haar beet en hield haar tegen mij aan. Tot mijn verbazing en opluchting gaf ze geen sjoege , terwijl ik had verwacht dat ze me zou krabben. In plaats daarvan liet ze zich gewillig meedragen. Als ze in paniek weggevlucht zou zijn, waren we nog verder van huis geweest! Ik hield haar veiig tegen mijn borst terwijl ik op geruststellende toon tegen haar sprak. Eenmaal binnen vluchtte ze het halletje voor het toilet in, waarschijnlijk vanwege de afwezigheid van ramen. Ik voelde een diep medelijden voor haar, ze was overduidelijk doodsbang: ze liep niet, maar kroop, haar lijfje zo dicht mogelijk bij de vloer. Ik barricadeerde voor alle zekerheid haar kattenluik om me ervan te vergewissen dat ze niet meer naar buiten kon. 


Een uur later zat zij nog op hetzelfde plekje. Later op de avond was ze echter weer verdwenen! Ik moest goed zoeken voor ik haar vond; verscholen achter de printertafel in de studeerkamer. Daarna liet ik haar verder met rust. Ze zocht ook geen aanspraak. 

Als ik ’s nachts opsta om water te drinken, kom ik haar gelukkig tegen. De rust is dan inmiddels wedergekeerd in de stad. 

Cat behaviour·Local sits·Love for cats

Laat me alleen

Bij de allereerste sit was Lily niet zichzelf. Het verschil kon ik zelf natuurlijk niet zien, maar zo werd het mij verteld. Haar maatje-sinds-jaren Suus was niet lang daarvoor overleden. Katten blijken namelijk echt te kunnen rouwen. Gedurende de periode dat ik op Lily mocht passen, uitte zich dat in een verminderde eetlust en excessief nachtelijk miauwen. Zo luid, dat ik bang was dat ze ook de buren wakker zou maken! Haar vocaliteit kon erop duiden dat ze haar vriendinnetje zocht. Ze ging meestal op de overloop staan, pal onder het luik naar de zolder. Misschien omdat het zo lekker galmde, of wellicht dacht ze dat Suus zich daar verschanst had? Het was in elk geval duidelijk dat er iets aan de hand was. 

Haar baasje besloot na enig wikken en wegen nieuw gezelschap voor Lily te zoeken, zodat zij zich niet eenzaam meer hoefde te voelen. Via-via vond zij een tweede Heilige Birmaan, met een even zachte vacht en schitterende ogen. Een prachtig stel! 
Liefde op het eerste gezicht was het echter niet. Dat zou ook wat teveel te verwachten zijn, want de verstandhouding tussen katten is meestal een precaire balans tussen twee (of meer) solitaire dieren. Lily was al die jaren aan een andere poes gewend geweest, zou het met deze ook lukken? 
De eerste tekenen duidden op een voorzichtig tolereren, tenminste, zolang de kleine maar niet te dicht bij de grote in de buurt kwam! Tijdens de eerste sit op beide poezen maakte Lily een chagrijnige indruk. Poppy was nog jong en wilde graag aandacht en samen spelen. Lily had daar eerder al minder animo voor, maar leek zich nu terug te trekken. Terwijl ik de kleine de aandacht gaf waar ze van genoot, meende ik te zien dat haar huisgenote tussen haar oogharen door pissig naar ons staarde. Als zij dezelfde aandacht aangeboden kreeg, ging zij er niet op in. 

Poppy speelt

Enkele maanden later was de situatie nog niet verbeterd. In tegendeel: Lily bleek Poppy steeds minder goed te kunnen velen. Ze verdroeg haar niet om zich heen, wat tot gevolg had dat er alleen overdag geen vuiltje aan de lucht was omdat zij dan sliep. Maar ’s nachts kwam het voor dat ze Poppy belaagde. Hun baasje nam een kattentherapeute in de arm, die concludeerde dat Lily ruimte nodig had om haar huisgenootje te kunnen ontlopen. De kleine leek echt wel wat angstig te zijn, dus dat moest goed in de gaten gehouden worden. 

