Bedtijd

Izzy is een elegante schoonheid die vaak enigszins schichtig uit haar ogen kijkt. Bij de allereerste kennismaking had ze zich onder het dekbed van haar baasjes verschanst. De stofzuiger die eerder op de avond door het huis was gegaan, en daarna de deurbel toen ik mijzelf aanmeldde waren te veel van het goede voor haar.
Het duurde dan ook even voor ze zich voor mij openstelde tijdens de eerste sit: verder dan zich terloops over de bol laten aaien is het niet gekomen. Izzy is geen schootkat. Samen op de bank ging al ver genoeg.
Inmiddels zijn we een jaar verder en ik pas weer op Izzy en huisgenootje Loca. Veel is veranderd. Beide katten zijn een stuk toegankelijker, ieder op hun eigen manier. Loca en ik zijn nu maatjes. Met Izzy kon ik een jaar geleden al prima opschieten, maar ze is nog steeds snel angstig. Als ik bij thuiskomst de voordeur open, kijk ik vaak recht in haar verschrikte ogen. Dan schiet ze als een speer weg, meestal richting slaapkamer. Ik begroet beide katten zodra ik binnenkom door hun namen te noemen, en ik kijk altijd even waar ze zijn. Izzy kijkt me dan meestal vanachter het bed, de bank of onder de tafel vandaan aan. Doorgaans is ze een rustig poesje, wiens aanwezigheid je bijna zou vergeten.

Izzy rond bedtijd

Totdat het avond is! Meestal slaapt ze het grootste deel van de dag op een van haar favoriete plekjes: op de hoek van de bank of op het voeteneinde van het bed. Maar zodra ik op sta om mijn tanden te gaan poetsen voor het naar bed gaan, is het raak: Izzy wordt wild! Ze springt op, miauwt luidkeels, en begint als een raket door het appartement te schieten. Dit houdt ze de hele tijd vol terwijl ik me voorbereid om naar bed te gaan. Het lijkt erop dat ze zich ervan bewust is dat het tijd is om te gaan slapen, want als ik de slaapkamer betreed om mijn pyjama aan kom trekken, zit ze me daar meestal al op te wachten. Meestal spreek ik haar dan alvast bemoedigend toe: “Ga je ook lekker slapen meissie? Ga maar alvast lekker liggen, ik kom zo!”
Wat ze dus niet doet! In plaats daarvan schiet ze een aantal malen luidkeels miauwend heen en weer over het bed, routineus mijn hand ontwijkend als ik die uitsteek om haar te strelen. Als ik nog wat lees voor het slapengaan loopt ze een paar keer over mij heen. Het verwart me, omdat het erop lijkt dat ze op mijn schoot wil komen zitten. Maar dat gebeurt echter nooit!
Op aanbevelen van haar baasje probeer ik altijd nog wat met haar te spelen voor ik het licht uitdoe. Zelf gebruiken zij een lange veter om haar mee te entertainen, maar bij mij taalt zij er in het geheel niet naar. Het lijkt wel alsof ze het ding niet eens ziet! Dagelijks probeer ik het weer even, om het vervolgens even snel weer op te geven. Voor mij is het immers bedtijd. Het heeft gelukkig ook niet lang geduurd voor ik wist hoe Izzy tot rust kwam: gewoon door het licht uit te doen en zelf te gaan liggen. Het goede voorbeeld geven, in feite. Meestal zie ik haar dan in het donker nog van een eindje vandaan naar mij staren.  Soms loopt ze een paar keer vlak langs mijn gezicht, alsof ze wil controleren of het echt al bedtijd is. Vervolgens verdwijnt ze naar het uiterste hoekje van het voeteinde; een van haar favoriete plekjes.