Helaas is dit geen verhaal met een onverdeeld happy end. Het kwam weliswaar allemaal goed, maar alleen doordat de poesjes van elkaar gescheiden werden. Fijn voor Lily, die eindelijk weer rust had. Zuur voor Poppy, omdat ze voor de tweede keer in een relatief korte periode herplaatst moest worden. Gelukkig kwam ze dit keer op een plekje waar ze zich wel fijn voelde. En zo kwam het uiteindelijk toch nog allemaal goed!

Cat behaviour·Local sits·Love for cats

Plekjes

“Als je haar niet kunt vinden, zit ze waarschijnlijk óf op één van de eetkamerstoelen, óf achter een gordijn op de vensterbank voor het slaapkamerraam,” waarschuwde haar baasje me. “Dat zijn tegenwoordig haar lievelingsplekjes”.

Nieuw plekje!

Donna komt maar zelden bij me zitten als ik op haar pas. Soms springt ze op de bank als ik erop zit, loopt een paar keer heen en weer en besluit dan bijna altijd voor een ander plekje in huis te kiezen. Gek genoeg is dat heel vaak in een ruimte waar ik niet ben! Zit ik in de woonkamer, dan is zij meestal in de slaapkamer te vinden. 
Als ik naar bed ga, dan verlaat zij doorgaans haar plekje daar. Niet onmiddellijk. Sterker nog, ze zoekt me juist op zodra ze merkt dat ik ga slapen. Het is een gecreëerde situatie, want zij is gewend dat haar baasje haar voor het slapen gaan nog een handje kattensnoepjes geeft en natuurlijk houd ik de traditie in ere! Meestal komt ze me gezelschap houden, terwijl ik me met een boek en wat kussens in mijn rug in bed nestel. Met haar prachtige groene ogen kijkt ze me dan doordringend aan. Maar zodra het lekkere hapje weggewerkt is, gebeurt het maar zelden dat ze nog steeds mijn gezelschap verkiest. Soms, heel soms, blijft ze liggen op het voeteneinde. Maar zodra ik ga liggen om te gaan slapen, en me een paar keer omdraai houdt zij het doorgaans al snel voor gezien. 

Beste plekje!

Tot mijn grote verbazing en voldoening koos zij uiteindelijk toch een plekje in mijn nabijheid. Op een dag kwam ik thuis en vond haar bovenop mijn koffer, die op een stoel in de slaapkamer lag. Het deksel was niet helemaal dichtgeritst, dus ze was behaaglijk naar beneden gezakt. De dagen erna was ze dag en nacht op dit plekje te vinden. “Ik heb nog wel ergens een oude koffer,” zei haar baasje toen zij ervan vernam. De mijne zou immers verdwijnen met mijn vertrek! 

Cat behaviour·Local sits·Love for cats

Een kat alleen

Sinds korte tijd was Lily alleen. Bij de eerste kennismaking had ik haar maatje Suus nog ontmoet, ook een Heilige Birmaan en even beeldschoon. Vergelijkingsmateriaal met hoe ze voorheen was had ik niet, want ik kende Lily nog niet, maar haar baasje maakte zich een beetje zorgen om haar. Sinds ze alleen was, was haar gedrag veranderd. Ze doelde onder meer op veelvuldig miauwen en slecht eten. 

Lily slaapt

Als eerste viel het veelvuldig slapen me het meeste op! ‘s Ochtends was ze bij het krieken van de dag weliswaar al actief; als ik heel vroeg opstond om het toilet te gebruiken, leek het erop dat ze al zat te wachten tot mijn dag ook begon. De rest van de dag leek ze in een diepe slaap door te brengen.
Veel interesse in haar ochtendhapje leek ze niet te hebben, want als ik het huis verliet om naar het werk te gaan lag ze al met gesloten ogen op de bank. Meestal zei ik dan nog iets als ‘daaag meisje, fijne dag’, maar meer respons dan een oog wat op een kiertje openging kwam er nooit. Zoals ik haar achterliet, zo trof ik haar ook weer aan bij thuiskomst vroeg in de avond: opgerold als een snoezige pluizenbal. Het was altijd even zoeken waar het koppie zat! Ze leek pas weer tot leven te komen als ik had gekookt, gegeten en opgeruimd.
Net zoals ze ’s ochtends weinig animo voor haar ontbijt vertoonde, kan hetzelfde gezegd worden voor haar avondmaal. Ze kreeg een blikje kattenvoer aangelengd met water, waarvan alleen het natte gedeelte altijd schoon op ging. Misschien beeld ik het me in, maar in de loop van de periode dat ik op haar paste zag ik haar vaker eten en drinken. De wederzijdse toenadering verliep ook beter en zo kwam het ervan dat ze ’s nachts aan mijn zijde sliep. De dagen ervoor leek het erop dat ze slechts kwam controleren of ik al wakker was. Het deed me denken aan vroegere logeerpartijen, wanneer iemand op het moment dat je bijna in slaap valt de stilte doorbrak met de luide vraag: “Ben je nog wakker?” 