Liefde groeit

Cooper was een tijdlang enigste kat, maar uiteindelijk wilde zijn baasje toch een kitten erbij. Hij was namelijk een niet erg affectieve kat, schootje zitten was er niet bij en na twee keer aan je hand geroken te hebben was hij alweer met de Noorderzon vertrokken. Dus Morris kwam erbij, en dat was wel even slikken voor hem! Opeens was er dat kleine, oranje ding waar iedereen mee wegliep. Superschattig om te zien, en hij deed alles wat Cooper niet deed: op schoot zitten, spelen en kroelen. En op een of andere manier vond ik dat toch wel sneu voor hem. Ook een kat kan zijn persoonlijke historie hebben, en daar kan hij helemaal niks aan doen! Mogelijk was hij zelfs een beetje jaloers, want hij deed niet altijd even aardig tegen die kleine…
Katten kunnen wel degelijk emoties ervaren. Die hebben vaak te maken met het zich bedreigd voelen in het voorzien in de primaire behoeftes. Krijg ik wel genoeg te eten? Kan ik wel op mijn favoriete plekje liggen? Dat een kat een emotie als jaloezie zou ervaren, daar zet de wetenschap zijn vraagtekens bij.   

Inmiddels zijn we ruim een jaar verder, en Morrisje is een Morris geworden. Beide katten zijn inmiddels aan elkaar gewend. Die kleine heeft duidelijk leven in de brouwerij gebracht, zoveel is wel duidelijk. Af en toe laat hij zijn huisgenootje alle hoeken van de kamer zien, zo niet goedschiks dan wel kwaadschiks.

Maar de liefde… die is gegroeid.

Met een konijn op de bank

Op een konijn passen, waarom niet? De eerste kennismaking met Griet en de flat waar zij woonde, maakte mij in ieder geval al heel erg blij! Een grote ruimte, smaakvol ingericht en een konijn dat daar vrolijk doorheen hopte. Vanuit de grote ramen keek ik uit op de kruising van een singel en de langste laan van Nederland.
Omdat zij voor het grootste deel van de dag alleen thuis was had Griet haar eigen kamer, inclusief hok om in te slapen, bak om haar behoefte op te doen, voederbakjes met groenten en brokjes en kruidenplantjes waar zij naar hartenlust aan kon knabbelen. Als haar baasjes aan het einde van de dag thuiskwamen, ging de deur van haar kamertje wagenwijd open. Vaak moest ze dan nog even wakker worden, want het duurde doorgaans een poosje voordat zij tevoorschijn kwam. De bak met korrels en stro werd naar de keuken verplaatst met het oog op een gemakkelijke toegang; Griet was namelijk grotendeels zindelijk! Zo maakte zij een in het oog springend onderdeel van het huishouden uit.

Griet houdt ook wel van een goed boek

Natuurlijk zijn konijnen geen katten, dat was ook wel even wennen. Laatstgenoemde zijn doorgaans toch wat communicatiever. Het vraag-en-antwoord-spel wat ik met veel oppaspoezen speel, daar was Griet natuurlijk niet toe in staat. Maar tegelijkertijd zijn niet alle katten zo toegankelijk als dit knuffelkonijn. Contact kwam weliswaar geheel op haar voorwaarden tot stand, maar met de regelmaat van de klok zat ik met een konijn op de bank! Meestal nam zij naast mij plaats, en afgaand op de afstand die zij koos vermoedde ik of zij al dan niet geaaid wilde worden. Soms zat ze aan het andere eind, soms pal naast mij.

Honger

Ik pas weer op Oscar, de kat die in mijn beleving buitensporig veel miauwt. Bij de eerste oppasbeurt maakte ik me zorgen dat hij zijn baasje miste en zich eenzaam voelde. Na thuiskomst stuurde zij een kiekje van hen beiden, gezellig samen op de bank. Hij was die avond niet van haar zijde geweken.
Inmiddels denk ik dat hij goed weet wat hij wil: eten. Zijn baasje wil geen kat met overgewicht dus heeft zij hem op dieet gezet. Elke maaltijd wordt snel naar binnen gewerkt. Het lijkt erop dat hij na afloop niet voldaan is, want kort na het eten miauwt hij alweer klagelijk. Mocht ik twijfelen aan zijn intenties: als ik opsta van de bank sprint hij naar de keuken. Daar blijft hij stilstaan, om te kijken waar ik blijf. Als ik dan niet blijk te komen, lijkt het erop dat hij me komt halen. Zo ontstaat er een kat-en-muis-spel: ik sta op, Oscar rent naar de keuken. Als ik niet kom, komt hij me weer halverwege tegemoet. Hij kijkt me indringend aan en miauwt luid. Deze cyclus herhaalt zich en dat houdt hij vrij lang vol.  Zijn baasje geeft wel toe dat hij enigszins geobsedeerd is door eten, maar het ziet ernaar uit dat het probleem minder speelt als zij thuis is. Misschien maakt Oscar zich zorgen of hij zijn volgende maaltijd wel krijgt van deze andere persoon?

Het laat me niet los omdat ik het met te doen heb. Zou hij soms honger hebben? Hoewel ik me zeker niet inbeeld dat ik dit probleem in enkele dagen tijd (gedurende welke ik oppas) kan oplossen ben ik nieuwsgierig en lees over de materie. Oscar is als kitten bij zijn baasje terechtgekomen, dus tekortkomen in de vroegste jeugd is geen mogelijke oorzaak. Een dieet wordt wel als oorzaak van bedelen vermeld. Oplossing hiervoor is het eten proportioneren zodat schrokken voorkomen kan worden.

Dit leeswerk brengt me ook op een idee voor een cadeautje voor Oscar bij een volgende keer oppassen: een voerpuzzel houdt hem bezig en leidt klaarblijkelijk eerder tot verzadiging. In feite is het een stapel bakjes die ieder weer eigen compartimenten bestaan. Dekseltjes kunnen ervoor zorgen ervoor dat de puzzel moeilijker wordt.

Bron: http://www.praktijkvoorkattengedrag.nl

 Voorlopig kan ik alleen maar wat misschien wel het allerbelangrijkste advies is in acht nemen: bedelen te allen tijde negeren!

Vertrouwen

Dit is de tweede keer dat ik op Ron pas. De eerste keer was een jaar geleden, voor een weekend maar. Dit keer zijn de baasjes twee weken lang op reis.
In eerste instantie zie ik hetzelfde poesje als destijds terug; zachtjes miauwend achter de voordeur als ik de sleutel in het slot steek, verdwenen als ik de deur openduw, een paar verschrikte ogen vanonder de eettafel vandaan als ik hem zoek… Ron is overduidelijk geen allemansvriend. Hij krijgt van mij alle gelegenheid me te leren kennen, maar hij toont aanvankelijk weinig interesse. Uiteindelijk neemt het wat tijd in beslag voordat ik een heel ander poesje te zien krijg. Het vertrouwen groeit. Dit ‘nieuwe’ poesje mauwt niet alleen luid en duidelijk zodra ik de deur openmaak, hij blijft me daar ook opwachten om me te begroeten. Het grootste gedeelte van de tijd in huis doorgebracht brengt hij in mijn nabijheid door. Aanvankelijk naast mij op de bank, daarna steeds vaker en langer op schoot.

Ron is ontegenzeggelijk een prachtpoes: zijn prachtige vacht heeft dagelijkse kambeurten nodig. Deze ondergaat hij ogenschijnlijk lijdzaam. Al doende leer ik hoe ik hem kan borstelen op een manier die voor hem het prettigst is: door de knopen te ontklitten zonder eraan te trekken. Zodra ik het trucje doorheb, kan hij er eindelijk van genieten! De borst gaat omlaag en het kontje omhoog! Uiteindelijk ben ik het borstelen eerder zat dan hij.

Wat is er toch, Poesje Paris?

Wat is er toch met Poesje Paris? Ze is doorgaans het gereserveerde type, slaat nooit te veel acht op mij en van aaien moet ze niet veel hebben. Een uitgestoken hand wordt besnuffeld en vervolgens genegeerd. Als die soms toch per ongeluk op haar hoofd beland, maakt ze zich uit de voeten. Maar nu ligt ze net wat vaker bij mij in de buurt en ik vraag mij af of zij honger heeft! Niet voor de hand liggend, want het is nog ochtend en het ontbijt heeft zij nog niet lang geleden gehad. Dan schrik ik: boven haar ene oog zie ik een wondje. Het is klein, maar het is er. Dan schrik ik andermaal: net boven het andere oog zie ik een identiek plekje. Snel verstuur ik een berichtje naar haar baasjes om te informeren of zij hiervan meer weten. Ze zijn in het buitenland, maar ik hoop op snelle respons. Onbekommerd verlaat ik het huis aan het einde van de ochtend.