Lily speelt

Om haar in ieder geval minder actief te maken op het moment dat ik mijn nachtrust juist nodig had, besloot ik een oude truc van stal te halen: samen spelen! Ondanks dat zij al een kat op leeftijd was, was Lily erg kien.  Ze had een afgedankt snoertje waar ze onvermoeibaar achteraan rende, om er vervolgens bovenop te springen met de intentie het nooit meer los te laten. Het leidde tot naast mij slapen, in plaats van in het donker naar mij staren en het nachtelijk miauwen werd er gelukkig door geminimaliseerd. Geïnspireerd door dit kleine succes toog ik naar de dierenwinkel en kocht er een in katnip gedrenkt speelgoedje met echte veren aan een hengel. Ik mag graag denken dat deze attentie de band verder verstevigde. 
De avond voor vertrek kwam ze even op schoot zitten, om te spinnen dat het een lieve lust was terwijl ik haar in haar nekje kriebelen. “Oooooh, ik zal je missen, mis je mij ook?” zei ik tegen haar.
De volgende ochtend, voor ik de deur voor de laatste keer achter mij dicht deed,  nam ik niet de moeite afscheid van haar te nemen. Ik hoefde alleen maar naar de opgerolde pluizenbal te kijken en zachtjes “daaaaag” te zeggen! 

Cat behaviour·Local sits·Love for cats

In goed gezelschap

Katten staan erom bekend dat ze van nature solitaire wezens zijn. Dat is algemeen bekend, maar het neemt niet weg dat de omstandigheden waaronder een poes opgroeit ook van invloed zijn op zijn persoonlijkheid.  Zo was ik uitermate verbaasd vast te moeten stellen dat de zogenaamde geredde straatkatten die ik tegenkwam vaak een bijzonder sociaal karakter hadden. Het is al ietsjes beter te begrijpen als je je realiseert dat deze dieren vaak noodgedwongen in groepen leven; het verschaft hen onder meer veiligheid in een vijandige omgeving. Daaruit zou geconcludeerd kunnen worden, dat ook poezen die van jongs af aan gewend zijn in menselijk gezelschap te verkeren, vaak heel gezellig zijn. 

Tommie was de personificatie van een sociale kat. Als kitten kwam hij terecht in een gezin met twee jongens van rond de tien jaar oud, waar bovendien dagelijks een half dozijn andere, jonge kinderen over de vloer kwam. Met ‘jong’ bedoel ik in dit geval onder de vier jaar, want zijn baasje faciliteerde kinderopvang aan huis. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan alleen een kitten die zich helemaal veilig voelt, zich in een dergelijke situatie handhaven. Katten houden immers van voorspelbaarheid, en kinderen voldoen per definitie niet aan die kwalificatie. 
Deze kat bleek menselijk gezelschap heel prettig te vinden. Bij aankomst voor de sit opende ik de voordeur met een sleutel, om vanachter glas oog in oog met een sip kijkend poesje te staan. Terwijl ik mijn spullen naar binnen loodste, miauwde hij klaaglijk: “Waar was je nou toch al die tijd,” leek hij te willen zeggen, “ik was helemaal alleen”. Alles was snel vergeven en vergeten. Het luide gespin kwam me tegemoet zodra de tussendeur openzwaaide en een gesprek kwam op gang. Tommie miauwde, ik babbelde terug. Hij was erg gemakkelijk in de omgang, wilde geaaid worden zodra hij me zag en kwam op schoot zitten zodra ik plaatsnam op de bank. Dat verliep altijd volgens hetzelfde stramien: Tommie nam plaats en zocht zijn positie, wat meestal tegenover mij was. Dan legde hij zijn pootjes ter hoogte van mijn borsten, om vervolgens op genotvolle wijze een pompende beweging te maken, waarbij de nageltjes helaas niet ingetrokken bleven. Lang leve de bh met vulling!

Er waren slechts twee situaties waarin ik een beetje op hem moest mopperen. Vermoedelijk zag hij mijn laptop als een rivaal, want daar blijf hij maar over heen en weer lopen als ik aan het werk was. Ook een bord met eten had een magnetische aantrekkingskracht op hem. Waarschijnlijk een teken van intelligentie, een nieuwsgierig poesje moet haast wel een slim poesje zijn. Op beide situaties reageerde ik echter steevast hetzelfde: door hem vriendelijk doch gedecideerd op de grond te zetten.  

Bij het afscheid was Tommie in geen velden of wegen te bekennen. Het gerommel met spullen en gesjouw met tassen vond hij waarschijnlijk niet zo geslaagd, want hij had zich onder de bank verschanst. In mijn verbeelding zag ik hetzelfde verbouwereerde gezichtje dat ik bij aankomst trof: “He, ga je nu alweer weg?”

Local sits·Love for cats

Liefde volhardt

Er was een tijd, dat ik ervan overtuigd was dat Loca een hekel aan mij had. Het bleek uit bijna alles; zowel uit wat hij deed als uit wat hij liet. Aanvankelijk leek hij wel nieuwsgierig te zijn naar de nieuwe oppas. Maar doordat hij slechts aan mijn hand snuffelde om vervolgens met een smalende blik zijn weg te vervolgen, vreesde ik gewogen en te licht bevonden te zijn… Niet op schoot zittende katten komen wel vaker voor, maar absoluut geen interesse in aandacht? Een zeldzaamheid!

Bij de tweede keer oppassen, een lange sit van een maand, was ik vastberaden zijn hart te stelen. Behalve elke dag spelen en borstelen had ik geen vast omlijnd plan. ‘God zegene de greep’, dacht ik, met liefde voor katten en doorzettingsvermogen kom ik vast een heel eind!

Het borstelen ging dan ook prima, zodra ik met de behoorlijke ruwe borstel Loca’s dikke vacht begon te bewerken lag hij bijna te kronkelen van genot! Hij zakte door zijn pootjes, soms met zijn bips omhoog en knorde dat het een lieve lust was. Binnen enkele dagen klopte ik mijzelf op de borst omdat ik dacht ik dat de strijd gewonnen was. Mis!
Op de derde oppasdag kwam ik ’s avonds rond middernacht thuis. De volgende ochtend moest ik vroeg op, dus ik keek uit naar een warm, zacht bed. Zodra het licht in de slaapkamer aanging zag ik wat er gebeurd was: iemand had een dikke drol op het dekbed gedeponeerd… Gelukkig lag er een laken tegen de poezenharen bovenop, zodat het slechts een kwestie van drolruimen en overtrek in de wasmachine gooien was!

Het leverde mij wel een extra kopzorg op: wat mist dit poesje nu eigenlijk? Het antwoord was natuurlijk: zijn baasje. En eerlijk gezegd wist ik ook niet wat ik meer kon doen om zijn hart te stelen. Dus deed ik het enige wat ik kon bedenken: volharden. Ik bleef elke dag borstelen. De behandeling werd elke dag met evenveel enthousiasme begroet. Het spelen kwam niet echt van de grond, maar naarmate de sit vorderde kwamen de katten uit zichzelf meer in beweging. Misschien moesten zij ook aan mij wennen?

Loca met zijn nieuwe lievelingsspeeltje

Uiteindelijk is het me toch gelukt! Een hard bewijs voor deze aanname heb ik niet, maar ik denk dat het is gekomen doordat ik een cadeautje voor Loca en zijn vriendinnetje Izzy heb gekocht. Dit presentje was een schot in de roos! Een simpel lapje hazenbont met wat fazantenveertjes eraan genaaid, gevuld met valeriaan leidde tot aandoenlijke taferelen. Aan het einde van de sit, een maand later, werd er nog enthousiast mee gerollebold. En van lieverlee merkte ik ook dat Loca ontdooide. Hij keek me aan met een open blik, aaien mocht nu wel en hij zag er zelfs geen bezwaar in zich aan mijn voeten te nestelen als ik ’s avonds in een stoel zat. Het grootste bewijs van alles, was wel dat ik ’s nachts wakker werd van een zwaar gewicht op mijn voeten: dat van Loca.