Als ik ’s avonds terugkeer slaat de schrik me echter om het hart: de vurige plekjes zijn veel groter geworden! Eerlijk gezegd raak ik een beetje in paniek, want ik voel me verantwoordelijk en heb geen flauw idee hoe te handelen… Een snelle zoektocht op Google doet me vermoeden dat het om een allergie gaat. Helemaal zeker weten doe ik het niet, dus ik start een zoektocht. In een lade kom ik wat kattenspullletjes tegen, waaronder een tube zalf op naam van Poesje Paris. Dat wordt smeren, bedenk ik me, maar hoe? Ze is al niet de meest toeschietelijke, en de plekjes zien er pijnlijk uit! Onhandig probeer ik haar vast te houden; ik krijg dan ook snel een haal en Poesje Paris maakt dat zij wegkomt! Elke keer hierna dat ik bij haar in de buurt kom, is ze onmiddellijk op haar hoede. Ik besluit haar verder met rust te laten tot ik meer zekerheid met betrekking tot de juiste handelingswijze heb.
Uiteindelijk bel ik de baasjes op het vakantieadres, maar ik krijg ze niet te pakken. De dierenartspost die weekenddienst heeft is alleen voor noodgevallen bedoeld, maar de vriendelijke assistente die ik aan de lijn krijg, helpt mij vast te stellen hoe dringend de situatie echt is! Ze doet twee aanbevelingen: Ten eerste contact opnemen met de baasjes, om meer te weten te komen over de situatie. Ten tweede het beestje goed in de gaten te houden om te zien of haar gedrag veranderd is. Snel bedenk ik me dat het etenstijd is. Het beste moment om te beslissen of er sprake van spoed is, want Poesje Paris is een enorme smulpaap! De uitkomst is positief, want zoals gewoonlijk heeft zij in een mum van tijd haar bakje leeg gesmikkeld.

Als ik haar baasje te pakken krijg, stelt zij me ook nog gerust. Het is inderdaad niet de eerste keer dat de plekjes de kop opsteken, maar behandelen is moeilijk, want in je eentje is deze eigenzinnige dame niet te behandelen. Het lukt alleen als de een haar in de houdgreep neemt terwijl de ander de zalf smeert. En als die dan eenmaal op de juiste plek zit, heeft mevrouw het er in een mum van tijd weer vanaf gelikt!
De rest van het weekend raak ik mijn gevoel van ongerustheid niet kwijt. Ik laat me slechts ten dele geruststellen door de woorden van het baasje: houd haar in de gaten, wij gaan komende week wel met haar naar de dierenarts. Dat gevoel raak ik dan ook pas kwijt als ik uiteindelijk het bericht krijg dat er inderdaad sprake is van een allergie, en dat een injectie en een dieet alles op hebben gelost.

Een dagje ouder

Als ik aan Donna denk, dan hoor ik haar pootjes al parmantig over het laminaat trippelen. Vooral ’s nachts is dat bijzonder goed te horen. Ze komt naderbij, stopt even en dan voel ik het gewicht van haar warme lijfje op het voeteneinde. Of op het kussen naast me. Nooit te dicht bij, want dat past niet bij haar.
Helaas doet Donna niet, of amper nog aan hoogten. Ze is een dagje ouder geworden. Ze had al langer last van artrose, maar na een behandeling onder narcose is het veel erger geworden. Je ziet haar waggelen en je houdt je hart vast, want het ziet eruit alsof ze elk moment om kan vallen. Maar dat gebeurt niet.
Het gaat goed met haar, zegt haar baasje, want ze beweegt weer wat meer. Een tijd lang was dat dat wel anders. Ze lag alleen nog maar op haar vloerkussen, want daarvoor hoefde ze niet te springen. Maar sinds ze medicatie heeft gaat het stukken beter. “Zolang zij het leuk heeft, blijft ze bij me,” zegt haar liefdevolle baasje. Donna is ook een poes om van te houden. Daarom heeft haar baasje een trappetje voor haar gekocht. Het duurde even voordat ze het door had, hoe zoiets werkt. Haar op de onderste tree helpen was het steuntje in de rug dat ze nodig had!
Nu klautert ze de trap op en af om op haar geliefde stoel te kunnen liggen. En heel soms, als het zonnetje erop schijnt en als niemand kijkt, is ze plots in staat zonder hulpmiddel op de bank te springen om daar een dutje te doen.
Op het bed springen, dat doet ze niet meer. Maar haar baasje heeft al een trap voor dat doel besteld!