Het is waar; liefde volhardt. Ook liefde voor katten.

Cat behaviour·Local sits

Bedtijd

Izzy is een elegante schoonheid die vaak enigszins schichtig uit haar ogen kijkt. Bij de allereerste kennismaking had ze zich onder het dekbed van haar baasjes verschanst. De stofzuiger die eerder op de avond door het huis was gegaan, en daarna de deurbel toen ik mijzelf aanmeldde waren te veel van het goede voor haar.
Het duurde dan ook even voor ze zich voor mij openstelde tijdens de eerste sit: verder dan zich terloops over de bol laten aaien is het niet gekomen. Izzy is geen schootkat. Samen op de bank ging al ver genoeg.
Inmiddels zijn we een jaar verder en ik pas weer op Izzy en huisgenootje Loca. Veel is veranderd. Beide katten zijn een stuk toegankelijker, ieder op hun eigen manier. Loca en ik zijn nu maatjes. Met Izzy kon ik een jaar geleden al prima opschieten, maar ze is nog steeds snel angstig. Als ik bij thuiskomst de voordeur open, kijk ik vaak recht in haar verschrikte ogen. Dan schiet ze als een speer weg, meestal richting slaapkamer. Ik begroet beide katten zodra ik binnenkom door hun namen te noemen, en ik kijk altijd even waar ze zijn. Izzy kijkt me dan meestal vanachter het bed, de bank of onder de tafel vandaan aan. Doorgaans is ze een rustig poesje, wiens aanwezigheid je bijna zou vergeten.

Izzy rond bedtijd

Totdat het avond is! Meestal slaapt ze het grootste deel van de dag op een van haar favoriete plekjes: op de hoek van de bank of op het voeteneinde van het bed. Maar zodra ik op sta om mijn tanden te gaan poetsen voor het naar bed gaan, is het raak: Izzy wordt wild! Ze springt op, miauwt luidkeels, en begint als een raket door het appartement te schieten. Dit houdt ze de hele tijd vol terwijl ik me voorbereid om naar bed te gaan. Het lijkt erop dat ze zich ervan bewust is dat het tijd is om te gaan slapen, want als ik de slaapkamer betreed om mijn pyjama aan kom trekken, zit ze me daar meestal al op te wachten. Meestal spreek ik haar dan alvast bemoedigend toe: “Ga je ook lekker slapen meissie? Ga maar alvast lekker liggen, ik kom zo!”
Wat ze dus niet doet! In plaats daarvan schiet ze een aantal malen luidkeels miauwend heen en weer over het bed, routineus mijn hand ontwijkend als ik die uitsteek om haar te strelen. Als ik nog wat lees voor het slapengaan loopt ze een paar keer over mij heen. Het verwart me, omdat het erop lijkt dat ze op mijn schoot wil komen zitten. Maar dat gebeurt echter nooit!
Op aanbevelen van haar baasje probeer ik altijd nog wat met haar te spelen voor ik het licht uitdoe. Zelf gebruiken zij een lange veter om haar mee te entertainen, maar bij mij taalt zij er in het geheel niet naar. Het lijkt wel alsof ze het ding niet eens ziet! Dagelijks probeer ik het weer even, om het vervolgens even snel weer op te geven. Voor mij is het immers bedtijd. Het heeft gelukkig ook niet lang geduurd voor ik wist hoe Izzy tot rust kwam: gewoon door het licht uit te doen en zelf te gaan liggen. Het goede voorbeeld geven, in feite. Meestal zie ik haar dan in het donker nog van een eindje vandaan naar mij staren.  Soms loopt ze een paar keer vlak langs mijn gezicht, alsof ze wil controleren of het echt al bedtijd is. Vervolgens verdwijnt ze naar het uiterste hoekje van het voeteinde; een van haar favoriete plekjes.