What’s up pussycat?

Zoals dat bij veel kattenbaasjes het geval is, was ook die van Oscar stapelgek op haar huisdier. Eerlijk is eerlijk, hij was dan ook beeldschoon. Een tabby met wit kleurpatroon en een bijzondere tekening: het leek net of hij ter hoogte van zijn neus een stevige snor had.
Daarbij was hij ook een communicatieve kat: hij miauwde bij de eerste kennismaking onmiddellijk naar je zodra je oogcontact met hem maakte. Als je hem dan antwoordde, ontstond er al snel een mooie dialoog! Soms was het klip en klaar wat zijn behoeftes waren. Als ik aan het aanrecht iets klaar stond te maken, stond hij er namelijk al snel rechtop tegenaan geleund om te kijken of er iets van zijn gading bij was.

Andere keren was hij wat mij betreft minder duidelijk. Als ik ’s avond op de bank zat, gebeurde het regelmatig dat hij me benaderde. Dan miauwde hij doordringend en staarde me met een soortgelijke blik aan. Soms kwam hij op uitnodiging heel even naar me toe. Dan sprong hij op de bank, liep maximaal drie keer heen en weer over mijn schoot, om vervolgens nooit te gaan zitten. Kroelen boeide hem maar kortstondig. Alsof het hem niet was bevallen, wat hij had waargenomen. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid probeerde hij mij ervan te overtuigen hem eten te geven, bedacht ik mij achteraf.

Problematischer vond ik het nachtelijke gemiauw. Dat hield hij zeker even vol! Ik had mij voorgenomen dat het in eenieders voordeel was dat ik deze aandachttrekkerij negeerden. Maar omdat Oscar – ondanks dat hij een flatkat was – gewoon (via het kattenluik op het balkon) naar buiten kon gaan, dreigde hij in mijn beleving ook de rest van de buurt wakker te maken! De ene keer dat ik uit bed sprong, omdat ik dacht dat hij in nood verkeerde, kwam hij mij vrolijk via het kattenluik tegemoet getrippeld.

Ook op de ochtend van vertrek, terwijl ik aan het pakken was, miauwde hij dat het een lieve lust was. Uiteindelijk moest ik tot de slotsom komen dat Oscar zich waarschijnlijk niet helemaal senang had gevoeld.
De avond van haar thuiskomst stuurde zijn baasje mij een foto: gezellig naast elkaar op de bank. Hij was niet van haar zijde geweken.

Hij houdt wel van me – hij houdt niet van me

Of Loca wel of niet van me houdt , ik ben er niet van overtuigd.
Verlegen is hij niet, bij de kennismaking snuffelde hij ongegeneerd aan mijn hand om vervolgens rustig verder te wandelen. Dit in tegenstelling tot huisgenootje Izzy. Bij aankomst had ze zich al onder het dekbed verstopt, opgeschrikt door het verschrikkelijke geluid van de deurbel. Hoewel zij zich al eerder vertoonde, waagde zij zich pas dagen nadien in mijn nabijheid. Daarna was zij gelukkig wel een van de grootste kroelkatten in tijden!

Loca vroeg nooit aandacht, terwijl hij volgens zijn baasjes net zo’n grote knuffelkat als vriendinnetje Izzy was. Behalve in de ochtend, dan liet hij zijn aanwezigheid luid en duidelijk blijken… Aanvankelijk hield ik de slaapkamerdeur ’s nachts nog niet dicht. Maar omdat dat onherroepelijk tot doordringend gemiauw pal naast het bed bij het krieken van de dag leidde, bracht ik daar snel verandering in. Door de gesloten deur heen was hij toch minder goed te horen…  Zodra ik de slaapkamer uitstapte kreeg ik het warmste welkom van de dag. Zelden hoorde ik een kat zo hard spinnen. Het geluid continueerde terwijl ik met slaapdronken hoofd de soepjes die de poezen als ontbijt kregen in de voerbakjes schepte, en stopte pas op het moment dat alles schoon op was. Helemaal zeker weten deed ik het niet, maar waarschijnlijk at hij behalve zijn eigen deel ook dat wat zijn vriendinnetje achterliet op…

Na het ontbijt was de liefde echter voorbij tot het einde van de dag. Dan was het immers tijd voor het avondeten! Het leek leek er pijnlijk veel op dat hij mij buiten die momenten niet in zijn nabijheid kon velen… Nooit vroeg hij om aandacht. Twee keer achter elkaar aaien was een record. Zijn vacht voelde stug aan onder mijn vingers, alsof hij me op die manier wilde ontmoedigen hem aan te raken. En soms sprong hij als door een wesp gestoken op, om me achter te laten en me slechts een smalende blik te gunnen…

Ik had ook beter moeten weten: wat de kat niet wil, dat wil hij niet. Liefde laat zich niet dwingen!

Gastblog: Kort geheugen of eindeloze hoop?

Door Annet Breure


Toen Otto kitten was kon ik geen vijf minuten met hem in een ruimte zijn, dan nieste ik mezelf al de kamer uit. Nu, zo’n vijf jaar later, gaat het een stuk beter en logeer ik weleens bij hem en zijn baasje in Scheveningen. Hij begroet me door het raam heen met een high five van zijn pootje tegen mijn hand, net als hij bij zijn baasje doet, vleiend! Nu zijn baasje op vakantie is durfde ik het wel te wagen op hem te passen…

Otto


Het is soms moeilijk oppas voor hem vinden, toen hij jonger en wilder was moest er een hele batterij reserve-oppassen klaar gezet worden voor als nummer 1, en daarna nummer 2, en nummer 3 het niet meer trokken… Die verhalen had ik wel meegekregen al maakte ik zelf geen onderdeel uit van de oppasbatterij. 
Ik doe veel aan huis-en plantsitten , bij uitzondering nu een huis met kat. Maar het voelt meer als een kat met huis. 
De eerste avond al, als ik nog wat aan het werk ben, ploft hij zelfverzekerd naast mijn laptop op tafel. Zo zelfverzekerd doet hij dat, dat zijn baasje ook aan haar eigen regels begint te twijfelen, vertelt ze me over de app. 


Het catsitten blijft voor mij een uitzondering, want na een paar dagen snotter ik er een eind op los, slaap ik onrustig doordat mijn holtes vol zitten, al barricadeer ik de slaapkamerdeur demonstratief om alleen te kunnen slapen. Alleen, maar met een matras vol minuscule kattenschilfers. Helaas, mijn lichaam wil het huis uit. Dan maar alleen eten geven en ‘op de koffie’ voor de gezelligheid. Ik verbaas me erover dat Otto zijn neus telkens weer in mijn glas water en kopje koffie blijft steken, zou hij een kort geheugen hebben of eindeloze hoop?

Otto heeft dorst


Als ik hem niet kan vinden zit hij in de wasbak in de badkamer, met een hoog mauwtje, alsof hij nog kitten is, vraagt hij me de kraan open te draaien. Hij heeft een voorkeur om stromend water te drinken. Ik merk dat ik hem de schuld geef als ik tot twee keer toe een uur lang vergeet de kraan weer dicht te draaien..! Otto heeft een flinke aanwezigheid maar geen handigheid de kraan zelf dicht te doen, misschien een tip voor zijn baasje hem dat – naast de high-five- nog aan te leren?